|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
Katern XOver 'Katern X' (2002), onder redactie van Bert de Jong en Bert van Weenendoor Hans Werkman In deze Katern [bijlage van het Nederlands Dagblad; red.] ga ik Katern aankondigen. Er zijn meer hondjes die Fikkie heten. Katern is een cultureel jaarboek. Vroeger verscheen het onder de vleugels van het Christelijk Cultureel Studiecentrum CCS, maar door te kleine afname gedwongen werd het ook het Jaarboek van de Hogeschool voor de Kunsten Constantijn Huygens in Zwolle en van de vereniging van christen-auteurs Schrijverskontakt die onder leiding staat van Klaas de Jong Ozn. Klaas de Jong Ozn. geeft in deze tiende aflevering van Katern een terugblik. Hij informeert de lezer over het ontstaan en bestaan van het CCS, een club waarvan hij achttien jaar voorzitter was en die onder andere discussiedagen over christendom en kunst organiseerde. Een belangrijk uitgangspunt was een sterk engagement van de kunst met het christendom. Ik herinner me enkele van die conferenties uit de jaren zestig. Ze richtten het oog op een vruchtbare wijze naar buiten en naar binnen, naar kunst en christelijk geloof. In Katern nr. 10, de aflevering voor het jaar 2002, komt deze formulering niet meer voor. Er is een ontwikkeling geweest, die voor mij duidelijk gestalte kreeg met het aantreden van de theoloog prof. Den Heyer als bestuurslid van het CCS, vorig jaar. ZingevingsvraagstukkenKees Blokland, sinds kort voorzitter van het CCS, opent Katern X met een richtingwijzend stuk. Hij heeft het niet meer over christelijk engagement, maar, zo vlak mogelijk, over "reflecteren op zingevingsvraagstukken". Een discussie over wat er zo christelijk is aan beeldhouwen, romanschrijven etc. is voorbij, zegt hij. Hebben we werkelijk ooit zo’n smalle, malle discussie gevoerd? Of karikaturiseert Blokland hiermee een heel verleden van Opwaartsche Wegen, Ontmoeting, CCS, Woordwerk, Bloknoot en Liter? "Wat nu telt is de authenticiteit van iedere uiting," schrijft Blokland. Alsof dat vroeger niet het geval was, en alsof met zo’n vlakke formule de C van CCS omschreven is. De intro van deze nieuwe Katern smaakt lauw. Deze smaak wordt bevestigd in het artikel van de gereformeerde ethicus prof. Gerrit Manenschijn over 'Literatuur en ethiek'. Het christelijk geloof als instituerende factor komt in zijn stuk niet voor. Hij noemt morele bemoeizucht de vijand van literatuur. Hij heeft gelijk, maar dat wisten we toch allang? Hij vertelt dat in het Gereformeerd Jongelingsblad kort na de Tweede Wereldoorlog een morele veroordeling verscheen van het gedicht 'De idioot in het bad' van Vasalis. Dat zal waar zijn, maar hij weet toch ook wel dat zoiets een stopstuip was in een niet te stuiten groeiproces? Twee of drie jaar later al haalde het voordragen van 'De idioot in het bad' een prijs op de toen nog heel degelijke NCRV-radio. Het gedicht van Vasalis is inderdaad eerlijk en sensibel, zoals Manenschijn zegt. Maar zijn suggestie dat het voor de gereformeerde wereld van toen "politiek incorrect" was, gaat me veel te ver. Correct/incorrectManenschijn citeert in zijn artikel twee gedichten van Willem de Mérode uit de jaren dertig, 'De moordenaar' en 'Begrafenis', harde portretten, grof bijna. Prima poëzie, passend in de Rilke-invloeden van die tijd. Manenschijn verdedigt ze omdat ze ethisch eerlijk zijn. Ik ben het daarmee eens. Maar waarom zet hij ze tegenover de christelijke poëzie van De Mérode, waarin volgens hem "iets onechts" zit? Wat dat onechte is, maakt hij niet duidelijk. Hij noemt de beide genoemde gedichten van De Mérode "politiek zeer incorrect" voor die tijd. Juist om deze eerlijkheid zijn ze volgens hem ethisch correct. In tegenstelling tot de christelijke poëzie van De Mérode. Ik vind dit een oppervlakkige redenering. Hoe beoordeelt Manenschijn wat van De Mérode eerlijk was en wat niet? Hij heeft bovendien deze gedichten niet in hun context gelezen. Ze staan in de bundel 'Spiegelbeelden' in een reeks bijna cynische portretten, maar wel ingeklemd tussen een aanvangs- en een slotgedicht, en juist in dit eerste en laatste worden al die portretten in hun kader gezet. In het eerste staat:
En het laatste eindigt met deze strofe:
Deze christelijke duiding zal volgens Manenschijn wel moralisme zijn en van een onjuiste politieke correctheid. Dan ga ik wat dit betreft liever met S. Vestdijk in zee. Hij schreef over soortgelijke gruwelijke gedichten van De Mérode enerzijds: "Willem de Mérode als toonbeeld van religieuze zachtmoedigheid blijkt eens te meer een legende te zijn." En anderzijds: "Tenslotte wordt alles bij hem toch door een mystisch godsvertrouwen overwelfd: hierin bleef hij zichzelf gelijk." (NRC, 17 september 1938) Liever deze nuchtere constatering dan de tegenstelling die Manenschijn construeert en die naar moralisme ruikt. Robinson CrusoeManenschijn besteedt, in het spoor van Ian Watt, een lang onderdeel aan de economisch-individualistische doelstelling van de roman Robinson Crusoe. Hij ziet allerlei zeer bedenkelijke moralismen in het verhaal. Jawel, maar hij kijkt door 21e-eeuwse ogen. Dat erkent hij, maar ik vind dat hij dan wat terughoudender de staf had moeten breken over Robinson. In het voorbijgaan geeft hij ook John Bunyan een veeg uit de pan: diens 'Pelgrimsreis' is "een standaardvoorbeeld van gęnant heilsegoďsme". Over die karakteristiek is best te praten, maar dan wel graag in de context van het hele boek en van de geloofsvervolgingen in het Engeland van de zeventiende eeuw. Kortom: ik vind dat Manenschijn zijn verhaal (het is een bewerkte lezing) het soort moralistisch trekken meegeeft die hij zelf veroordeelt. Er zijn ook bijdragen aan Katern X waarover ik positiever kan zijn. Bij de gedichten (de meeste zijn zwak) springt een fraai sonnet van Menno van der Beek eruit. Gerda van de Haar heeft een mooi essay geleverd over een gedicht van Judith Herzberg. De column van Bert de Jong heeft een voortreffelijke spanningsopbouw. Maar er staat te veel gelegenheidswerk in: een openings-toespraak, een lezing, enkele uitgewerkte afstudeerscripties van de Hogeschool voor Kunsten. Ik vraag me af of Katern op deze manier door moet gaan. Wie mijn beoordeling wil toetsen aan het boek zelf: Katern X onder redactie van Bert de Jong en Bert van Weenen telt 96 bladzijden, kost 13,50 euro en is een uitgave van Mozaďek in Zoetermeer. Eerder verschenen in de rubriek ‘Lettergrepen’, nr. 386 (bijlage Katern van het Nederlands Dagblad, vrijdag 24 mei 2002) Zie ook de reactie van Bert de Jong: Werkman, waarom? |
|
|
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |