|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
De cirkel is rondOver 'Bijna is de cirkel rond' (2008) van Hennie MateboerChroom Digitaal Poëzie, september 2008 door Alfred Valstar Veel mensen lezen graag gedichten, zeggen ze, maar poëzie is er op hun planken dan nog niet altijd te vinden. Het wordt gauw als moeilijk bestempeld. 'Geef mij maar iets eenvoudigs,' klinkt het dan. Uitgeverijen en boekwinkels weten dat en geven de consument brood en spelen. Wat de boer kent, dat eet hij immers ook. Zo zou je kunnen denken, dat er voor het eenvoudige werk geen kritische norm gesteld hoeft te worden. Een onzinnige zaak wat mij betreft en in dat soort discussie komen we steeds weer terug op het misverstand rond eenvoud en simpelheid. Tussen 'eenvoudige' dichters, rijmelaars, of hoe men zich ook noemen mag, bestaan onderling wel degelijk ook stevige verschillen. Zo is de eenvoud van Jacqueline van der Waals groots en zijn de verzen van Nel Benschop slechts van matig niveau. Het feit dat beide dichteressen een levensbeschouwing hadden die diepweg ook de mijne is, heeft met dit oordeel niets te maken. Bij Van der Waals voel ik een taal zingen die ik bij Benschop alleen maar hoor praten. Ook het werk van Toon Hermans, die heen en weer ging tussen eenvoud en genialiteit, krijgt van mij een voldoende, omdat zijn 'versjes' (zoals hij ze noemde) nooit aan versimpeling ten onder gingen. Niet dat ik vind, dat Nel Benschop wel 'versimpeld' schreef, maar zingen deed en doet haar taal gewoon niet. Benschop vond haar werk trouwens zelf beslist geen poëzie, ook al noemden velen haar werk 'getuigenispoëzie'. Gewoon getuigenis zou een beter woord zijn. Fakkel'Getuigenis' werd een genre dat naast Benschop vele beoefenaarsters kreeg (vrouwen in de meerderheid). Nu – jaren na haar overlijden – verschijnen er nog steeds bundels vol getuigenis. Ook de bundel die hier mijn aandacht krijgt – 'Bijna is de cirkel rond' van Hennie Mateboer – hoort daarbij thuis. De fakkel is overgenomen en uitgevers blazen de vlam behoorlijk aan. In tijden dat een dichter, een 'moeilijke' moet ik misschien zeggen, lastig ergens binnenkomt, zien bepaalde uitgevers, zoals hier De Groot Goudriaan, wel brood in 'getuigenis'. De markt moet wel groot zijn, want aan het niveau van de bundel ligt het niet, die is bijzonder laag. Mateboer doet een verzameling gedichten het licht zien die simpel zijn (niet 'eenvoudig') en bovendien statisch van aard, dat wil zeggen dat er 'niets gebeurt', ze missen spanning. De gedichten beschrijven wat ze beschrijven alsof het gaat om onderschriftjes van foto's in een krant. Verder blijkt het strooien met archaïsch taalgebruik helaas geen tovermiddel om verzen tot echte gedichten te maken. Gewoon Nederlands van alledag – een taal die Mateboer natuurlijk ook dagelijks spreekt – hoeft niet aan de kapstok gehangen te worden om vervolgens je poëziehemd aan te doen. De taal van vandaag heeft genoeg poëzie in zich. Deze pennevruchten zijn beslist minder dan wat ik ooit van Nel Benschop las. Een voorbeeld dat je kunt vinden op bladzijde 64, in het gedicht 'Het kanaal van Almelo naar Nordhorn':
'Zonnelicht' is bij Guido Gezelle prachtig, maar hier had toch echt "in uitbundig zonlicht" moeten staan. Het kan nog gekker, zoals in 'Dakloos' (blz. 10):
Los van de clichérijke beschrijving van iemand die volgens de titel dakloos is, doet "doormart'len" met zijn apostrof echt lachwekkend aan. Waarom moet hier ineens toch nog een woord rijmen? Tenenkrommend is het. De "apostroftechniek" blijkt toch al een geliefd onderdeel van Mateboers schrijfmethode. Voorbeelden te over: d'ochtendstilte, zwerend', gorg'len, 'k, eind'lijk, d'aarde en ga zo maar door. En dat terwijl veel zinnen er bepaald niet beter door gaan lopen. Deze stijl van overbodige leestekens en archaïsche woorden verleent de bundel een negentiende-eeuws karakter, terwijl Mateboer dat karakter weer niet consequent volhoudt. RondDe fakkel is dus doorgegeven aan een dichteres als Hennie Mateboer. Het resultaat mogen we gerust bedroevend noemen. En dan niet gaan zeuren over 'de mooie boodschap', want daar trek je dit zinkend schip niet vlot mee. Wat mij betreft lijdt juist ook die boodschap onder dit erbarmelijk – of moet ik zeggen onerbarmelijk – niveau van dit drukwerk. 'Bijna is de cirkel rond' is de titel van deze bundel. Bijna? Volgens mij feitelijk helemaal. We zijn weer terug bij een getuigenisgenre dat eenvoud verwart met simpelheid. Het misverstand is weer compleet. "Christelijk" betekent weer "kwaliteitsloos". Dit ligt voor een deel aan de auteur zelf, maar nog meer aan de uitgever, die zijn clientèle dus simpel inschat. Het is niet iets om vrolijk van te worden. Een nederlaag voor "christelijk schrijven". Het lezen van deze bundel maakte bij mij zo een emotie los. Op pagina 22 troffen mij deze veelzeggende woorden:
|
|
De Groot Goudriaan, Kampen 2008, ISBN 978-90-8865-042-0 Externe links: |
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |