|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
Werkman, waarom?door Bert de Jong Six Fours les Plages, 4 juni 2002 Beste Hans Werkman, Hier in Frankrijk bereikte me met vertraging een afdruk van je beoordeling van Katern X in het Nederlands Dagblad van 24 mei jongstleden. Nu moet je wat een recensent geschreven heeft ter harte nemen en hem in zijn waarde laten. Hij is immers oprecht en meent het. Voor jou maak ik een uitzondering en ik schrijf je het maar direct: deze bijdrage aan het dagblad is van een niveau dat ik van jou niet mogelijk had geacht. Ik had natuurlijk ook kunnen denken: laat maar zitten. Maar ik voel een band, die me niet onverschillig laat. Vandaar toch deze reactie. Over je beschouwing van het verhaal van Manenschijn heb ik het niet direct. Jouw boeiende mening staat tegenover zijn niet minder boeiend verhaal en wie ben ik daar tussen te komen. Maar om Manenschijns mening direct te koppelen aan de vlakke formule van de C is goedkoop. Het is een manier van discussiëren, die, dacht ik, tot het verre (gereformeerde) verleden behoorde. Nog goedkoper is het noemen van de naam van prof. Den Heyer als lid van het bestuur van het CCS. Toe nou Hans, een zaak beoordelen, afgaande op de klank van een naam... Die tijd ligt ver achter me. Mijn hart draait om bij het lezen van zo'n argument. Weet je dan niet, dat meer dan een halve eeuw geleden de 31'ers en synodalen over en weer niet meer met elkaar in één christelijk bestuur wilden zitten? Omdat de één zich uitnemender achtte dan de ander; omdat de één meende dat de C van de ander vervlakt was. Zelfs waagde men toen de kerk van de ander "vals" te noemen. Ja, ja, ik begrijp het, je bespeurt een bepaalde tendens, die gesignaleerd dient te worden. Zoals jij het doet, is het signaleren slechts insinuerend. Begrijp je mijn teleurstelling. Teleurstellend is ook je journalistieke aanpak. Het is je niet ontgaan, dat het verhaal van Manenschijn een oude lezing is. De redactie van Katern vond het niettemin de moeite waard het verhaal in het jaarboek op te nemen. Maar dat een dagbladjournalist het grootste deel van zijn recensie besteedt aan een lezing van zo'n anderhalfjaar geleden is ongekend. Heeft het ND geen eindredactie die hierop let? Verder vestigt de recensent de indruk, dat het cultureel jaarboek alleen maar bestaat uit literaire bijdragen. Er is nog meer: De eerste alinea van je verhaal is tendentieus. De tien Katernen zijn steeds verschenen onder de vleugels van het CCS, dat aanvankelijk vertegenwoordigd was in het bevoegd gezag van de Christelijke Hogeschool 'Constantijn Huygens', nog steeds gehuisvest in de kazerne in Kampen en niet in Zwolle. De band met de hogeschool na de fusie is blijven bestaan. Dus de hogeschool is er later niet bij gehaald en helemaal niet gedwongen door een verminderde afname van het boek, zoals jij probeert te suggereren. Slordig geschrijf. Enig informatiewerk siert den journalist. Trouwens, wat is er tegen meer doelgroepen te zoeken voor een grotere afzet? Dat Katern X verfrissende bijdragen over kunst en computer uit die hoek bevatte, deed mij goed en velen met mij. Tot slot je vraag of Katern op deze manier moet doorgaan? Lees deze regel zelf nog maar een keer. Nou ja, je hele reactie is negatief en zuur. Toch nog maar een antwoord: Ja. Op deze en op nog vele andere goede manieren. Omdat er grote behoefte is aan publicaties over de relatie tussen christendom en cultuur in het rijke verleden en in de toekomst; aan artikelen en essays, recensies en informatie, verhalen en gedichten, waarvan de auteurs zich niet geremd voelen door het ongeschreven dogmatisme, dat aanwezig is in gereformeerd fundamentalistische hoek. In zo'n hoek schuil jij nog. Werkman, waarom? Met br. gr.,
Deze open brief is ook te vinden op |
|
|
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |