|
Marinus Nijsse (1904-1978)
"Jarenlang
verrichtte Marinus Nijsse in stilte zijn werk in de rechterflank van
de gereformeerde gezindte. In zijn vroege gedichten is de invloed van
Tachtig nadrukkelijk aanwezig. Zij zijn een late verrukking over de
Schoonheid die gretig wordt ingedronken, maar als Bijbelse poëzie
zijn ze het minst duidelijk herkenbaar. Later weerspiegelt zijn werk
duidelijker de betrokkenheid bij het geloof ('De Alpha en de Omega'
en 'De levensgang', beide uit 1976), al blijven woordkunst en klankrijkdom
een belangrijke rol spelen. Hoe meer Tachtig in zijn werk aan invloed
verliest, hoe duidelijker zijn eigen toon doorklinkt. Opmerkelijk is
de vaardigheid waarmee hij op latere leeftijd tamelijk onbekende en
moeilijke genres als de sonnettenkrans en het refrein hanteert, waarmee
hij een niveau bereikt dat in de Bijbelse poëzie zeldzaam genoemd
kan worden. Zijn werk is vooral de laatste decennia herkend en heeft
op verschillende jongeren invloed uitgeoefend. De bloemlezing 'Het goed
dat eeuwig is' verscheen in 1982." (Bert Hofman)
Dit citaat is afkomstig uit 'Literatuur met de Bijbel' (Reformatie
Reeks 11, Kampen 1984). In zijn eerdere boek over christelijke poëzie
'Dichtkunst, literaire kritiek en creativiteit in de Gereformeerde Gezindte'
uit 1976 nam Bert Hofman een levensbeschrijving van Marinus Nijsse op,
gevolgd door een gesprek met deze dichter (blz. 28-55). Dit boek bevat
ook diverse foto's van de Zeeuwse dichter, waaronder de portretfoto
die in digitale vorm aan deze pagina is toegevoegd.
| |
Nieuw leven
door Marinus Nijsse
Ontvangen als een liefdeblijk van God,
is ied're morgen die voor mij mag dagen.
Ik word gevoed en heb nog overschot.
Wat zal ik dan om groter rijkdom vragen?
Gij kleedt en voedt ook hem die met U spot
en die zijn leven zonder U durft wagen;
die zich niet stoort aan 't goddelijk gebod,
maar leeft naar eigen wil en welbehagen.
Uw zon verrijst en schenkt aan allen licht,
Uw regen moet de dorre akkers drenken,
seizoenen keren op Uw machtig wenken.
Het aardrijk toont 't vernieuwde aangezicht.
Zo zult Gij ook het hemels leven schenken
aan hen die uit de dood zijn opgericht.
|
| Uit: 'Het goed dat eeuwig is' (De Groot Goudriaan, Kampen 1982) |
| |
Boeken van Marinus Nijsse
Dichtbundels
'Eerstelingen' (1963)
'Rijpende vrucht' (1965)
'Gelezen aren' (1974)
'De levensgang' (1976)
'De Alpha en de Omega' (1976)
'Het goed dat eeuwig is' (1982)
Proza
'Langs de Zeeuwsche Schorren' (1935)
'Door woelig water' (1936)
'Rondom Scheldehof' (z.j.)
'Het rode paard in Zeeland' (1965)
'Mensen van het Oude Land' (1976)

Begin van het verhaal
'Langs de Zeeuwsche Schorren' (1935)
|