Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

De Jongeman met de Stroopwafels

Chroom Digitaal Columns, mei 2001

door Gemma Gibba

Zojuist heb ik van een jongeman een pakje met stroopwafels gekocht. Voor vijf harde guldens. Ik zat in de late namiddag voor mijn huis aan de Julianaweg in een gedichtenbundel[1] te lezen. Het was omstreeks de zevende ure en de zon ging mij onder. Ik dacht wat na en verwonderde mij dat de Heere ons klaarblijkelijk onze zonden niet al te zeer toerekent, getuige deze prachtige dag. Intussen lette ik ook nog wat op mijn fietsende kinderen. Mijn oudste dochter Rachel fietst al een flink stuk van mij weg. En ziet daar kwam hij aan: de Jongeman met de Stroopwafels. Hij stelde zich voor als student aan de Opleiding voor Binnenhuisarchitectuur die zich in zijn levensonderhoud moet voorzien door het verkopen en eten van stroopwafels.

Ik vroeg de Jongeman met de Stroopwafels of hij het met mij eens was dat hij voor een Beroep met Toekomst heeft gekozen. Immers, de mens gaat naar zijn Eeuwig Huis en daarom is het goed dat er mensen zijn die zorgdragen voor de binnenkant. De Toekomstige Binnenhuisarchitect viel mij uiteraard bij en verzekerde nogmaals dat de binnenkant belangrijker is dan de buitenkant. Hij vertelde dat de buurt en de buren aanzien wat voor ogen is, maar "ik, de Binnenhuisarchitect, zie slechts naar Waarheid in het Binnenste Deel".

De Jongeman met de Stroopwafels betaalt zijn studie met de verkoop van koeken. "Een koek voor een boek" luidt zijn motto. Hij leest ook wel eens wat buiten zijn studie om. Meestentijds gaat het dan toch om Waarheid in het Binnenste Deel. Zoiets doet mij goed en mede daarom heb ik een pakje met stroopwafels van hem gekocht. Zijn weliswaar christelijke, maar niet bijzonder vrijgevige vader wil niet meer voor zijn studie betalen. Het is zijn derde studie, de twee vorigen zijn mislukt. "Wablief," zei ik, "als ik geld zou hebben zou ik twee pakjes van die wafels van je kopen. Doch het heeft de Heere niet goed gedacht mij het goud en zilver van de Aarde te schenken. Wel heeft Hij mij rijkelijk voorzien met een Enthousiast Gemoed voor Poëzie, dus luister en hoor naar wat ik zojuist las:

IN MEMORIAM PATRIS

God, zie mijn vader – hij gelooft
dat U er bent, doe daar iets aan.
Laat hem verdomme niet zo smekend staan,
vrezend dat U hem ook een kooltje stooft.
Laat hem geloven dat U van hem houdt;
ga naast hem zitten, geef hem een sigaar
en luister naar hem. God, kon ik het maar."

"'Mooi, werkelijk heel mooi. Zo ken ik er toevallig ook nog een," zei de Jongeman met de Stroopwafels. "Hoewel, toeval is hier een verkeerde duiding. Het is mij toegevallen. Het gedicht heet 'De verloren zoon' [2] en het gaat ongeveer zo:

Laat één uw leidsman wezen op
het smalle pad, zong moeder altijd, maar
hoe gaat dat als je jong bent? Groots,
meeslepend wil je leven, God, gebod
trotserend. Je verruilde 't dorp
voor grote stad en echt, je deed je best:
een kleintje pils, het bidden voor het eten
vergeten, en zowaar ook af en toe
een trut. Nou nou. Nu is hij weer op weg
naar 't vaderhuis,– onlesbaar heimwee naar
moeders indringend zingen drijft hem voort."

De Jongeman met de Stroopwafels en ik waren diep ontroerd en wij konden ternauwernood van elkander scheiden. Nadat ik hem zijn vijfguldenstuk had gegeven, ging hij heen, wenende. En ik, ik ben alleen overgebleven om je dit aan te zeggen.


1 Menno Wigman [samensteller en inleider] (1999). 'Familie duurt een mensenleven lang. De honderd mooiste Nederlandse gedichten over vaders, moeder, dochters en zonen.' Amsterdam: Bert Bakker. [terug]

2 Anton Korteweg (1973). 'Eeuwig heimwee drijft hem voort'. Amsterdam: Athenaeum–Polak & Van Gennep. [terug]


Wilt u reageren? Stuur een mailtje aan:

gemma_gibba@hotmail.com


Lees verder: 'Neoromantiek op evangelische grondslag', Bert van Weenen over de poëzie van Jan de Bas en Anton Korteweg.

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur