Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Het geheim van het charisma

 

door Reinout van Montelbaan

In aflevering 57 van het literaire tijdschrift Prado komt A.L. Snijders met een lijstje met vijf mannen met absoluut charisma, onaantastbaar, los van levenswandel, morele standpunten, taalgebruik, bankrekening. "Charisma is een bijna religieus geheim. Gerard Reve, Johan Cruijff, Hans van Mierlo, Willem van Hanegem, Pim Fortuyn." Snijders geeft geen verklaring voor of ontleding van dit blijkbaar raadselachtige, zaligmakende charisma, daarvoor is charisma of uitstraling ook voor hem mogelijk een te groot mysterie.

Nu Ad Melkert en Pim Fortuyn op zo verschillende wijze het land hebben verlaten (respectievelijk vooral geestelijk en slechts lichamelijk), is het wellicht tijd om eens in te gaan op dit de laatste jaren zo populair geworden, vreemde, schijnbaar ongrijpbare begrip. In het hoofdredactioneel artikel in Het Parool van 20 juli 2002 wordt over de voormalige politieke leider van de PvdA gesteld: "Hij mist het charisma dat een lijsttrekker nodig heeft." Juist de wel charismatische naamgever van de LPF wist dit volgens de krant genadeloos bloot te leggen. Maar wat is charisma of uitstraling dan wel precies, vraag je je dan eens te meer af.

Wie de namen op het lijstje van Snijders met elkaar vergelijkt, ziet bepaalde, duidelijke overeenkomsten. Allen hebben een groot talent; zij zijn zeer deskundig en bekwaam op hun eigen terrein. Zij zijn daarbij vaak grillig of soms zelfs wispelturig. Bovendien zijn zij hartstochtelijk, obsessief of zelfs monomaan met hun vak bezig. Zij spreken het publiek niet zozeer of uitsluitend aan op het verstand, maar gaan voorbij aan de ratio en weten de emoties of sentimenten te raken. Tenslotte bewegen zij zich op gebieden die als belangrijk en boeiend worden ervaren. Deze vijf eigenschappen tezamen vormen hun unieke charisma, waardoor niemand om hen heen kan en iedere opponent of gesprekspartner onmiddellijk al op achterstand staat.

Men zou daar nog aan kunnen toevoegen dat zij authentiek zijn; men kan charisma niet acteren of aanleren. Doch authenticiteit komt ook bij anderen voor en maakt iemand nog niet tot een voorman of hoofdrolspeler. Hun authentiek-zijn komt gewoon voort uit hun voornoemde eigenaardigheden.

Hun oorspronkelijkheid is een gevolg van de combinatie van talent en onvoorspelbaarheid. Zij zijn inventief en stellen zich onafhankelijk op van het oordeel van hun medemens. Zozeer zichzelf zijn zij, dat anderen geen vat op hen krijgen. Majestueus autonoom en daarom lang niet altijd bij iedereen populair. Hun leven lijkt een roeping, een opdracht in dienst van hun vak of de maatschappij; hun werk is een passie, geen baantje of functie, maar veeleer een oeuvre of een epos: zij schrijven geschiedenis. Niet altijd komen zij even stabiel over; soms kunnen zij er zomaar ineens de brui aan geven, om daar dan later toch weer op terug te komen, hun tegenstanders in tomeloze verwarring achterlatend. Dit moet per se niet zonder meer met onevenwichtigheid worden verward; het hangt juist samen met hun uitzonderlijke talent.

Soms ook doen charismatische personen expliciet een beroep op het gezond verstand en zijn ogenschijnlijk redelijk. Maar dit is inspelen op sentiment, een oproep tot het gevoel: het zogenaamde gezond verstand impliceert altijd een gevoel. Omdat zij zich bezigheid houden met zaken die door grote delen van de bevolking als boeiend of belangrijk worden ervaren, kunnen zij uitgroeien tot volkshelden of zelfs iconen.

Uiteraard zijn er ook persoonlijkheden die wel degelijk charismatisch zijn, zonder dat het buitenproportioneel is; een politieke leider als Hans Wiegel is daarvan een voorbeeld. In het buitenland zijn er natuurlijk ook mensen (geweest) met een extreme uitstraling, maar dat is moeilijker aan te voelen. Over iemand als Gandhi – een van mijn jeugdhelden – kan geen twijfel bestaan, maar wat te zeggen van Ronald Reagan of Prinses Diana? Bovendien is niet duidelijk of zij hun status ontleenden aan hun charisma of net andersom. Over legendarisch populaire figuren (Luns, Bomans, e.d.) is het eveneens moeilijk oordelen, omdat men dan het tijdsgewricht, hun "context", (weer) voor de geest moet zien te halen. Er bestaat trouwens zelfs zoiets als negatief charisma: de arrogante Harry Mulisch was altijd jaloers op zijn vriend Hans van Mierlo, die juist wél aardig werd gevonden. Zelf ben ik momenteel gebiologeerd door de rabiaat niet-charismatische figuur Richard Nixon – zo weggelopen uit een Griekse tragedie –, maar dat is natuurlijk een literaire afwijking.

Het lijstje van Snijders lijkt mij aardig te kloppen. Iemand met charisma is onafhankelijk maar niet altijd voorbeeldig of onbesproken. Hij – zelden een "zij", want vrouwen zijn niet dominant genoeg – is geen conformist als Melkert (die grapjes uit zijn hoofd leerde), maar wellicht is dat een open deur in een land waar onderhand iedereen eigenzinnig wil zijn. Hoezeer Fortuyn, Van Hanegem, Van Mierlo, Cruijff en Reve ook van elkaar verschillen, het is helder waarin zij overeen komen en waardoor zij uitstijgen boven hun collega's. Zij zijn anders, uitzonderlijk, excentriek of alternatief, stervelingen maar geen gewone. Meer dan gemiddeld begaafd zijn zij, onnavolgbaar – al willen velen hen volgen of meeliften op hun roem of succes –, nooit kleurloos, passioneel, bewonderingswaardig, invloedrijk. Maar hun uitstraling is niet geheimzinnig of onbenoembaar, maar vanzelfsprekend en natuurlijk, want verklaarbaar vanuit hun aanleg en optreden. Charisma lijkt daardoor vooral iets magisch voor wie het ontbeert, maar in feite is deze "betovering" te herleiden tot een aantal herkenbare kwaliteiten.

Gorinchem, 24 juli 2002

 

Terug naar indexpagina van dossier