Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Levenskunst

Over 'Het waait' (2008) van Marjoleine de Vos

Chroom Digitaal Poëzie, januari 2008

door Bert van Weenen

'Het waait' is de derde dichtbundel van Marjoleine de Vos (geb. 1957). Net als in de vorige bundel staan in 'Het waait' diverse gedichten waarin mevrouw Despina, een soort alter ego van De Vos, de hoofdrol vervult. Zo vergelijkt mevrouw Despina zich met een paardebloem, ziet zij het noorderlicht, denkt zij na over de tekortkomingen van mystiek, enz. Eerlijk gezegd vind ik dit niet het sterkste onderdeel van De Vos' poëzie: te ironisch en te veel sentiment. Dan zie ik meer in de poëtische verbeelding van leegte en vergankelijkheid van De Vos' echtgenoot T. van Deel. Lees ter vergelijking bijvoorbeeld Van Deels meest recente bundels 'Nu het nog licht is' (1998) en 'Boven de koude steen' (2007).

Kijken en reflecteren zit in deze poëzie ingebakken. Het staat al expliciet in de derde strofe van het eerste vers uit 'Het waait':

Ons kijken is nooit wijd genoeg
om zo alom te kunnen zijn
dat denken wel verdwijnen moet.
Laat mij daarom dit alles zijn, die koe
die wei, die wolkenlucht boven het dorp
en mij die kijkt erbij.

Eén zijn met de natuur, om het gebrek aan levensgeluk te compenseren? Soms lijkt het daarop en vaak hebben de gedichten van Marjoleine de Vos de bitterzoete smaak van melancholie en berusting. Neem bijvoorbeeld het gedicht 'Het leven in juni':

Om mij heen is alles luidkeels in leven
de boer op zijn maaier, blatende schapen
in de esdoorn een zwartkop die roept
om een vrouwtje, uit bloemkelken klinkt
het geronk van een bij.

En ik leef ook maar moet dat zelf zeggen
want niets van al wat ik waarneem noemt mij.
Zoals je met vrienden wel praat over vroeger:
we waren aan zee, in een tent, heel gelukkig –
vraagt iemand: was jij daarbij?

Dus ben ik alleen in de tuin in de wereld
en om mij heen ademt alles en in huis
zit een man. Dit is het leven, schrijft hij,
deze ochtend in juni, de zwartkop zingt
en in de tuin zit zij.

Een zelfde toon, maar dan gecombineerd met een meer religieuze inhoud, tref je aan in de gedichten 'Mevrouw Despina's mislukte mystiek' en 'Gedachtenis'. Marjoleine de Vos houdt zich al langere tijd bezig met godsdienst en christelijk geloof. Zij schrijft er ook over als columnist van NRC Handelsblad en van het christelijke opinieblad Volzin. Liesbeth Eugelink ontleende pas de titel van haar studie over religie in de moderne Nederlandse literatuur aan een interview met Marjoleine de Vos (1). "Niets in mij gelooft dat," antwoordde De Vos op Eugelinks vraag naar het heilzame effect van geloven in christelijke dogma's. En zij voegde daar meteen aan toe: "Het geloven is mislukt. Dat vind ik vreselijk." (Eugelink 2007, blz. 203) In het gedicht 'Mevrouw Despina's mislukte mystiek' heeft De Vos deze opvattingen een poëtische vorm gegeven:

Tuin in de middag, zonlicht verdwijnt in het bladgroen.
Het uitzicht meldt alles in orde, de lucht en de schapen,
de rust zeer waarneembaar, geluk bij de hand.
Daar zit zij, verwoed zich te passen in foto's
waarop ze zo bofte, want één met het zijnde
onthecht in haar lichaam, haar leesstoel in gras.

Vergeefs – gevoelens komen de boel weer bederven:
heimwee naar vroeger toen hoop nog een doel had,
verlangen naar dromen en toekomstmuziek.
Evenwicht, weet ze, is durende leegte,
maar rouw om voorbije verwachting slaat alles
aan grillige scherven mislukte mystiek.

Gezocht: docenten onthechting en vrede
die haar kunnen voorgaan in eindelijk hier zijn.
Hoe plukt men de dagen, verheugt zich in uren
verbiedt zich te denken aan dat men iets is?
Pas zonder de tijd krijgt aanwezigheid kansen.
Wie zich niet loslaat, leeft eeuwig gemis.

Vrijwel elk gedicht van Marjoleine de Vos is een voorzichtig antwoord op de vraag "Hoe moet ik leven?" Het gaat hier ten diepste om levenskunst, om "savoir vivre" in de traditie van klassieke filosofen als Socrates, Epicurus en Seneca. Om het vinden van praktische wijsheid in je eigen persoonlijke situatie. Wat me daarbij vooral opvalt, is dat de gedichten laconieker klinken, minder schril of betweterig, dan de columns. De beste gedichten van Marjoleine de Vos – bijvoorbeeld 'Altijd, want nu' – zijn lichtvoetig en wijs. In die verzen zijn alle emoties in balans, zoals het echte levenskunst betaamt. Ze zijn de weerslag van een "ervaring van inzicht en kalmte" ('Mevrouw Despina ontmoet de rattenvanger'). Op die manier kunnen we de dagen verdragen en dat leven noemen, zoals De Vos opmerkt in 'Steeds verder', een van de laatste gedichten in 'Het waait'. Toetreden tot de Rooms-Katholieke Kerk, zoals Vonne van der Meer deed in 1994, lijkt daarbij niet meer nodig.

(1) Liesbeth Eugelink: ''Niets in mij gelooft dat'', Uitgeverij Ten Have, Kampen 2007, blz. 197-206.

 


marjoleine de vos: het waait

G.A. van Oorschot, Amsterdam 2008, ISBN 9789028240780


Meer informatie op deze website:

Externe links:

Overige bronnen:

  • recensie door Janita Monna in De Groene Amsterdammer
    25 april 2008
  • recensie door Mario Molengraaf in BN/De Stem 12 april 2008
  • poëziecolumn door Liesbeth Goedbloed in ND 15 februari 2008
  • interview door Martijn Meijer in het Financieele Dagblad
    2 februari 2008

AD = Algemeen Dagblad
CW = Centraal Weekblad
FD = Friesch Dagblad
RD = Reformatorisch Dagblad
ND = Nederlands Dagblad
NRC = NRC/Handelsblad
VK = de Volkskrant
VN = Vrij Nederland

Ontbreekt er een recensie? Stuur een e-mail aan de redactie.


Terug naar boven

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur