|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
Een verhaal dat staat als een huisOver 'Laatste nacht' (2003) van Els FlorijnChroom Digitaal Proza, december 2003 door Bert van Weenen Hoe gaat je leven eruitzien als je je vrouw, die op jonge leeftijd overlijdt, op haar sterfbed belooft niet te zullen hertrouwen en je vervolgens met twee kinderen achterblijft? Met dit probleem worstelt Steven Goudswaard, de hoofdpersoon van Els Florijns debuutroman 'Laatste nacht' zo'n honderdveertig bladzijden lang, zonder er echt uit te komen. Uiteindelijk schrijft hij zijn zoon maar een brief (die in het verhaal zelf fungeert als rode draad door alle twaalf hoofdstukken heen). Maar als hij deze brief heeft gepost, bedenkt hij bij thuiskomst dat hij vergeten is om er een adres op te schrijven. Florijn heeft haar boek netjes verdeeld in twee delen. Het eerste deel gaat over het overlijden van Stevens vrouw Martha; in het tweede deel, dat jaren later speelt, is Steven met zijn zoon Alex op vakantie, in de hoop dingen uit te kunnen praten en op die manier dichter bij elkaar te komen. Wat helaas op niets uitloopt, omdat Steven zelf wil blijven vasthouden aan de eenmaal ingezette koers van zijn leven. Voor een nieuwe liefde, in de persoon van een buurmeisje dat goed voor zijn twee kinderen zorgt, is geen ruimte. Brief van vader aan zoon'Laatste nacht' is een fraai boek, geschreven in een goede, misschien iets te weinig op details gerichte stijl. Al ontbreken die details niet, getuige bijvoorbeeld een passage als de volgende:
De plotonwikkeling krijgt de meeste aandacht bij Els Florijn en die verloopt dan ook nagenoeg vlekkeloos. Eén keer wordt het gekozen vertelperspectief verlaten: aan het slot van deel 1 zien we de gebeurtenissen opeens niet meer door Stevens ogen maar door die van (de afgewezen) Judith. Deze perspectiefverschuiving kan natuurlijk door Florijn expres zijn aangebracht om het dramatische effect van Stevens keuze te onderstrepen. Maar als dat niet zo is, is het een zwakke plek in de compositie. Overigens zijn vrouwelijke personages die de schilder- of beeldhouwkunst beoefenen en daarbij allerlei wijsgerige gedachten hebben, in de christelijke literatuur inmiddels een cliché aan het worden. Wat mij betreft had Judith ook gewoon truien mogen breien! Het gebruik van een in stukjes gehakte brief als raamwerk voor het verhaal is gewaagd. Dat Els Florijn zoiets aandurft, is toe te juichen. Ik vraag me alleen af of deze brief, als je de brief-fragmenten in een keer achter elkaar leest, nu echt een brief is die een vader aan zijn zoon zou schrijven. Maar in de loop van het verhaal valt dit nauwelijks op, want de brieffragmenten sluiten naadloos aan op de flashbacks die erop volgen. Knappe romanWel storend in het boek is het gebruik van cursiveringen bij de weergave van Stevens gedachten. Doordat dit stijlmiddel door het hele verhaal heen naar mijn gevoel niet consequent is gebruikt, is het effect ervan onduidelijkheid. En waarom zou je trouwens je toevlucht nemen tot zo'n Telegraaf-achtig hulpmiddel? Als woorden op de juiste plaats staan, krijgen ze zeker in een literaire tekst al voldoende aandacht. Net als HOOFDLETTERS in e-mail klinken cursiveringen in een boek schreeuwerig. Even afgezien van wat schoonheidsfoutjes in de tekst zelf die de uitgever maar gauw moet verbeteren in de tweede druk verdient Els Florijn voor haar roman alle lof. 'Laatste nacht' is geen vrijblijvend verhaal, met een handvol standaardoplossingen voor levensvragen. Florijns debuutroman confronteert de lezer op een vanzelfsprekende manier met essentiële zaken in een mensenleven. En dat is knap, zeker voor zo'n jonge auteur. |
|
Kok, Kampen 2003, ISBN 90-435-0798-9 Meer informatie op deze website: Externe links:
Overige bronnen:
AD = Algemeen Dagblad Ontbreekt er een recensie? Stuur een e-mail aan de redactie. |
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |