|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
Dichterbijdoor Monica van den Berg
De wereld in een oogopslag, een mensenleven in enkele woorden. Bij die wonderlijke intensiteit van de poëzie werd ik opnieuw bepaald bij het lezen van 'Toets' uit Harmen Winds laatste bundel. Terecht draagt die de titel 'Buiten adem'. Die twee woorden zeggen natuurlijk vooral veel over de thematiek van Winds poëzie en zijn dichterschap. Maar niet in de laatste plaats hebben ze ook iets van een lezerservaring in zich. Je raakt zo snel buiten adem bij het lezen van een gedicht. Het zet in korte tijd zo veel op het spel. Je zou kunnen zeggen dat het lezen van poëzie daarom zorgvuldig en gecontroleerd moet gebeuren, om gevoelsmatig niet in ademnood te komen. Aan de andere kant beadem je als lezer zélf het gedicht, blaas je het nieuwe adem in. Door het te (her)lezen leg je er iets van jezelf in, druk je er een stempel op. Dat kun je ook samen met anderen doen. Waar jij even op adem moet komen, verrast de ander je door een totaal andere invalshoek, een nieuwe associatie. Voor die samenspraak wil deze nieuwe rubriek ruimte geven. Geloofstoets'Toets' is een gedicht met twee kanten. Enerzijds de zorgvuldige, haast dogmatische opbouw: zeven strofen met ieder drie regels. De prozatitel die de sfeer van een examen, een test oproept. Aan de andere kant de breekbaarheid van aarzelende woorden en veel stilte. Vader en kind komen elkaar hier tegen op een cruciaal moment. Er is al het een en ander over de vader-zoonrelatie in Harmen Winds gedichten geschreven, over het conflict tussen het geloof van de zoon en de vader, de afstand die Harmen Wind zo subtiel door de gedichten laat spreken. Op het eerste gezicht lijkt deze 'toets' hét voorbeeld van een ongezonde relatie, van een geloofsopvoeding die is blijven steken in een tekstenspelletje. "Mijn vader (...) toetst mij nog eens op zijn behoud." Het is "zijn behoud", niet het mijne. Toch zie ik, hoe langer ik ernaar kijk, steeds meer positieve elementen in deze geloofstoets. Hoe onbeholpen en ontactisch ook, deze vader wil aan het einde van zijn leven door deze teksten heen toch iets van liefde nalaten aan zijn zoon. Hij heeft het goede met hem voor. Hij geeft hem als het ware een zegen van teksten. Het gaat hier om de "waarheid": de woorden uit de Bijbel. De toets begint met een tekst die de meeste mensen, hoe bijbelgetrouw ook, niet moeiteloos zouden kunnen traceren. Waarom juist zo'n tekst, een mededeling, een verzoek waar geen predikant een preek over zou houden. Is dat nu de waarheid? Ligt daarin het behoud? De ik-figuur aarzelt niet. Wellicht was het vroeger, toen hij klein was, een prestatie een tekst als deze te kunnen vinden. Klinkt in deze vreemde tekst over een mantel en enkele boeken wellicht ook iets mee van de aantrekkingskracht van het aardse bestaan met de dingen die ons lief zijn? Het geloofsleven is niet gebaat bij kennis van de geschiedenis alleen. Na weten volgt geloven. En geloof heeft ten diepste niets met aardse feiten en gebeurtenissen te maken. Het is "de zekerheid der dingen die men hoopt". Het lijkt erop of de vader persoonlijk wordt, of het nu gaat om de dingen waarom het zou moeten gaan. "Machtig woord," zegt hij. Gebaar en woord gaan in dit gedicht hand in hand. "Hij wenkt met zijn gezicht." Zo van: kom op, je weet het toch nog wel? In het uur van de dood is er die spanning te weten wat er is blijven hangen. En de geruststelling als hij ziet dat zijn zoon ook deze woorden weet te vinden. De vader verliest kracht. Eerst trillen zijn lippen, dan beeft hij. Het is net of hij onzeker wordt en beseft hoe zinloos dit overhoren is. Misschien ziet hij dat hij niet alleen de ander toetst, maar daarmee ook zichzelf. Van het geloof gaat hij in de vijfde strofe over op de levensstijl die daarbij hoort. Met een leven vol fouten en tekortkomingen achter zich, durft hij het bijna niet te zeggen: "Zijn mond wordt klein". Hij kan de woorden niet meer bevatten. Bij deze vraag schuilt er een addertje onder het gras, want hij citeert ditmaal niet letterlijk een bijbeltekst, maar draait Jezus' woorden om in de veelgebruikte spreuk: "Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet". De zoon valt zijn vader in de rede met het goede antwoord. In het woord "bastaardtekst" geeft de dichter op een subtiele manier iets mee van de tegenstelling tussen bastaard en kind. De zoon kent het onderscheid. StrijdenOntroerend is de vierde toets. Aan het einde van zijn krachten, liggend nu, prevelt de vader een tekst die spreekt van staan in strijdvaardigheid. Alsof hij wil zeggen: dat is waar het uiteindelijk om gaat, zoon: weten, geloven, leven, maar vooral "strijden", worstelen. Van de zoon lees je eigenlijk nauwelijks iets in dit gedicht: hij is gehoorzaam, behulpzaam, bezorgd. Maar wat speelt er door zijn hoofd, welke vragen komen in hem op? In het antwoord op de laatste vraag, lees ik iets een eerbiedige verlegenheid en aarzeling. "Schreef Paulus dat niet?", vraagt hij. Hij weet het niet meer zo goed en weet ook niet wat hij met zo'n vader aanmoet. Het is genoeg. De vader is tevreden. In de wetenschap dat hij de woorden die zijn behoud zijn als een erfenis aan zijn zoon meegeeft, kan hij zich nu rustig en glimlachend overgeven aan de nacht. Hij sterft terwijl de dag begint. Zijn zoon zal verder moeten, worstelend met deze woorden. En daar zie je toch weer die frictie tussen ouder en kind. De zoon die niet bij de rust en overgave van de vader kan. Vooral de laatste strofe deed me denken aan een gedicht van Dylan Thomas. In 'Do not go gentle into that good night' is er sprake van eenzelfde situatie een vader die gaat sterven, een zoon die erbij staat maar inhoudelijk is het de omgekeerde wereld. Hier leest een kind zijn vader de les: And you, my father, there on the sad height, In beide gedichten is er sprake van beproeving en toetsen, maar inhoudelijk is er een hemelsbreed verschil: het "strijd de goede strijd" van Paulus en het laatste verzet van de mens zonder God. Wat denkt de zoon in 'Toets'? Dat is de vraag die blijft. En wie is er uiteindelijk blind? De vader, "tastend in het ochtendlicht", of de zoon? Deze column verscheen eerder in het |
|
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |