Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Prima zondagmiddaglectuur

Over 'Zoektocht' (2004) van Arie Maasland

Chroom Digitaal Proza, oktober 2004

door Bert van Weenen

Na publicatie van een aantal vertalingen van meditatieve boeken en romans uit orthodox-christelijke hoek debuteerde Arie Maasland (1976) onlangs zelf als prozaschrijver met de novelle 'Zoektocht'. In dit boek schetst Maasland de gebeurtenissen die leiden tot de bekering van Job, een jongen die samen met zijn ouders en zijn jongere zus Annet deel uitmaakt van een bevindelijk gereformeerd gezin.

In vijftien hoofdstukken komt de lezer steeds meer te weten over Jobs gedachten over het erfgoed van de Nadere Reformatie, nog eens aangescherpt door middel van dagboekfragmenten en religieuze gedichten waarin Job in de ik-vorm zijn gevoelens en ideeën verwoordt. In die zin heeft deze novelle één heldere verhaallijn: vindt Job een genadig God tegenover zich en hoe gaat dat in zijn werk?

Gods verborgen omgang

'Zoektocht' wordt gepresenteerd als een fictief verhaal, wat de schrijver zelf nog eens onderstreept in de verantwoording achterin het boek. Toch bevat het wat sfeer en manier van vertellen betreft veel overeenkomsten met Wim Verbooms autobiografie 'Het bevindelijke nest', een boek dat twee jaar eerder verscheen bij dezelfde uitgeverij. In beide boeken gaat het in hoofdzaak om een simpele weergave van het bevindelijk gereformeerde geloofsleven. Alles draait om "het geheim van een authentieke verborgen omgang met God", zoals de flaptekst van Verbooms boek vermeldt.

'Zoektocht' is ideale lectuur voor de zondagmiddag. Literaire intenties zal Arie Maasland er vermoedelijk niet mee hebben, evenzeer als dat het geval is bij zijn pastorale gedichten. Het is eenvoudige kost voor lezers die de bevindelijke wereld een warm hart toedragen.

Een nadeel van 'Zoektocht' is dat het verhaal niet erg concreet is maar voornamelijk bestaat uit theologische overwegingen plus Jobs reflectie op het geloofsleven. Al die dieptepeilingen in eigen ziel krijgen zo kaal, zonder veel menselijke context, het aanzien van een dwangneurose.

Zo bekeken zou je – net als Willy Wouters-Maljaars deed in het Reformatorisch Dagblad van woensdag 22 september 2004 – 'Zoektocht' kunnen kenmerken als een karikatuur, als een uitvergroting van een speciaal aspect van het bevindelijk gereformeerde leven. Dat kan misschien voor sommige mensen pijnlijk zijn om te lezen, Arie Maaslands pastorale bedoelingen met dit verhaal staan volgens mij buiten kijf. Een novelle laat alleen ruimte voor een schets en zo moet je 'Zoektocht' dan ook beoordelen.

Milde kritiek

Echt kritisch kun je deze novelle eigenlijk niet noemen. Daarvoor zijn de kanttekeningen die Job als puber plaatst bij het bevindelijke geloofsleven niet radicaal genoeg, ook al voelt dat voor de mensen in Jobs omgeving wel zo. Een paar keer schrijft Job in zijn dagboek dat hij de prediking in zijn kerk zo dor vindt, zo geesteloos. "De manier waarop het bij ons gebracht wordt – dat kan toch gewoon niet goed zijn?" Maar dit protest en ook de discussies die Job hierover heeft met een ouderling en met zijn ouders, het zijn vooral symptomen van Jobs eigen onzekerheid aangaande het geloof. Zelf iets aangrijpen is bedrog, geldt in Jobs kerk, maar klopt dat wel? Op deze manier toegepast biedt de bevindelijke theologie geen houvast. Heel duidelijk komt dit naar voren in een typerend gesprek tussen Job en zijn ouders:

Zijn moeder was opgestaan om het dagboek in de kast te zetten. Ze zei: "Adam en Eva vluchtten ook bij God vandaan toen ze gezondigd hadden."
Adam en Eva, ja – maar was dat te vergelijken met tegenwoordig? En bovendien...
"Bij hen was het toch juist wél een zaligmakende overtuiging? Toen God hen terugriep kregen ze een belofte van de komende Messias en daar geloofden ze in."
Zijn vader ging wat rechterop zitten. "Dat een zaligmakende overtuiging naar God toevlucht, is toch vanzelfsprekend? Buiten God is geen zaligheid en anders was zo'n overtuiging niet zaligmakend."
Job schudde zijn hoofd. Tjonge, wat zaten ze langs elkaar heen te praten.
"Dat bedoel ik helemaal niet! Kun je zeggen dat een algemene overtuiging bij God vandáán vlucht? Waar staat dat in de Bijbel? Heel die term 'algemene overtuiging' heb ik nog nooit ergens gelezen."
"Zo'n term," zei zijn vader, "is om iets duidelijk te maken. Het is een manier om te spreken over de ware bevinding."
Job zuchtte nadrukkelijk. "Ik snap niet – waarom moeten we het altijd over die bevinding hebben? Met dit soort termen is dat toch alleen maar verwarrend? Je komt er geen steek verder mee."
"Nee Job," reageerde zijn vader na een paar seconden. "De ware bevinding, dat is iets om jaloers op te zijn. Zodat we gaan bidden om er deel aan te krijgen."

De communicatie tussen Job en zijn ouders loopt gedurende het verhaal steeds verder vast. Totdat zijn vader, als Job vertelt dat hij gelooft dat het Heil ook voor hem is, de discussie besluit met een sarcastisch: "Ja ja, dat dacht ik wel."

Eeuwig aan het twijfelen

Het is vooral het overdadige zelfonderzoek, het gewroet naar eigen verdorvenheid, dat leidt tot een eeuwig twijfelen aan jezelf. "Bekeerd, terwijl hij nog maar vijftien was? Eigenlijk kon dat niet. Niet in hun gemeente," staat er meteen al in het begin van het boek. En in zijn dagboek schrijft Job ergens: "Nu weet ik niet meer wat ik moet denken, maar ik hoop dat Hij ook liefde is".

De hoofdfiguur van Maaslands novelle blijft voortdurend twijfelen en mist "de blijdschap waarover je las in bekeringsverhalen" (blz. 21). Hoe kan hij ooit toetreden tot de kleine kudde van Gods kinderen? Wanneer houdt zijn zoeken eens op? In deze zin is 'Zoektocht' net zo'n programmatische titel als de titel Het echte leven is nu van mijn eigen debuutroman, die zich ook afspeelt in bevindelijke kring.

Al die dagelijkse schuld brengt Job zelfs op fatalistische gedachten. "Zolang je onbekeerd bent, maak je iedere dag je schuld groter. Als je het zo ziet, kun je maar het beste zo snel mogelijk sterven. Want hoe langer je leeft, hoe groter de last die je in de eeuwigheid zult moeten dragen." (blz. 41) En een stukje verderop in het verhaal denkt Job dat hij dan "net zo goed meteen voor de trein kon springen" (blz. 59) En tenslotte schrijft hij in zijn dagboek, met een verwijzing naar de bijbelse Job: "Ik ben een koud, zelfzuchtig wezen, mezelf tot last en anderen eveneens. Waarom ben ik geboren?" (blz. 77)

Een onervaren lezer zou misschien kunnen schrikken van de expliciete weergave van al deze twijfels die het orthodoxe geloof bij Job oproept. Maar dat is dan puur het idee bij de lezer, want Maaslands verhaal zelf is nergens schokkend of beangstigend.

Cirkelredeneringen

Als kritische buitenstaander zou je mogelijk kunnen zeggen: in dit verhaal raakt een naïeve jongen verstrikt in de steile theologie van de Nadere Reformatie. Hier wordt iemand de dupe van een bevindelijk (volks)geloof dat bestaat uit paradoxen, contradicties en cirkelredeneringen, allemaal rond één thema: Hoe word ik bekeerd, zodat ik na mijn dood in de hemel kom?

Maar ook deze meer theologische kritiek is denk ik vooral een zaak van de lezer zelf. In Maaslands bekeringsgeschiedenis heeft Job aan het eind vrijwel alles uit de orthodoxe traditie geaccepteerd en zich eigen gemaakt. En dat niet op een remonstrantse of evangelische manier, is mijn indruk.

De waarde van Arie Maaslands novelle is niet gelegen in de literaire evocatie van het bevindelijke milieu, maar wel in de weergave van de crisissituatie waarin je terecht kunt komen als je als jongere de bevindelijk gereformeerde theologie serieus neemt. En dat maakt 'Zoektocht' een verhaal om lering uit te trekken.

Leerdam, 13 oktober 2004

 


arie maasland: zoektocht

Uitgeverij Groen, Heerenveen 2004, ISBN 90-582-9482-x


Meer informatie op deze website:

Externe links:

Overige bronnen:

  • recensie door Hans Werkman in ND 5 november 2004

AD = Algemeen Dagblad
CW = Centraal Weekblad
FD = Friesch Dagblad
RD = Reformatorisch Dagblad
ND = Nederlands Dagblad
NRC = NRC/Handelsblad
VK = de Volkskrant
VN = Vrij Nederland


 

Terug naar boven

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur