|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
De liefdeskus die tot een doodskus werdOver gebleken trouwChroom Digitaal Columns, december 2001 door Gemma Gibba Op 24 januari 1624 bindt de arts en doopsgezinde prediker Anthony Jacobsz. (1594-1624) de schaatsen onder. Hij moet in Amsterdam zijn om daar een preekbeurt te vervullen. Het wordt zijn laatste tocht. Met zijn vrouw Ytien en hun pasgeboren baby rijdt hij over het IJ van Hoorn naar Amsterdam. Uiteraard weet hij nog niet dat deze tocht op een tragische wijze zal eindigen. Hij was gesalft tot troost van lichamen en zielen. Tot hoe ver Anthony en zijn Ytien Amsterdam genaderd waren, weten we niet. Terwijl hij de slee met vrouw en kind voortduwt, rijden ze hun ongeluk tegemoet. De slede met de twee inzittenden komt in een wak terecht. Anthony, een geoefend zwemmer, bedenkt zich geen moment althans, dat stelt een van zijn biografen en duikt hen achterna. Het is te laat. Zijn kind is dood, terwijl Ytien in zijn armen de laatste adem uitblaast. Maar voordat zij sterft weet zij haar Anthony nog wat toe te fluisteren. Dat is tenminste wat Joost van den Vondel er van weet: Zij zuchtte, och lief, ik zwijm, ik sterf, ik ga te grond. "Zij hemelde op zijn lippen": een liefdeskus dus, die tot een doodskus wordt. Toen ik de geschiedenis voor het eerst las, moest ik denken aan een passage uit Erlkönig van Goethe [1]. Het lied is door Franz Schubert muzikaal geïnterpreteerd. Intens droevig, maar de werkelijkheid is in dit geval nog droeviger. Drie dagen later, op 27 januari 1624, sterft ook Anthony aan de gevolgen van het ongeluk en "volgt haer bleecke schim, naer 't zaligh paradijs". Het drietal is begraven in de Amsterdamse Zuiderkerk. Het tragische gebeuren krijgt veel aandacht. Zo geeft de voorganger uit Harlingen, Yeme Jacobs de Ringh (1574-1637), een lijkpreek uit, terwijl Vondel Anthony tot tweemaal toe in een gedicht herdenkt. Vondel is getroffen door het verlies van zijn vriend, zijn vrouw en het kind. Wat is trouw? zo vraagt hij zich af. Trouw moet blijken en dat gebeurt meestal niet in het zachte dons of temidden van de rozen. Neen, let op mijn vriend Roscius en leer wat trouw is: "zij vroos tot ijs en smolt aan geest".
Dat het een knap gedicht is, is Gerrit Komrij al eerder opgevallen. Zijn interpretatie [3] staat geheel los van de feiten. Het gaat hem vooral om het beeld, de symboliek. Ik krijg de indruk dat Komrij geen weet heeft gehad van de historische achtergrond van het gedicht. Komrij vat de werkelijkheid vooral symbolisch op en stelt dat Doctor Roscius niet aan de kou is gestorven, nee, hij stierf door de laatste adem van zijn bruid op te vangen. Komrij moet een romantisch man zijn. Hij citeert Heine ("Ich trinke deine Seele aus") en verbindt dat met Vondels woord: Zij hemelde op zijn lippen. Zij sterft aan hem en hij aan haar. En op zoveel wellust kan alleen de eeuwigheid volgen, schrijft Komrij. Prachtig gezegd, zeker, maar ik houd het er toch op dat Anthony Jacobsz., bijgenaamd Roscius, èn van de kou èn van verdriet gestorven is. Hij maakte het evangelie van de liefde mythe of geen mythe tot een menselijke werkelijkheid en stierf aan diezelfde werkelijkheid om in het gedicht van Vondel weer op te staan. Noten 1 "Dem Vater grauset's, er reitet geschwind,/ Er hält in den Armen das ächzende Kind,/ Erreicht den Hof mit Mühe und Not;/ In seinen Armen das Kind war tot." [terug] 2 zich te verreuckeloozen = zijn leven in de waagschaal stellen. [terug] 3 Gerrit Komrij (1998). 'In liefde bloeyende. De Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw in honderd en enige gedichten'. Amsterdam: Bert Bakker. pp. 73-75. [terug] Wilt u reageren? Stuur een mailtje aan:
|
|
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |