Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Oud en nieuw leven

Over 'Houdbaar stof' (2000) van Henk Knol

Chroom Digitaal Poëzie, november 2000

door Liesbeth Bos

De nieuwe Henk Knol is voor poëzieliefhebbers iets om naar uit te kijken. En nu heb ik hem in m'n handen: 'Houdbaar stof', de derde bundel van Knol. Je voelt het stof al in je handen. De bundel is iets om af en toe weer vast te houden. Vol stof tot nadenken, met woorden over aarde, zowel oud als nieuw. Over mensen, oud en jong.

Dood

De bundel bestaat uit 2 afdelingen, 'Kindsdeel' en 'Zo zacht als hier'. De eerste gedichten uit dat eerste deel gaan over oude mensen en (dus) over de dood. Zoals 'Postuum': het stervensproces van een oude man. Mooi wordt het thema doofheid omschreven: "geen stilte overschreeuwt dit ongehoord / onvindbaar zijn wanneer ik ben geruimd". Liever nu doof dan straks vergeten. Doofheid is zelfs "een zintuig in dit naspel op de nacht". In de laatste regel is dat naspel al afgelopen. "De melk staat koud. Het rimpelig vel verstrakt."

Van oud gaat het naar jong, want het laatste gedicht uit het eerste deel heet 'Melktanden in luciferdoosje'. Je ziet het stilleven voor je. "Het mooist verval is groei tegen de dood; / de wortels opgelost in bloeiend bloed" en "uit wat ik kwijtraak groei ik groot". De dood zit er al vroeg in, bij ons. Ondanks groei.

Analyseren

Uit de poëzie van Henk Knol blijft vaak wel een regel hangen met een mooi beeld. Maar de rest van het gedicht is in eerste instantie moeilijk te begrijpen. Toch is dat juist het mooie aan de gedichten: er zit zoveel in, er is elke keer weer iets nieuws te ontdekken. En laat je het gedicht dan eens aan iemand anders lezen, dan kom je samen weer verder. (Tip: lees gedichten samen!) Juist door die diepe betekenis neemt het gedicht toe in waarde. Knols gedichten zijn zo zorgvuldig opgebouwd, dat niets er zomaar staat. Een voorbeeld. Uit het prachtige gedicht 'Bloedje':

Een zoete inval, warm van vruchtvlees was je,
een wolk en vlinders in mijn lijf.

Mijn borst schoot vol; ik maakte bloed
als melk aan, vouwde mijn vel als linnen
om ons heen en elke dag waren er zomers

blauwe namen om je rozig af te ronden.

Dit gedicht begint blij, zoet, zomers, met echte baby-terminologie zoals linnen, wolk, blauw, rozig. Lees dat eerste deel nog maar eens en zie wat al die woorden te betekenen hebben. Maar het blijft niet zo: het warme vlees wordt een "koud, blauw bloedje". "Heeft God geen kind aan jou", vraagt de (niet-genoemde) ik-persoon zich af, "hing mijn hart te hoog". Dit gedicht vind ik bijna te mooi om te analyseren. Lees het maar gewoon, ook het laatste deel:

Alsof je dan weer naast me dribbelt en ik
raak je maar niet kwijt en roep je

terug met nog weer nieuwe namen:
zuigsnuitje, sterf niet zo blijvend in mij uit.

Waarom, analyseer ik dan toch, raakt zo'n gedicht me nou – waarschijnlijk omdat het niet alléen een gevoelsuiting is, zoals veel gedichten dat zijn. Het gedicht geeft daarnaast óok nieuwe woorden aan oude dingen, kent originele beelden, werpt daardoor een nieuw licht op de zaak.

Moeilijk

Niet elk gedicht is meteen makkelijk te begrijpen. 'Zelfportret in opdracht (I)':

Er staat bevroren lucht tegen de koude wand.
Je kunt niet terug, de opdracht is aanvaard.

Je weet: de melkweg tussen oog en eerste hand
zwenkt langs het hart. Verlies het hoofd; Siberisch krijt
voltooit slechts messcherp kijken met genegenheid.

Gezichten staan beschreven op de houten wand.
In glaswerk heb je stof op vlokken licht bewaard.
Wat valt er vast te leggen van zo'n korte stand?

Wat moet je hier nou mee? Bij oppervlakkig bekijken vraag je je al af wat die cursieve regel voorstelt – een citaat? En wat is een zelfportret in opdracht – van wie komt die opdracht dan? "De melkweg tussen oog en eerste hand zwenkt langs het hart" is een mooie zin. Maar wat is dan die afstand, die melkweg? Is de afstand zo groot dat er nauwelijks iets valt vast te leggen? Waarschijnlijk zou ik hier na enige analyse wel meer over kunnen zeggen. En anders de lezers wel (mail maar!). Maar ik wil hiermee aangeven dat ik bij sommige gedichten – met alle respect – denk: doe niet zo moeilijk.

Bijbels

De tweede afdeling uit de bundel begint met vier gedichten bij houtsnedes van Jan Mankes, over een stoel, een egel, een kraai. Verder een route langs zes verschillende landschappen, en 'Brevier': zes gedichten gericht aan God. "Heilige grootspraak in een / randschrift bent u, een koudgevloekt drieletterwoord / en dat nog steeds: met ons." De gedichten bevatten steeds verwijzingen naar de bijbelse elementen. Uit gedicht III van de serie:

Ik geef er woorden aan omdat het op moet houden;
u bent al zo ver heen, een oude geur, bewierookt onder tranen.

En weer komt u de wraak toe, vliegt u mij aan en schroeit
uw naam als nummer in mijn huid. Wat schreef ik dood?

Het zoekende en vragende uit gedicht III wordt toch geloofspoëzie in IV:

Buiten de blauwe kamer van mijn huid moet u bestaan.
(...)
In waterkou en over alles wat hier schreeuwt,
beweegt en ruikt, schrijft u met licht in ieder
landschap de gewijde hoogte, HEERE, van uw naam.

Dat vind ik poëzie: in nieuwe woorden een ander Licht op de dingen laten schijnen. Kijk maar hoe bijvoorbeeld de term "gewijde hoogte" in de voorgaande strofe een heel andere betekenis krijgt!

Bouwde het uitzicht als een tempel om u heen,
ik zie u wel: u weeft met strijklicht een gordijn
waarop een nieuwe aarde is gestempeld;

een blauwe kamer. Voor het raam zie ik de liefste staan.

Deze poëzie geeft hoop, zonder over twijfels en onzekerheden heen te walsen. In dat opzicht lijkt 'Houdbaar stof' veel op Knols debuutbundel 'Toch maar de tuin geruimd'. Maar 'Houdbaar stof' is over het algemeen wat minder toegankelijk, of er is in elk geval enige voorkennis over het onderwerp nodig. Maar vaak is de poëzie mooi en treffend.

Houdbaarheid

Niet voor niets heet het laatste gedicht van de bundel over dood en leven, een reis langs verschillende landschappen, 'Nieuw landschap'. "Wie als een kind wordt stopt zijn zakken vol, / haakt naar de grond waarop hij gaat en telt / de resten om ze te bewaren." Geloven betekent tegen de resten van iets dat eens mooi was aankijken. En dat houdt niet op: "Zijn bloemen bloeien jaren door, alsof / hun kleur, vervloeid tot het voornaamste grijs, / velours werd; een veldboeket van houdbaar stof." Stof zijn we en tot stof zullen we weerkeren – namelijk houdbaar stof.


Eerder verschenen in Marge, augustus 2000

henk knol: houdbaar stof

Boekencentrum, Zoetermeer 2000, ISBN 90-239-9024-2


Meer informatie op deze website:

Externe links:

Overige bronnen:

  • recensie door Rien van den Berg in ND 13 oktober 2000
  • recensie door Tjerk de Reus in CV/Koers september 2000
  • interview door Jan de Bas in HN 3 juni 2000
  • Henk Knol en Koos Geerds over 'Een vaderlandsche geschiedenis' in Liter 12, mei 2000

AD = Algemeen Dagblad
CW = Centraal Weekblad
FD = Friesch Dagblad
HN = Hervormd Nederland
RD = Reformatorisch Dagblad
ND = Nederlands Dagblad
NRC = NRC/Handelsblad
VK = de Volkskrant
VN = Vrij Nederland


Terug naar boven

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur