|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
Vier jaar laterChroom Digitaal Columns, mei 2008 door Bert van Weenen
In mei 2004, nu vier jaar geleden, leverde ik het manuscript in van mijn roman 'Het echte leven is nu'. Plannen voor twee vervolgdelen – één over suïcide en één over liefde – werden door mijn toenmalige redacteur weinig enthousiast, om niet te zeggen met een zekere afkeer, ontvangen. Maar 'Het echte leven is nu' is toch niet bedoeld als "proefballonnetje", opperde ik nog, we hebben toch een relatie als auteur en uitgever voor de langere termijn, zodat zowel de auteur als de uitgever in die periode, normaliter pas ten einde op het moment dat de auteur overlijdt, iets kan opbouwen dat de alomtegenwoordige waan van de dag overstijgt? Dat bleek niet zo te zijn. In mijn naïviteit (altijd al een van mijn zwakke punten) had ik zucht naar omzet en winst aangezien voor idealisme. Toen de verkoop van 'Het echte leven is nu' ergens onder de vijftienhonderd exemplaren bleef steken, werd het ballonnetje van mijn schrijverscarrière bij een van de grote christelijke uitgevers in Nederland rücksichtslos doorgeprikt. Op voorstellen voor nieuw werk werd niet meer gereageerd en het honorarium over 2005, 2006 en 2007 werd pas na aandringen van mijn kant officieel verrekend. En daar zat ik dan achter mijn eikenhouten schrijftafel, "een ervaring rijker en een illusie armer". Toch blijf ik me, eigenwijs als ik ben (zwak punt numero 2), afvragen of uitgevers er nu wel goed aan doen om helemaal blind te varen op bestsellers, op debuten die direct de top-10 halen en daarmee meteen de naam van de auteur als merk vestigen. Vallen hierdoor schrijvers die een langere aanloop nodig hebben – kijk bijvoorbeeld naar de schrijversloopbaan van J. Bernlef of Jan Siebelink – in het huidige uitgeefklimaat niet te snel af? Maar goed, die discussie zullen we hier maar niet gaan voeren. Ondertussen is het nu mei 2008 en ligt mijn tweede boek ('Allesbehalve het einde' of de abstractere versie 'Weg nergens heen') nog steeds op publicatie te wachten. Ik mag dan met een gedicht de poëziewedstrijd van Liter hebben gewonnen en voor Meander een aantal recensies hebben geschreven waar ik zeer tevreden over ben, de stagnatie bij mijn verhalen werkt steeds demotiverender. Waar moet je heen als er niet ergens in de verte, ook al is het ternauwernood zichtbaar, een licht brandt waar je op aan kunt koersen? Vier jaar van mijn productieve leven naar de verdommenis?! Dat is natuurlijk overdreven (zwak punt 3), maar het overheersende gevoel is toch, dat gebrek aan fatsoenlijke publicatiemogelijkheden al dat belangrijke schrijfwerk waar ik voor geboren ben, danig frustreren. Ik ben onloochenbaar een schrijver die zijn teksten het liefst in een mooi vormgegeven boek of desnoods tijdschrift de wereld ziet rondgaan. Wordt mij dat belet, ja, dan baal ik "als een stekker". P.S.: Je kunt alles ironiseren door het in de tweede persoon enkelvoud te zetten of het helemaal buiten jezelf plaatsen door gebruik te maken van de hij-vorm. In dit geval prefereer ik de hardste confrontatie, nl. die van de eerste persoon enkelvoud. De schrille, soms schorre stem van het naakte, grenzeloze ik. Leerdam, Pinksteren 2008 Deze tekst verscheen op 13 mei 2008 in de weblog
|
||
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |