Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Arends

Chroom Digitaal Columns, december 2000

door Gemma Gibba

Verdreven ben ik
uit de baarmoeder
Gods.

Verstoten
uit weeshuizen
en daklozenkolonies.

Klaprozen
langs de weg.
Boeren
en de honger.

Hoog en licht
is boven mij
wat ik de lucht
zou willen noemen
maar dat in waarheid
de toegang is
tot Hem
die mij verdreven heeft.

Zondig
zijn
wij allen.

Maar Hij heeft
een baarmoeder
Hij is
de goede God.

Uit: Jan Arends, 'Verzameld Werk'
(De Bezige Bij, Amsterdam, pag. 437)

De gedichten van Jan Arends (1925-1974) zijn kaal en intens. Arends was schrijver, psychiatrisch patiënt, huisknecht en anders. Anders, dat wil zeggen onaangepast, marginaal en immer melancholiek. Een man op het zijpad, observerend, kijkend naar zichzelf en de ander. En altijd met een touw om zijn nek.

Het bovenstaande gedicht heeft geen titel, maar het zou 'Paradise lost' kunnen heten. Arends zoekt naar de woorden die verloren zijn gegaan. Hij schrijft om te weten dat er woord voor woord een andere taal is, zegt hij ergens. Lucht is niet zo maar lucht, maar toegang tot Hem: de drijver en de barmhartige.

jan arends: lunchpauzegedichtenIn januari 1974, vlak na de verschijning van zijn bundel 'Lunchpauzegedichten', pleegt Jan Arends zelfmoord. Als Gods baarmoeder bergt, dan is Jan Arends geborgen. In het bundeltje der levenden, zoals men in archaïsch Nederlands zegt: bij de goede God.

 

 

 


Wilt u reageren? Stuur een mailtje aan:

gemma_gibba@hotmail.com

 

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur