Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Gebed uit oprecht schuldbesef

door A. Marja

Ik ken ze Heer, die dierbaar met uw naam
als met de vaderlandse vlag optrekken,
hun eigen vuiligheid ermee bedekken,
en achterbakse, vrome wegen gaan.

Ik ken ze Heer, en mijd hun wrakke kraam,
niet dat ik beter ben dan dit gespuis,
maar als dezulken wonen in uw huis,
blijf ik, vergeef het Heer, liefst buiten staan.

De hemel is op harmonie gesteld,
zo heeft men mij tenminste steeds verteld;
er heerst volkomen rust in 't Vaderland.

Laat mij dan Heer als een getrouwe heiden
de woonplaats van uw vromen mogen mijden,
opdat ik u niet kwel als dissonant.

(uit: 'Tussen Beerta en Parijs - Nagelaten teksten',
Sjaalmanpers, Utrecht/Bunnik 1986)

 

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur