Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Pim toch messiaans?

 

door Harm Tuenter

Met interesse las ik het artikel Geen Messias (21 mei 2002) van Bert van Weenen. Daarin wijst hij wijst een parallel tussen Pim Fortuyn en de Messias af, als inlegkundige bezigheden van filosofen en theologen. Inderdaad kan men zich vaak afvragen waar veel van dergelijke theorieënmakers zich druk over maken.

In het geval van Pim Fortuyn kon ik me echter na bepaalde gebeurtenissen en uitspraken van zijn politieke volgelingen niet meer aan de indruk onttrekken dat hem messiaanse vermogens werden toegedicht. Met name de toespraak die Mat Herben deed op de verkiezingsavond (13 mei 2002) bevatte elementen met een duidelijk religieus karakter. Zie deze passage:

"Vandaag voelen wij ons wees. Wij zijn onze goede herder kwijt, maar in zijn laatste boek geeft hij ons de blauwdruk van de ideale politicus. Een leider van formaat is vader en moeder ineen. De bekwame leider is de bijbelse goede herder. Hij is normsteller en bruggen-bouwer. Hij is streng en barmhartig. Hij schildert ons het beeld van de toekomst, ontwerpt handelingsmogelijk-heden, maar doet dat alles in het besef van falen en zondigheid, in de wetenschap dat de weg belangrijker is dan het doel. Hij zal de goede herder zijn die ons leidt naar het vaderhuis. Op weg naar de goede herder, op weg naar huis, daar gaat het om. Daar draait het in ons persoonlijk, maar ook in ons maatschappelijk leven om. Dat vereist een mentale vernieuwing van onze leiding-gevende elites, in persoon of door hen te vervangen. Leiders die streven naar het beeld van de goede herder. Die leiding willen geven in dienstbaarheid en in het besef dat het een uitverkiezing is, een roeping en niet een baan of een functie."

Deze woorden draaien er niet omheen. En ze zijn bedacht en uitgesproken door iemand die tot de intimi van de vermoorde politicus hoorden. Dus niet alleen huiskamerschrijvers hebben de messianisering in de hand gewerkt. In het licht van de emoties van een jaar geleden kan ik me voorstellen dat het wat hoog gespeeld werd allemaal. Maar het gaat wel ver.

Overigens ben ik het helemaal met Van Weenen eens als hij zegt dat "het gedachtengoed van 'die ene dode heer van tweeduizend jaar terug' zeker ook nu nog iets voor een mens kan betekenen". Alleen: waarom minder voor de politiek?

Apeldoorn, 13 april 2003

 

Terug naar indexpagina van dossier