|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
De sprongOver 'Op de hoge' (2003) van Willem Jan OttenChroom Digitaal Poëzie, januari 2004 door Alfred Valstar Bij Van Oorschot verscheen in 2003 'Op de hoge', een nieuwe bundel gedichten van Willem Jan Otten. Het is de opvolger van 'Eindaugustuswind' (1998), al kwam tussentijds in de reeks PS Poëzie nog wel Neuriënde mensen uit, waarin een aantal gedichten stond die ook weer in 'Op de hoge' staan, zij het soms titelloos en/of veranderd. Dit geldt bijvoorbeeld voor de gedichten op bladzijde 20 en 21. Beide gedichten zijn nu titelloos (was: 'Geknikte zinnen' en 'Mis in g klein'). De bundel is opgedeeld in twee delen. Eén: Op de hoge en twee: Tot een jonge veroveraar in Babylon. Op de hogeHet gedicht 'Op de hoge' is zowel titel- als sleutelgedicht. In dit gedicht staat de ikfiguur aan het eind van het zwemseizoen op de hoge duikplank van het zwembad. De badmeester sloot de hokjes af en "fietste neuriënd september in". De ikfiguur wil de sprong maar wagen. Hij weet echter niet of met de badmeester misschien ook het water verdwenen is:
Het moest ervan komen, de sprong. Maar is het een sprong in het duister? Eén in vertrouwen? Eerder in het gedicht lezen we: "Wie had mij naar boven gebracht?" Er gebeurt dus iets met de hoofdpersoon buiten hemzelf om. De gebeurtenis is ingrijpend:
Vrees wordt voelbaar gemaakt, maar de sprong wordt desondanks gewaagd. Het "doopselzachte" water geeft het gedicht zijn definitieve religieuze duiding. Dat Willem Jan Otten de keuze voor het (katholieke) geloof gemaakt heeft, is al uit en te na besproken. In deze bundel wordt, geheel in lijn met het titelgedicht, de schijnwerper gericht op het stadium voor en na die keuze. Dit is onder andere terug te vinden in 'Bij de verkoop van mijn boot de vrijheid':
Er is sprake van afscheid, al blijft het oude in poëtisch opzicht relevant. Het schip gaat scheep in de dichter, het wordt een herinnering. Het "nieuwe" is te vinden in het ene meer dat "er nog maar is om op te gaan". In 'Op de loopplank' verandert 'voor in na':
Hier proef ik, in "het godverlaten gat dat moet voldaan", Pascal en Bono. Bono, de zanger van U2, schreef in 'Mofo': "lookin' for to fill that GOD shaped hole". De totale religieuze strekking is hier onmiskenbaar. "Eens breken ons de vliezen van het blijken" schrijft Otten in het titelloze gedicht op bladzijde 4. Het geloof is voor hem een inzicht dat moest komen. Naast persoonlijke, beschouwende gedichten bevat deze bundel ook meer beschrijvende zoals 'Maria', een prachtig advents-, kerst- en paasgedicht, waarin Maria in de ikfiguur God aanspreekt:
Maria ervaart wat Jezus ervaren gaat. De verwantschap is sterk. Ook Jezus doet geboren worden:
Prachtig getroffen is ook 'Een deur in Gorinchem', een gedicht over de fatale schietpartij in Gorinchem, waar een aantal kogels door een deur heen geschoten werden. Drie wachtende meisjes werden hierdoor gedood:
Tot een jonge veroveraar in BabylonDeel twee is een cyclus van acht gedichten die Alexander (Iskander) de Grote als hoofdpersoon hebben. Ze gaan over een veroveraar maar feitelijk vooral over iemand die op zoek is en daarin vinden we de zoekende mens/dichter terug:
De prijs van het militaire succes is bitter voor de zegevierende Alexander: "Je hebt je mannen horen krijten". We weten dat de veroveraar uiteindelijk niet door het zwaard maar door ziekte wordt geveld. Hij sterft jong. Aan het eind van Ottens cyclus verzucht de grote Alexander: "leer mij zijn / degeen die zweeg, en liet, niet overwon." Niet door geweld. De veroveraar wordt overwonnen. De zoeker vindt wanneer hij het zwijgen leert en de heerszucht los kan laten. Ottens poëzie vraagt om aandachtige lezers. Sommigen zullen moeite hebben met zijn taalgebruik (dat erg nauw luistert) en zijn neologismen ("bangverlang", "doopselzacht", "lussenwevend"). De neerlandicus die gewoon is het rode potlood te hanteren, geniet minder dan mogelijk is. Gelukkig houden veel kunstenaars zich niet altijd aan alle 'kunstregels'. Een houding die al veel meesterwerken heeft opgeleverd. Wie bij deze poëzie de moeite neemt wordt zeker beloond. En wat het religieuze in deze bundel betreft, het vereenvoudigt het doorgronden niet. Het is eerder mysteriespel dan belijdenislyriek. Gelukkig maar. De lezer wordt meegevoerd langs plaatsen waar de dichter is geweest en, gelovig of niet, de ervaring is indringend. |
|
G.A. van Oorschot, Amsterdam 2003, ISBN 90-282-4014-4 Meer informatie op deze website: Externe links: Overige bronnen:
AD = Algemeen Dagblad |
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |