Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Doelloos op weg naar Graft

Over 'Zeehond graag' (2000) van Marjoleine de Vos

Chroom Digitaal Poëzie, januari 2008

door Bert van Weenen

Het verschil tussen goede en slechte gedichten ervaar je als lezer door de "zuigkracht" ervan. Goede poëzie zuigt je tijdens het lezen een wereld in waar alles anders is dan je gewend bent. Ze straalt iets verhevens uit en verschaft de geboeide lezer daardoor een weldadig gevoel van vitaliteit en troost. In die zin bestaat er ook verwantschap tussen poëzie en religie, al blijven dit wel altijd twee aparte gebieden van "zinsbeleving", filosofisch gesproken.

De gedichten in de debuutbundel 'Zeehond graag' van Marjoleine de Vos (geb. 1957; werkt voor NRC) zijn uitermate geschikt om bovenstaande uitspraak mee te illustreren. Een belangrijk motief in De Vos' poëzie is het gemis van een kind. Het verdriet daarover komt herhaaldelijk expliciet ter sprake, onder andere in 'Vrede' (10), maar wordt gecompenseerd door twee tegengestelde krachten. Enerzijds filosofisch getinte berusting, anderzijds de nadrukkelijke verwoording van aardse vitaliteit (zo vrolijk en vitaal als een zeehond!), zoals in:

HOOP EN VLIJT

De onmetelijkheid van het heelal is te verdragen
op een mooie lentedag in de Beemster,
thuis op deze eenzame planeet vol tulpen
en stolpen 'Gladde Akker', 'Hoop en Vlijt'.
Geen zwarte ruimte maar stralende zon
langs de vaart een grutto zonder weet
van leegte tussen manen, sterren, stelsels.
Een zwaan broedt plechtig het leven uit,
bestaat, weet niet wat de vraag is, vreest niet
dat geen oog, geen vaderhand haar nu nog leidt
dat zij en de dotters, kikkers, linden
er alleen voor staan in de onverschillige kosmos.
Ook wij, doelloos op weg naar Graft
geloven nergens in en vertrouwen toch
op aankomst, desnoods door niemand behouden.
Zorgeloos DNA, op pootjes vol levenslust.

In qua interpunctie en woordvolgorde soms een beetje rommelige gedichten beschrijft Marjoleine de Vos het emotionele conflict tussen realiteit (gemis) en hoop (geloof). Het antwoord zoekt de dichteres in een concentratie op het hier-en-nu, al blijft de tragiek overal voelbaar. In een aantal gedichten verwerkte zij elementen uit de Klassieken (Dido en Aeneas, Klytaimnestra en Zeus) en uit de Bijbel (Saul en David, psalmregels, Kerstmis, Pasen). Religieuze gevoelens schuwt De Vos duidelijk niet, een "geloof in alle dingen nieuw" (25) dat naadloos aansluit bij de andere motieven in haar poëzie.

 


Eerder gepubliceerd in het e-zine Meander, nr. 99, 23 juli 2000

marjoleine de vos: zeehond graag

G.A. van Oorschot, Amsterdam 2000, ISBN 90-282-0939-5


Meer informatie op deze website:


Terug naar boven

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur