Citaten over geloof
en literatuur
"Ik probeer te achterhalen hoe het komt dat er in Nederland
een calvinistisch literair klimaat heerst, waarin romans moeilijk moeten
zijn, stug, vervelend."
Lisa Kuitert, interview in Trouw 28 maart 2002
"Door mijn opvoeding werd ook ik, of ik het nu wilde of niet,
evenals de heiland, een kleine schriftgeleerde. Op mijn levenspad heb
ik een overvloedige stof ter herinnering en overdenking meegekregen,
een schat aan verhalen en verbeeldingen waaruit ik tot in mijn ouderdom
heb kunnen putten. (...) De schriftlezing heeft mij niet gelovig gemaakt
maar wel, in alle onwetendheid, bij voorbaat en met huid en haar geseksualiseerd."
Adriaan Morriën, 'Ik heb nu weer de tijd' (1996), p. 30/31
"Maar als je met een verhaal van 55 paginaas (40 paginaas 'Oud
En Eenzaam') een ton kunt vangen [...], dan is het de moeite waard,
mij op novellen te gaan toeleggen. Die waren, korte of lange, 20 jaar
geleden totaal onverkoopbaar. Vandaar dat ik 'romans' ging schrijven,
terwijl ik geen romanschrijver ben. Mooie boeken, maar geen enkel is
een roman in de traditionele betekenis. Het beste kan ik rustig doorwerken,
en me nergens iets van aantrekken."
Gerard Reve in een brief aan Matroos Vosch, gedateerd 20 juni 1980
"Ieder werkelijke schrijver is een moralist.
De vraag is hoe je dat moralisme verhult."
Arnon Grunberg in zijn Yasha-column in de VPRO Gids, 21-27 april 2001
"Literatuur is maar niet wat in de boeken staat, literatuur
is een vorm van leven. Zij is de beeldende, taalscheppende kracht van
het gemoedsleven; zij is de spraak van het hart. Als we tot de literatuur,
tot het begrip literatuur alleen rekenen de som van haar producten,
snijden we de bloem van de wortel. Bepaling van het begrip literatuur
eist, dat men rekening houdt met haar bron, maar ook met haar toekomst.
Zij heeft, men vergeve het versleten en veelszins onsympathieke woord,
een dynamisch karakter. Ze moet voort. Iedere beschaving, ieder
volk, iedere generatie vraagt en dringt naar een eigen literatuur."
dr. C. Rijnsdorp op 11 januari 1945 in zijn 'Literair dagboek', gepubliceerd
in 1974 ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag
"De tijden dat het allerhoogste de gemoederen bezighield waren
blijkbaar voorbij, wat daarvoor in de plaats was gekomen waren de berichten
uit het journaille."
Aldus de ikfiguur uit 'Een heiligverklaring' van Willem Brakman
"Als kind fascineerden die verhalen [uit de Bijbel] me al.
Die hebben mij de literatuur in geleid."
Manon Uphoff in Vrij Nederland, 25 november 2000
"Wat ik mooie literatuur vind is literatuur waarin het schrijnende
besef aanwezig is dat de werkelijkheid om ons heen illusoir en niet
te kennen is, in beweging en subjectief, grillig en ongrijpbaar. Mijn
personages zijn obsessieve en gepassioneerde zoekers. Ze streven hartstochtelijk
naar geluk maar bereiken het niet."
Herman Franke in Trouw, 18 november 2000
"Schrijven is voor mij een soort plaatsbepaling tegenover God.
Ik zeg wel eens dat ik, als ik schrijf, naakt tegenover God sta. Dat
klinkt ironisch, maar eigenlijk meen ik het. God is voor mij het ondenkbare,
een gat, de bres in onze ziel. In dat opzicht zijn religie en kunst
aan elkaar verwant. Het grote verschil is dat religie het mysterie vervalst.
Kunst ontmaskert allerlei malloten die de bres trachten te dichten.
Maar ik ontken niet dat schrijven een religieus aspect in zich heeft.
Je brengt al schrijvende de chaos terug tot de eenvoud van een paternoster."
Erwin Mortier in Vrij Nederland, 16 september 2000
|