|
De paranormale rimram van Susan Howatch
Over 'Carrière' (2002) van Susan Howatch
oorspronkelijk: 'The high flyer' (1999)
Chroom Digitaal Proza, augustus 2002
door Tjerk de Reus
Amerikaanse christelijke websites noemen Susan Howatch zonder omwegen
het prototype van een eigentijds christelijk auteur. Zij zou een nieuwe,
overtuigende vorm van christelijk proza lanceren. Haar jongste, in het
Nederlands vertaalde roman 'Carrière' vertoont echter
geen spoor van groot schrijverschap. Howatch mag dan een vaardig schrijfster
zijn, het blijft allemaal erg aan de oppervlakte en de roman is bovendien
zeer langdradig.
Het is misschien ook wel een typisch Amerikaans boek, dat aan de overzijde
van de oceaan als volstrekt normaal wordt beschouwd en zelfs als uitermate
talentvol wordt beoordeeld. Het is een mix van thrillerelementen, emotionele
psychologie en een specifiek Amerikaans christendom. Het zou ook zomaar
kunnen dat Nederlandse lezers affiniteit hebben met de wereldbeschouwing
die Howatch ontvouwt in deze vuistdikke roman. Het ligt in zo'n geval
voor de hand om zo'n boek te waarderen.
Maar 'Carrière' pretendeert een roman te zijn. Dat betekent dat het
minstens ook aan andere verwachtingen moet voldoen: het verhaal moet
als vertelling indruk maken en de mensen die erin optreden moeten qua
karakter en menselijkheid overtuigen.
Ik vermoed dat het enthousiasme over Howatch uit christelijke hoek
vooral berust op tevredenheid over haar christelijke wereldbeeld. Gemakshalve
vergeet men dan dat de roman niets te raden overlaat, een compleet sluitend
wereldbeeld presenteert en daarom als literair werk onbevredigend is.
Nog afgezien van de eigenlijke inhoud van Howatch' wereldbeeld, want
daar val je van de ene verbazing in de andere.
Paranormaal
Het verhaal behelst een periode uit het leven van Carter Graham. Deze
vrouw heeft een topfunctie in het bedrijfsleven van Londen en haar carrière
staat bovenaan haar prioriteitenlijstje. Ze heeft weinig tijd om "gewoon"
te leven, aandacht te hebben voor mensen om haar heen en voor de mooie
dingen die het leven biedt. Serieuze relaties hield ze altijd buiten
de deur, omdat die haar grip op haar levensplan verstoorden.
Maar uiteindelijk heeft ze een man gevonden die past in haar plan:
Kim Betz. Als ze met hem trouwt heeft ze werkelijk alles afgewogen.
Alle voors en tegens heeft ze helder voor de geest, zelfs de kwaliteit
van het sperma van haar toekomstige man heeft ze gecontroleerd. Maar
al snel we voelen het al aankomen sluipen onzekerheden
het bestaan van Carter en haar echtgenoot binnen. Het heeft allemaal
te maken met het leven van Kim, met zijn verleden en met contacten in
duistere kringen. Na verloop van tijd blijkt dat hij onder invloed staat
van mevrouw Elisabeth Mayfield, een vrouw die over paranormale krachten
beschikt. De ene onthulling volgt na de andere, steeds opnieuw blijkt
Kim maar de helft van de waarheid verteld te hebben. Halverwege de roman
valt er een dode, terwijl tegen het einde van de roman Kim van een flat
springt.
De ontredderde Carter komt terecht in een Londense anglicaanse kerk,
St. Benet's, waar men haar opvangt en begeleidt. Uiteindelijk kan zij
haar leven weer oppakken, hoewel het definitief een andere wending heeft
gekregen. Haar carrière heeft ingeboet aan prioriteit, om plaats te
maken voor betrokkenheid bij medemensen. Tevens heeft ze min of meer
de keuze voor het christelijk geloof gedaan. In de St. Pauls' kathedraal
maakt ze die keuze door te knielen bij het altaar. Intussen is ze dan
verliefd geraakt, zodat een vreugdevol verschiet wenkt.
Psycho-therapeutische vaktaal
Het verhaal leest de eerste paar honderd bladzijden als een trein.
Er gebeurt van alles, de spanning neemt toe. Als lezer raak je steeds
nieuwsgieriger naar de ware stand van zaken. Maar als Carter totaal
overstuur terechtkomt bij de St. Benet's kerk, is het uit met de actie
en begint de grote diagnose.
Twee hulpverleners ontfermen zich over Carter en starten een eindeloze
reeks gesprekken met haar, die zo ongeveer tot het einde van het boek
voortduurt dus nog zo'n kleine 250 bladzijden! In deze gesprekken
neemt Howatch de kans waar om haar christelijke visie ten beste te geven
op de thema's lijden, dood, angst, leven, God, relaties, Christus en
paranormale verschijnselen. Kortom, het is een cursus in levenswijsheid,
die echter zo psychologiserend en beschouwelijk is (zonder werkelijk
diepzinnig te zijn), dat het al heel snel weinig zegt en zelfs verveelt.
De problemen die Kims leven beheersen worden in een bijna psycho-therapeutische
vaktaal onder woorden gebracht. Dat betekent dat de moeilijkheden in
het leven van Kim en ook in dat van Carter nauwelijks voelbaar worden;
Howatch raakt niet de werkelijkheid van het leven. Bovendien worden
er door de therapeuten dingen gezegd waarvan ik al snel ga rillen. Als
het over God gaat, wordt Hij bijvoorbeeld het "integrerend principe"
genoemd. Het persoon-zijn van God of Jezus schuift naar de achtergrond,
om plaats te maken voor een psychisch mechanisme. De pastorale werkers
van St. Benet's noemen zich dan ook "healers".
Christelijk holisme
Carter heeft in haar flat de gestorven ex-vrouw van Kim als een geest
ontmoet. Dat was erg schrikken, maar de healers kijken er niet van op:
het moet een "poltergeist" zijn geweest. Om een einde te maken
aan het verschijnsel wil de ene hulpverlener graag de mis opdienen op
de plek waar de geest verscheen. Verder kunnen alle kamers worden ingezegend
en dan zal het "zo goed als zeker" voorbij zijn.
De twee healers staan een soort christelijk holisme voor, waarbij
het de taak van de healer is "door gebed en sacramenten op één
lijn met God te komen. (…) De bedoeling is om de genezende kracht van
God zo effectief mogelijk te laten stromen naar de situatie die geheeld
moet worden". Gebed speelt daarbij een rol ("contact maken met de oerbron
in jezelf"), maar nergens valt een gebed te bespeuren op de toonhoogte
van de bijbelse gebeden. Vergelijk alleen Psalm 90 en Jesaja 63-64 om
te ontdekken welke verschraling hier intreedt.
Kosmisch boetseren
De twee healers mensen helpen die in de greep van het occulte en paranormale
zijn terechtgekomen. Merkwaardig is het dat zij zich intussen op hetzelfde
paranormale terrein bevinden, hoewel zij het geloof in God als een "tegenkracht"
inschakelen. Op het lijden in de wereld hebben de hulpverleners een
geheel eigen visie: God is deze wereld aan het boetseren. Daarbij maakt
Hij wel fouten, maar alles kan weer "geheald" worden. Dat
is een kosmisch proces, waarvan Kim na zijn dood de vruchten plukt:
zijn leugenachtige en doortrapte geest wordt gekneed en gelouterd totdat
zijn "ware zelf" aan de dag treedt. Zelfs Hitler kan beschouwd
worden als een "foutje" van God.
Zo staat alles in deze roman in het perspectief van lijden en heling,
waarbij opvalt dat tegenover heling nooit schuld staat, maar altijd
psychische pijn en desintegratie. Christus' kruis verwordt in dit kader
tot een symbool van Gods medelijden.
Wat tegenstaat bij een roman met deze strekking is het mateloze simplificeren.
De werkelijkheid wordt tot een paar facetten teruggebracht, waarbij
dan passende oplossingen worden gegeven. Het is een pan-klaar christendom,
waarvan je niet wijzer wordt. Dat men Susan Howatch beschouwt als een
lichtend voorbeeld voor christelijke literatuur, lijkt mij dan ook zeer
raadselachtig. Als men in het Engelstalige christendom zoekt naar een
goed voorbeeld, kan men toch gewoon C.S. Lewis kiezen?
|