|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
Liederen voor kerk, school en thuisOver 'Poëzie om te zingen' (1998) van Ad den BestenChroom Digitaal Poëzie, februari 2000 door Klaas de Jong Ozn. De dichter Ad den Besten (1923) zal vermoedelijk vooral de geschiedenis ingaan als iemand die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het in 1973 verschenen 'Liedboek voor de Kerken'. Er staan niet minder dan 82 door hem gemaakte, bewerkte of vertaalde gezangen in. Ook berijmde hij enige tientallen psalmen. Persoonlijk heb ik Den Besten meegemaakt als lid van de commissie die het Liedboek samenstelde. Er is ruim gebruik gemaakt van zijn veelzijdigheid. Hij leverde niet alleen vele liederen, maar was ook heel vakbekwaam wanneer het om beoordelen van teksten ging of om het af en toe aanpassen daarvan. Zo herinner ik mij dat wij op een bepaald moment nogal in onze maag zaten met 'God enkel licht'. "Wacht maar," zei Ad, en de volgende dag leverde hij ons een nieuwe versie die veel geschikter was. Ook heeft hij een belangrijke rol gespeeld als bemiddelaar tussen de commissie en dichters die het niet konden hebben dat er af en toe aan hun teksten moest worden gesleuteld. Zo heeft hij in feite een aantal teksten voor het Liedboek gered en zelfs een enkele dichter ervan weerhouden om teksten terug te trekken. Christelijke poëzieWanneer men de levensgang van Ad den Besten nagaat, dan wordt duidelijk waar al die "geschiktheden" vandaan komen. Hij studeerde korte tijd theologie kwam onder invloed van Karl Barth. Tijdens de oorlog verbleef hij een tijd in Berlijn en ging (veel) later Duits studeren. Hij werd dichter, kon daarvan niet "bestaan" en kreeg een baan als uitgever. Als zodanig heeft hij vele later bekende dichters geholpen om te debuteren en verwierf daardoor veel ervaring in het beoordelen van poëzie. Toch is het voor hem evenals voor bentgenoten als Barnard, Schulte Nordholt en Wit niet vanzelfsprekend geweest om als "erkend dichter" mee te werken aan het vervaardigen van kerkliederen. "Dichter en gemeenschap dat is voor mij heel lang een favoriet thema geweest, maar dichter en gemeente..." Zo schreef Den Besten. Om daarna desondanks te constateren: "indien er zoiets als ironie-van-de-geschiedenis bestaat, dan schuilt er niet weinig van die ironie in het feit dat juist zij die na de Tweede Wereldoorlog zich absoluut niet wilden laten inrekenen door een zich opnieuw vestigende 'christelijke literatuur' nu al zo'n dertig jaar lang als de meest gepatenteerde christelijke dichters van deze eeuw gelden." Zich ook, zoals Paul Rodenko het uitdrukte, "door de kerk in de boot hebben laten nemen". Deze ontwikkeling heeft volgens Den Besten te maken met het functieverlies van de poëzie de relatie tussen de dichter en degenen voor wie hij dicht. Hij rekent zich Barthiaan als hij is niet tot het christelijk volksdeel, wel tot de christelijke gemeente. Maar hij is zich daarbij zeer bewust van een voortdurende spanning, tussen "wie wij in onszelf en wie wij in Christus zijn". NavolgingNa de totstandkoming van het Liedboek is Ad den Besten niet opgehouden met het maken van kerkliederen. Zijn omvangrijke oeuvre van na 1973 is nu gebundeld in de uitgave 'Poëzie om te zingen' . Een omvangrijke bundel die naast eigen liederen ook veel vertalingen (vooral uit het Duits) bevat. Bij het doorlezen van deze bundel viel mij opnieuw op dat Den Besten vooral een heel vakbekwaam dichter/vertaler is. Die heel speciale zinnen, uitdrukkingen, die van sommige van zijn collega's zo bekend zijn geworden, komt men bij hem minder vaak tegen. Toch staan in deze verzamelbundel uiteraard zou ik bijna zeggen veel mooie, aansprekende liederen die heel goed dienst kunnen doen in "kerk, school en huis". Thema'sIk verdiepte mij vooral in de thema's die Den Besten bijzondere aandacht schonk. Zoals dat van "het gemis" wanneer wij inderdaad "in Christus" willen zijn: God, hoe hebt Gij U verborgen! Dit staat in een lied gemaakt bij Deuteronomium 18: 9-20. In het verlangen naar de nieuwe mens komt Den Besten, en dat is voor hem heel essentieel, uit bij Christus. Als het vlees geworden Woord van God, in wie het Woord daad werd: Christus, die voor ons het leven Al bladerend valt je dan regelmatig het heldere taalgebruik op, herkenbaar dichtbij en toch vol poëtische spanning. Met af en toe, als concessie aan het rijm, toch ook wel eens het een en ander dat herinnert aan de oude psalmberijming. Een volgend belangrijk thema is bij Den Besten de "navolging van Christus", bijvoorbeeld in een lied voor de laatste lijdensweek, dat 'O Christus, onze koning heet' en eindigt: Haast u, ons deel te geven HumaniteitHet gaat Ad den Besten steeds om het echte menszijn, de humaniteit. Om mensen die zich in willen zetten voor vrede en gerechtigheid. Hij maakte in die lijn zowel een gedicht voor de Vredesweek als voor Bevrijdingsdag, die beide al een zekere bekendheid hebben gekregen. Over de Vredesweek: Hoe zal het hier ooit vrede zijn, Voor Bevrijdingsdag: Nooit lichter ving de lente aan En menigeen zal ook al wel eens zijn huwelijkslied hebben gezongen: God die ons aan elkaar MuziekBij het lezen van al die teksten zou je bijna vergeten dat zij zijn gemaakt om te zingen. Een lieddichter moet beslist over een zekere muzikaliteit beschikken. Nu, die bezit Den Besten zeker. Hij liet zich "zeer vaak mede inspireren door in mij zingende, even dierbare als kostbare melodieën, meestal van Duitse origine," zo schrijft hij in het 'Ter verantwoording' bij deze bundel. Mede ook in dit kader heeft hij vele bekende en ook onbekende Duitse liederen vertaald. Ettelijke ervan staan in het Liedboek, maar een aantal in 'Poëzie om te zingen' opgenomen liederen zijn evengoed waard om bewaard te blijven en gezongen te worden. Misschien in een vervolg (supplement?) op het Liedboek? Vele organisten zullen daar ook zeker blij mee zijn. BevindelijkheidHierbij memoreer ik dat Den Besten overigens verwacht dat een aantal van zijn vertalingen "meer geaccepteerd zullen worden door kerken van piëtistische signatuur". Het valt op dat de bevindelijkheid in de loop der jaren bij hem een belangrijkere rol is gaan spelen. In het literaire tijdschrift Woordwerk schreef hij in 1991 dat hij zijn hoop heeft gevestigd op dichters die weet hebben van de geheime schat van kennis opgebouwd in de gemeente van Christus. "En wie weet, denk ik soms," zo schrijft hij verder, "kunnen we hun naar-voren-treden op het ogenblik wel eerder verwachten uit de rijen van de aloude gereformeerde orthodoxie, ja misschien wel uit de rijen van de zogenaamde "zwartekousenkerken", dan uit de veel geseculariseerder regionen van de christelijke kerk waar ik zelf thuis ben." Zo kan en moet het lied-oeuvre van Ad den Besten in een brede context worden bezien en is het goed dat het nu gebundeld is in deze omvangrijke bundel. Poëzie om te zingen: die combinatie zou voor de toekomst van de kerk wel eens veel belangrijker kunnen zijn dan velen denken. |
|
Eerder gepubliceerd in Centraal Weekblad, 12 maart 1999
Boekencentrum, Zoetermeer 1998, ISBN 90-239-0058-8 Meer informatie op deze website: Externe links: Overige bronnen: ND = Nederlands Dagblad |
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |