Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Mystiek lichaam

Over 'Mystiek lichaam' (1986) van Frans Kellendonk

Chroom Digitaal Proza, augustus 2002

door Gerda van de Haar


Opmerking vooraf van de redactie: Onderstaande fragmenten bevatten de kerngedachten van Gerda van de Haar over Frans Kellendonks magnifieke roman 'Mystiek lichaam' uit 1986. Ze verschenen afzonderlijk, met een paar jaar ertussen, in de tijdschriften Katern en Liter (zie bronvermelding onderaan). Het eerste fragment 'Praxis' was onderdeel van een essay over de leesmethode van René Girard. Fragment nummer 2 was een stuk van een artikel waarin Gerda van de Haar terugkeek op de Nederlandse literatuur van 1900-2000.


1. Praxis

Neem de roman 'Mystiek lichaam. Een geschiedenis' van Frans Kellendonk (1951-1990). Het eerste deel van die roman is geschreven vanuit het gezichtspunt van vader Gijselhart, die zich buitengewoon bekommert om de aandacht van zijn dochter Magda, "buiten wie hij op de hele wereld niemand had" (p. 27). In deel II komt "Broer" in beeld komt, Leendert geheten, de werkelijke hoofdpersoon van de roman, zoon van Gijselhart, stervensjaloers op zijn zuster Magda. Wie het tweede en derde deel gelezen heeft, kan het eerste niet meer onder het toeziend oog van Leendert vandaan denken: Leendert, die vanuit New York gedachten vol wrok en verlangen wijdt aan thuis. Magda wordt in de loop van de roman symbool voor het gezin inclusief kindje, Leendert is de homoseksueel die daar definitief buiten staat.

Leenderts verlangen om gezien, opgemerkt te worden door zijn pa is oprecht, maar het maakt zijn ongeluk uit dat hij dit verlangen van begin tot eind laat bepalen door wat zijn zusje krijgt en hij niet. 'Mystiek lichaam' is wat mij betreft een van de mooiste boeken sinds de Tweede Wereldoorlog: scherp, humoristisch en meteen het allerjaloerste boek dat ik ken. Het is ook een nadenkend boek. De hele vergelijking van moederschap met meer of minder zelfgekozen onvruchtbaarheid speelt zich af in het bewustzijn van het personage Leendert. Leendert is zich sterk bewust van zijn begeerte om te hebben wat Magda heeft, bijna om Magda te zijn, en tegelijk is het het laatste wat hij wil. Magda is zijn "obstakel" (term van Girard), hij stoort zich aan haar, maar hij "weet" eveneens op bevreemdend heldere manier hoe zo'n afkeer zijn eigen leven zo goed als onmogelijk maakt. 'Mystiek lichaam' is door Kellendonk in elkaar gezet als een omgekeerde levensfilosofie.

Girards vraag naar mimetische begeerte verheldert het eerste deel van deze roman en uiteindelijk het hele boek. De veelbesproken ironie van 'Mystiek lichaam' bestaat erin, dacht ik, dat hoofdpersonage Leendert zich qua bewustzijn van zijn leed op een soort metaniveau begeeft. Leendert heeft zijn eigen afgunst en idolatrie betreffende het Gezin (Magda) en de Geschiedenis (die hier de Biologie is, en ook weer Magda) door, tot in al zijn vezels. Men leze zijn onvergetelijke New Yorkse "gebed" tot zijn zuster, het "lafhartig mea culpa" (p. 117-123).

De tweede vraag, die naar geweld, laat zich in 'Mystiek lichaam' op een bijzondere manier beantwoorden. Er is allerlei geweld. Het meest opvallende is wel, dat de geliefde jongen die altijd jochies in huis heeft, tegenover Leendert beweert dat hij goed voor ze is (cursivering in het boek) – "vanaf dat ogenblik … begon hij zich te verdiepen in een eigenaardige ethiek die hij nooit echt zou begrijpen" (p. 86). De personages maken verder geen geheim van hun dubbelzinnige afkeer van joden, homo's, vrouwen.

Het nadrukkelijkst vertelde geweld is echter dat van vader Gijselhart, die zijn zoon niet kan luchten of zien. De lezer komt zulks pas te weten wanneer zoonlief zelf als personage deel II opent, want pa had nog nauwelijks een gedachte aan Leendert gewijd. Vanaf dat moment maken we Leenderts beleving van de werkelijkheid mee: naar eigen ervaring is hij zondebok. Zijn pa, zijn zus, het kind, zijn zwager: allen kijken hem weg, ze loeren op zijn ondergang. En doodgaan zal hij. Het "hoogliedje op de dood" op de laatste bladzijden van 'Mystiek lichaam' laat daar geen misverstand over bestaan. Het personage Leendert heeft zelfs een reden gevonden om zichzelf de dood in te zingen: hij heeft zijn nieuwe geliefde bijna zeker met de dood "bezwangerd". Oorzaak genoeg tot zelfuitdrijving.

Kellendonk laat Leendert van zichzelf een zondebok maken, in dit geval een slachtoffer dat eerst welsprekend protest aantekent maar ten slotte met gevoel voor noodlot berust in de "beschuldigingen" – die alleen al vanwege de uitstoting onwaarachtig zijn. Het is interessant om de opstelling van recensenten tegenover de schrijver te spiegelen aan het zondebokmechaniek waar het boek om draait.

Voor 'Mystiek lichaam' bieden de beide aandachtsvragen van Girard mijns inziens een handzaam middel om de stemmen in de roman op waarde te schatten, waardoor een analyse van vorm en inhoud mogelijk wordt.

 

2. Mystiek lichaam

De opvallendste schrijvers zijn hun tijd vooruit en kunnen dus moeilijk het symbool van die tijd genoemd worden. Zij keren zich er eerder tegen. Pas later worden zij de vertegenwoordiger ervan, wanneer de echte tijdsrepresentanten in hun schaduw komen te staan.

De Romantiek van de negentiende eeuw en het Modernisme van de twintigste hebben alles wat nieuw en origineel leek, begroet als kunst. De Romantiek haalde haar authenticiteit uit de natuur en uit de ziel, het Modernisme (plus dat deel van het postmodernisme dat de doorvoering van modernistische ideeën inhield) richtte zich op de kunst zelf: kunst "vernieuwde" zich in de twintigste eeuw door steeds op een andere manier bij kunst uit te komen – de kunst verbeeldde in de eerste plaats zichzelf.

Dat geldt heel sterk voor de poëzie. Daar leidde dit als vanzelf tot een nauwelijks verholen mystiek "spreken" over poëzie in poëzie. Dat gebeurde vooral door nieuwe vormen van beeldspraak: evocerend in plaats van verhelderend. Het gedicht geeft dan wel het beeld, maar niet waar dat een beeld van zijn moet. Poëzie moest plastisch zijn. Een tweede lijn was dat er weer meer werkelijkheid de poëzie binnen gehaald werd en dat de beeldspraak werd geminimaliseerd. De werkelijkheid als beeld, ook van de poëzie.

Bij het proza ging het iets anders. Dat komt door de geschiedenis ervan. Ooit was proza per definitie geen literatuur, maar met de opkomst van de roman als kunstvorm heeft het proza zich in de westerse literatuur een in het oog lopende plaats verworven. Het woord literatuur is in het dagelijks taalgebruik zelfs zo goed als synoniem geworden met romankunst. En romans zijn in de eerste plaats realistisch. Ze spiegelen de werkelijkheid: de natuur, de zieleroerselen van kind en volwassene, de gang van zaken in de samenleving. Pogingen tot abstracte, artificiële romankunst hebben het eigenlijk niet gehaald. De roman moest en zou een glashelder beeld van de zo ervaren werkelijkheid blijven. Het meer kunstzinnige, structurerende, beeldende, symbolische, eventueel naar zichzelf of naar de kunst verwijzende aspect van verder keurig realistische romans heeft het altijd moeilijk gehad. De lezers en de critici pakten het niet op of stoorden zich eraan. Dan was het niet meer "echt".

Dit puur realistische streven in de ontvangst en in het schrijven van romans heeft de eerstgenoemde twintigste-eeuwse modernistische tendens om kunst om de kunst te maken, kunst die over kunst gaat, nogal tegengewerkt. Je zou ook kunnen zeggen dat het er een soort vluchtweg uit vormde. Of dat de romankunst nog belangrijke ontwikkelingen staan te wachten.

Als dat zo zou zijn, dan geloof ik er persoonlijk niets van dat die ontwikkelingen een inmiddels benauwend l'art pour l'art in zullen gaan houden. Eerder dat het knappe realisme een bedding zal krijgen in symboliek en duiding; dat het poëtisch gehalte van de roman toeneemt, met behoud van de portretterende kwaliteiten; zodat het lijkt alsof er zich – met excuses voor de metafysica – iets achter die werkelijkheid schuilhoudt; wat poëzie al langer probeerde aan te duiden, hoe over zichzelf gebogen zij ook was.

* * *

Een roman waarvan ik hoop dat hij symbool wordt van de Nederlandse literatuur na 1945 is 'Mystiek lichaam' (1986) van Frans Kellendonk: tot in de details gestructureerd, beheerst-barok van stijl, universeel van inhoud. 'Mystiek lichaam' schetst en interpreteert de positie van de erkende homoseksueel (m). Kellendonk doet dat met evenveel inleving als van zelfspot druipende afstandnemerij. Wie een boek over het gezin wil lezen, moet eveneens bij deze roman zijn. Ook over jaloezie – van broer op zus, van vader op schoonzoon, van niet-ouder op zwangere, van buiten-het-paadje op zoals-het-hoort – ken ik geen suggestievere roman dan 'Mystiek lichaam'.

Kellendonk staat natuurlijk in een traditie. Hij is moeilijk los te denken van Gerard Reve (1923). Diens 'De avonden' (1947) is net zo goed symbolisch – voor een iets eerdere periode – en bovendien heel hecht van structuur. Diens poëzie uit onder andere 'Nader tot U' (1966) beschrijft homoseksualiteit (alweer m) in termen van religieuze mystiek – daarmee een klassieke vergelijking omdraaiend en naar eigen hand zettend. Deze vileine ironische actie had een kern van ernst: Reve verbond zonder aarzelen wat hem heilig was met elkaar en heeft zo in seculariserende jaren de godsdienst weer op de kaart gezet.

Frans Kellendonks mystieke lichaam verandert het boek door voortdurend van gedaante: het huwelijk, de kerk, het lichaam van de geliefde jongen, het gezin, bouwsels van allerlei aard – het lichaam moet namelijk gebouwd worden. Daarbij spannen de kerk, de geschiedenis, ook de biologie, het geweten en zelfs stiekem eigen verlangen samen om huwelijk en gezin te begunstigen ten koste van andere seksualiteit. Het amalgaam van krachten dat op iemands ziel inwerkt, wordt in deze roman op alle niveaus en op steeds andere manieren verbeeld. Doordat de kerk er niet als gekke institutie uitkomt, maar als beeld dat in de mensen zelf zit: iets waarnaar zij raar genoeg verlangen hoewel het hun geweten bederft, "gaat" deze roman tevens "over" religie. In zijn essayistiek heeft Kellendonk er herhaaldelijk op gewezen dat wat hem betreft het religieuze veinzen (geloven wat je helemaal niet ziet) weer praktijk mag worden, of in ieder geval inspiratiebron voor de kunst kan zijn.

Reve verslagen door Kellendonk, denk ik dan. Kellendonk zelf zocht het natuurlijk iets verder terug. Hij was een liefhebber van de verhalen van F. Bordewijk (1884-1965). De eerste bladzijde van 'Mystiek lichaam' is te zien als een nadrukkelijke hommage aan de schrijver van 'IJzeren agaven' (1937): "Het gras leek wel ijzervijlsel, zo heiïg was de tuin, het jonge boomblad blikkerde metaalachtig, de perebomen met hun stijf gebalde knoppen leken van gietijzer." Bordewijks verhalen – Kellendonk schreef erover in 'Het werk van de achtste dag' (1985), later opgenomen in 'De veren van de zwaan' (1987) – zijn meer dan realistisch: ze hebben poëtische kracht, ze zijn symbolisch – elk woord is uit op duiding in plaats van op spiegeling. Dat poëtische aspect heeft Kellendonk met vooral 'Mystiek lichaam' op opvallende wijze weer in de Nederlandse literatuur ingebracht.

Kellendonk is ook degene die leent bij de Romantiek, zoals alle schrijvers die ik hier noem. Of het komt door het terugblikken op een hele eeuw en doordat ik persoonlijk een beetje genoeg heb van het kortzichtige ook wel genoemd moedige kunst-om-de-kunst-zonder-erkenning-van-mystiek weet ik niet, maar als ik belangrijke schrijvers moet noemen, kom ik op degenen die de erfenis van de negentiende eeuw bewaard hebben en die tevens volop oog hebben voor de traditie van eeuwen daarvóór. Hoe je het moet duiden als zou blijken dat juist zij overleven, weet ik evenmin. Zou dat een overwinning op het empirisme zijn? Een terugwinnen van het gezonde verstand? Hervinden van geborgenheid? Of een doorzichtige projectie van verklaarbaar maar stompzinnig verlangen?

 


Fragment 1 verscheen eerder in Liter 21, maart 2002, blz. 47-48. Het tweede fragment is eerder gepubliceerd in het culturele jaarboek Katern VIII, Kampen 1999, p. 21-23.

frans kellendonk: mystiek lichaam mystiek lichaam als rainbow essentialherdruk mystiek lichaam uit 2005

Meulenhoff, Amsterdam 1986, ISBN 90-290-2186-1

frans kellendonk: de romansherdruk in 'De romans' (2006)

Athenaeum-Polak & Van Gennep, ISBN 90-253-2760-5


Externe links:

Overige bronnen:

  • De Revisor 1991/1-2: Frans Kellendonk (1951-1990)

AD = Algemeen Dagblad
CW = Centraal Weekblad
FD = Friesch Dagblad
HN = Hervormd Nederland
RD = Reformatorisch Dagblad
ND = Nederlands Dagblad
NRC = NRC/Handelsblad
VK = de Volkskrant
VN = Vrij Nederland

Ontbreekt er een recensie? Stuur een e-mail aan de redactie.


Terug naar boven

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur