Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Leve de traditie!

Over Liter 25 (T.S. Eliot-nummer)

Chroom Digitaal Poëzie, april 2003

door Alfred Valstar

"Elk woord vernieuwt de stilte die het breekt"
– MARTINUS NIJHOFF, 'Awater'

Liter 25 viel in de bus, het aangekondigde themanummer over T.S. Eliot. Voor liefhebbers van de Amerikaans-Engelse dichter, zoals ik, kan zo'n speciale uitgave een genot zijn en dat is het ook gebleken. Voor minder toegewijden is het misschien een beetje doorbijten. Ik ben ervan overtuigd dat een dergelijk doorbijten lonend is. Men oordele zelf.

Bob Dylan

De eerste keer dat ik de naam van Thomas Stearns Eliot hoorde, was ik zestien jaar. Ik luisterde voor het eerst naar het lange, apocalyptische 'Desolation Row' van Bob Dylan. In het negende vers wordt verwarring in de westerse cultuur geschilderd. Dylan stelt Ezra Pound en T.S. Eliot ruziënd voor, dichters worden metaforen:

Praise be to Nero's Neptune.
The Titanic sails at dawn
And everybody's shouting
Which side are you on?
And Ezra Pound and T.S. Eliot
Fighting in the captain's tower
While calypso singers laugh at them
And fishermen hold flowers

Een waarschuwing wellicht voor het gevaar dat dichters snel over hoofden heenpraten. Wie deze opgevoerde dichters waren, ontdekte ik korte tijd later. Vooral het werk van T.S. Eliot begon me meer en meer te boeien, het liet me niet meer los. 'The Waste Land' was mijn kennismaking. Hierna was ik verkocht. Zijn bekering tot het (Anglicaanse) christendom was bepalend voor zijn werk van na de twintiger jaren. De altijd aanwezige religiositeit, in of tussen de regels, "maakte" zijn gedichten.

Aswoensdag

De redactie van het literaire tijdschrift Liter heeft een aantal Eliot-kenners uitgenodigd een stuk voor hun themanummer over deze dichter te schrijven. Een aantal bijdragen bestond reeds en werd dus overgenomen. Bart Jan Spruyt, redacteur van het tijdschrift, haalt in zijn introductie Kees Fens aan: "Het werk van een van de invloedrijkste dichters van de twintigste eeuw is aan de Nederlandse poëzie voorbijgegaan." Uitzondering was Martinus Nijhoff, die in meerdere opzichten aan Eliot verwant was.

In 'T.S. Eliot, denker en dichter' doet de Engelse filosoof Roger Scruton alle essentiële zaken uit de doeken over de dichter en zijn oeuvre. Van 'The Waste Land' (waarin Eliot al aangeeft dat levensvernieuwing afhankelijk is van bovennatuurlijke krachten zonder dit nog specifiek religieus te duiden) gaat het naar 'Ash Wednesday', het eind- en hoogtepunt van een ontwikkeling.

'Ash Wednesday' is een christelijk getuigenis en betekent het einde van zijn antropologische houding. Eliot belijdt en beleeft zijn geloof in en via de Anglicaanse traditie. Als Amerikaan keert hij terug naar het land dat zijn voorouders verlieten. Het is een thuiskomst in velerlei opzicht. Eliot, een zoon uit een land zonder of – positiever gesteld – met een jonge geschiedenis, zocht en vond zijn geschiedenis terug in Engeland. T.S. Eliot, de modernist, ondekte en accepteerde de traditie.

Begrippen als "Engels", "Anglicaans", "taal" en "poëzie" gingen een eenheid vormen. In 'Traditie en persoonlijkheid' zegt Eliot zelf: "Traditie valt je niet als een erfenis toe, en wil je traditie hebben, dan zul je daar hard voor moeten werken" en "(...) historisch besef betekent inzicht niet alleen in de verledenheid van het verleden maar ook in de tegenwoordigheid van het verleden".

Als pelgrims onderweg

Zeer leesbaar zijn de twee "pelgrimsverhalen" van respectievelijk Benno Bernard en Michel van der Plas. Benno Bernard knoopt in 'Een Amerikaan tegen de klok in' mooi bij het thema "traditie" aan. Hij zegt: "(…) 'geleden' bestaat niet, denk ik met Eliot mee, alleen het tijdeloze ogenblik telt." Bernard gaat ook in op het probleem met "Eliot, de modernist": "(…) begin ik me te realiseren hoe irritant Eliot wel niet is voor een postmoderne kop vol quark en relativiteit - de latere Eliot althans. Het is niet moeilijk Herbert of Donne (…) te bewonderen; de premisse van onze bewondering is hun natuurwetenschappelijke onschuld,die maakt dat we hun gezeur over God wel kunnen verdragen, bijvoorbeeld door het tot ons eigen humanisme te castreren, door ons bij 'God' iets anders voor te stellen, de moraal of onze eigen vader, of anders een geliefde, al naar gelang de context. Maar zo'n Eliot, die in het holst van de twintigste eeuw, zelfs pal onder de blitz nog, een beetje in God zat te geloven!"

Michel van der Plas gaat naar East Coker, een van de titels/plaatsen uit Eliots 'Four Quartets' (in vertaling opgenomen) en constateert: "Zoals Eliot hier een pelgrim was in 1937, ben ik het nu in 1989." East Coker is de plaats vanwaar Eliots laatste Engelse voorvader naar New England vertrok.

Dichter Willem Jan Otten schrijft in 'Het geboren sterfgeval' over 'Journey of the Magi'. Dit gedicht is wat hem betreft een "sleutelgedicht", waarbij het is "alsof je bij elke herlezing over het belangrijkste heenleest". Dit beroemde gedicht is zowel een kerst- als Goede Vrijdaggedicht. Het gaat over geboorte en dood: "Deze Geboorte (…) was als de Dood, onze dood."

C.S. Lewis

Verdere bijdragen zijn er van Petra Couvée, 'Wat voor een Eliot moet je wezen' (over Eliots invloed in de Russische literatuur), opnieuw Bart Jan Spruyt, 'One of the enemy' (in Liter gespeld met dubbele 'n'). Spruyt gaat in op de moeizame relatie tussen T.S. Eliot en C.S. Lewis ('Narnia Chronicles' en 'The Screwtape Letters'). Een relatie die langzaam verbeterde. De briefhoofden van Lewis' brieven aan Eliot spreken boekdelen. Het ging van 'Dear Sir' via 'Dear Mr. Eliot' naar 'Dear Eliot'.

George Harinck gaat in 'Betoverde herinnering 8' terug naar het Amerikaanse Princeton waar Eliot aan 'The Cocktail Party' werkte. Harinck weet zich een reiziger en ziet Eliot in zijn tijd in dezelfde trein zitten, de New Jersey Transit. De sfeertekening is ronduit prachtig, de verbanden doordacht. Eliot is het onderwerp en daardoor ook zijn geloof. Harink citeert de dichter: ''Only Christianity helps to reconcile me to life, which is otherwise disgusting'.

Het enige minpunt aan Liter 25 is dat er geen actuele gedichten in staan. Misschien hadden dichters ook uitgenodigd kunnen worden om een bijdrage te leveren. Herbert Reeds gedicht 'Chard Whitlow' is al uit 1941. Een gemiste kans op interactie in een verder voortreffelijke uitgave.

 


Informatiepagina over Liter


Terug naar boven

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur