|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
Jaarverslag 2001Chroom Digitaal Columns, 31 december 2001 door Bert van Weenen "Verheug ons naar de dagen waarin Gij ons hebt verdrukt, Aan het eind van het jaar je zonden overdenken kan doorgaans geen kwaad. Soms verschijnt er tijdens zo'n meditatief moment een streep licht aan de donkere hemel, als teken van hoop, ja misschien zelfs als teken van geloof of van Eeuwigdurende Liefde. Mulisch scoort Anno Domini 2001 kabbelt het beekje van de christelijke literatuur
rustig verder in haar kronkelige, niet al te brede bedding. Een Mulisch en Krüger worden op de voet gevolgd door drie populaire dames: Désanne van Brederode (Mensen met een hobby), Vonne van der Meer ('De avondboot') en Joke Verweerd ('Paradiso'). Van deze drie spreekt mij de vuistdikke filosofische roman van Désanne van Brederode het meest aan: Désanne op 3 dus. Vonne van der Meer schrijft net iets mooier dan Joke Verweerd en eindigt dientengevolge op de vierde plaats. Qua thematiek zitten Van der Meer en Verweerd overigens dicht bij elkaar in de buurt bij allebei veel onverdraaglijk huiselijk leed en dat vind ik eerlijk gezegd geen aanbeveling. Een erepodium voor drie winnaars was dus eigenlijk voldoende geweest. Voor ik overga op de poëzie, wil ik nog even wijzen op de interessante reeks Goudriaan-pockets. In 2001 verschenen in deze serie herdrukken van klassieke christelijke romans van Arjen Miedema (uit '48), Clara Asscher-Pinkhof (uit '53), Jan Overduin (uit '55) en B. Nijenhuis (ook uit '55). Deze boeken zijn hier en daar een beetje oubollig, dat geef ik toe, maar over het algemeen een herdruk en het lezen waard. Van Holtrigter tot GerhardtDan nu de poëzie van het afgelopen jaar. Hoe staat het daarmee? Zijn er in 2001 bundels geproduceerd die voorzover je dat als mens met beperkte vermogens kunt inschatten de Tand des Tijds zullen doorstaan? Of om het ambitieniveau wat lager te leggen: bundels die door een volgende generatie, zo rond 2050 nog gelezen zullen worden? Terwijl de dichtbundels ons om de oren vliegen, is de oogst wat de religieuze poëzie betreft beperkt. Kwam ik bij de romans tot vijf, bij de dichtbundels blijft de teller stilstaan op zes. Harmen Wind liet De Arbeiderspers voor de vijfde maal een stapeltje gedichten omvormen tot een fraaie literaire bundel. Buiten adem werd de titel, al gaven verschillende recensenten aan dat ze Winds nieuwe werk niet ademloos gelezen hadden. In Brandhaarden van L.F. Rosen staan een aantal indringende religieuze gedichten (o.a. Paaszaterdag) maar toch te weinig om Rosens bundel tot de "christelijke poëzie" te rekenen, dat wil zeggen tot die poëzie waarin een christelijke thematiek overheerst. Dit in tegenstelling tot de nieuwe bundels van Jacomijn van Rijn (Wonen) en Theo Coenraads ('Zo Gezegd'), die wel duidelijk een christelijke signatuur dragen maar minder literair zijn dan het werk van Rosen en Wind. Blijven nog twee bundels over, beide verschenen in het najaar, die
2001 wat cachet kunnen geven. Met De
weg van de wind bewijst Van der Graft dat hij het dichten nog niet
verleerd is: mooie reeksen compacte poëzie die niet een twee drie zullen
verzuren. Maar hoe goed Van der Graft ook dicht, de hoofdprijs gaat
dit jaar naar Juliën Holtrigter, voor zijn debuut 'Omwegen'. Holtrigter,
geboren in 1946 en docent beeldende vorming en Ook poëzie wordt zo nu en dan herdrukt, hetzij als Verzamelde Gedichten,
hetzij als bloemlezing. Als aanvulling op de hoogliteraire reeks van
Teunis Bunt publiceerde Rien van den Berg bij dezelfde uitgever twee
bloemlezingen rondom christelijke feestdagen (zie bij kerstgedichten
en paasgedichten). Het zal u niet
verwonderen dat mijn voorkeur ligt bij de poëziebenadering van Nederlands
Dagblad-redacteur Van den Berg. Wel vind ik het een gemiste kans dat
in deze netjes uitgegeven boekjes geen nieuw werk van heden-daagse dichters
is opgenomen. Dat had ze nóg waardevoller gemaakt. De poedelprijs is
dit jaar voor Ida Gerhardt, van wie het lange gedicht Dolen
en Dromen herdrukt werd als tekstboekje bij de cd met Gerhardts
voordracht. Alsof je naar de koningin luistert, zo klinkt Gerhardts
voorname stem, op het irritante af. Of u J.W. Schulte NordholtUitgeverij Meinema verraste mij met twee leuke boeken óver christelijke literatuur. In Voor de vrijheid geschapen schetst Menno Steenhuis het leven van dichter en historicus J.W. Schulte Nordholt, en Johan Goud verzamelde in 'Een verbeelde God' dertien lezingen en artikelen over het onderwerp "religie en poëzie". Twee boeken die zonder meer een aanwinst zijn voor het letterkundig discours op ons christelijk erf. Resumerend kom ik tot het volgende lijstje aanbevolen werken:
Bovenstaande boeken zijn alle drie uitgegeven door uitgeverij Boekencentrum/Meinema, die daarmee haar belang voor de christelijke literatuur opnieuw onderstreept. EpiloogDe protestants-christelijke zuil bestaat niet meer, de protestants-christelijke literatuur evenmin. Er zijn alleen nog enkele auteurs met een christelijke achtergrond die zich "bezondigen" aan zoiets frivools als de Kunst der Schone Letteren, aan de Bellettrie. In eigen kring is er nauwelijks belangstelling voor, daarbuiten al helemaal geen (Staphorst van Koos Geerds vormt een zeldzame uitzondering op die regel). Van bloei en groei kan op die manier natuurlijk geen sprake zijn. Investeren uitgevers te weinig in dit marktsegment? Zien schrijvers geen heil in het schrijven van literair werk voor de krimpende christelijke markt? Het lijkt op een vicieuze cirkel waar we alleen door nieuw talent in combinatie met een Onverbiddelijke Bestseller uit kunnen komen. Tot die tijd kabbelt het beekje in alle rust vrijwel onopgemerkt verder. Leerdam, 31 december 2001
|
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |