|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
De noodzaak van liefde Over de verfilming van 'Het negende uur' van Pieter Nouwendoor Ronald Westerbeek Op het Filmfestival in Utrecht ging onlangs 'Het negende uur' in première. Het is een verfilming van de gelijknamige roman van Pieter Nouwen, waarin een atheïst de Christuspartij in de Mattheüs Passion vertolkt, zonder enig respect voor de religieuze betekenis. De roman gaat over de onvrijblijvendheid van het lijdensverhaal. Maar waar gaat de film over? Miriam Wicherson (Carla Hardy) werkt voor een escortbureau. Tegenover haar puberende dochter houdt ze stug vol dat dit een eerzaam beroep is, waarin het gaat om het geven van liefde en het verlenen van troost. Haar dochter werpt haar voor de voeten dat liefde niet te koop is. Een van Miriams vaste klanten is de uiterst onsympathieke Edward Schneider (Bart Klever), een bas-bariton die het nooit verder heeft gebracht dan de kleine zalen. Hij krijgt de kans van zijn leven, wanneer hij onder de beroemde dirigent Stanislaus Agincourt de Christuspartij mag vertolken in de Mattheüs Passion van Johann Sebastian Bach. De rol heeft volstrekt geen religieuze betekenis voor hem, sterker nog, Jezus vindt hij maar "een schuldbewuste, bange kwezel". Dit tot grote ergernis van de diepgelovige dirigent, Agincourt, die vindt dat de muzikale en religieuze inhoud onmogelijk van elkaar zijn te scheiden. Ook Schneiders vaste begeleider, Jan Wynandts (Has Drijver), wordt tot het uiterste gedreven door Schneiders spottende houding. Jan is eigenlijk driedubbel gekwetst: in zijn liefde voor Jezus, in zijn liefde voor Bach en in zijn bijzondere liefde voor Schneider, die hem ronduit onbeschoft behandelt. Aan het begin van de film, tijdens een onstuimige onweersnacht, treft Miriam haar klant in verwarde toestand aan in zijn appartement. Tot haar ontzetting ziet ze dat zijn rechterhand met een enorme spijker is vastgenageld aan de tafel. "Wie heeft dat gedaan?" vraagt ze hem. Schneider knikt met zijn hoofd naar een platenhoes bij zijn muziekinstallatie. "Hij daar. Bach." Het verdere verloop van de film is een knappe wisseling van flashbacks, waarin geleidelijk duidelijk begint te worden wat zich heeft afgespeeld tussen Schneider, Jan en Miriam. Alledrie maken ze een belangrijke ontwikkeling door, die vooral in gang lijkt gezet door de Mattheüs Passion. Televisiefilm'Het negende uur' werd in opdracht van de Evangelische Omroep verfilmd en zal waarschijnlijk rond Pasen op televisie worden uitgezonden (gebeurde op 21 maart 2001; red.). De verfilming werd mogelijk gemaakt door het Telefilm-project. Dat is een samenwerkingsverband tussen de omroepen en filmproducenten, waarbij het grootste deel van het filmbudget op tafel wordt gelegd door stimuleringsfondsen en staatssecretaris Van der Ploeg van Cultuur. "Dit project maakt het voor omroepen mogelijk volwaardige televisiefilms te maken," vertelt Natasja Visser, hoofd Drama van de EO. Het totale filmbudget van 1,7 miljoen had de omroep onmogelijk zelf op tafel kunnen leggen. Ze koos zelf voor 'Het negende uur'. "Iemand had me de roman van Pieter Nouwen laten lezen en ik was er onmiddellijk door gegrepen. De essentie van de roman is dat met God niet te spotten valt: je kunt niet, zoals Edward Schneider, op een blasfemische manier omspringen met het lijden en sterven van Christus. De Mattheüs Passion is niet zomaar een muziekstuk. Het geloof komt uit zo'n werk naar voren." De EO koos niet de geringste filmmakers. Producent Paul Voorthuysen verzorgde onder meer de veelgeprezen verfilming van Hella Haasses novelle 'Oeroeg'. Het scenario werd geschreven door Ger Beukenkamp, die eerder het script schreef voor 'Ik ga naar Tahiti', over de graficus H.N. Werkman. Regisseur Gerrard Verhage, die 'Ik ga naar Tahiti' (Prix Italia op het filmfestival van Rome) regisseerde, sleepte vorig jaar nog een Gouden Kalf voor beste televisiedrama in de wacht voor zijn verfilming van Kees van Beijnums roman 'Dichter op de Zeedijk'. Met de filmische kwaliteit van de film zit het dan ook wel goed. De dramatiek is soms wat stevig aangezet, zoals we dat gewend zijn van Nederlandse films, en de dialogen zijn vaak wat erg nadrukkelijk, zoals we dat ook gewend zijn. Maar dat voor lief genomen, is het een sfeervolle film met bijvoorbeeld prachtig camerawerk, verrassende scènewisselingen die de vaart en de suggestie goed in het verhaal houden, enkele subtiele visuele verwijzingen, en vooral ook een erg mooi lichtgebruik. De film doet beslist niet onder voor andere Nederlandse literaire verfilmingen. Ook het acteerniveau is heel behoorlijk. Met name Edward Schneider wordt overtuigend neergezet: zijn mateloze arrogantie en de vernietigende, manipulatieve wijze waarop hij anderen behandelt, maar tegelijk zie je hem kwetsbaarder worden, onzekerder, wanhopig. Hij is erop uit om de eeuwige spotlust rond zijn persoon "een tweederangs zanger" te wreken. Maar wat niemand in zijn omgeving ziet, is dat hij het steeds moeilijker heeft met zichzelf. Het lukt hem niet de muziek van Bach te doorgronden en de Christuspartij geloofwaardig te vertolken. "Een acteur als Thom Hoffman had die rol ook goed kunnen spelen," zegt regisseur Gerrard Verhage. "Maar Thom was op dat moment niet beschikbaar. Vervolgens heb ik gekozen voor minder bekende acteurs, wat ook zijn charme heeft. Bart Klever, die de rol van Schneider speelt, heeft veel theaterervaring en hij is erin geslaagd precies de Schneider neer te zetten die ik wilde zien: een eerzuchtige egoïst, die denkt dat hij anderen kan bezitten door ervoor te betalen, en meent dat hij dan ook het recht heeft ze te kwellen om zijn eigen onzekerheid af te reageren." Grondig aangepastWie de roman van Pieter Nouwen kent, zal even moeten slikken bij het zien van de film. Zoals onvermijdelijk bij verfilmingen, is het verhaal grondig aangepast. Op de eerste pagina's van de roman wordt Edward Schneider dood aangetroffen in de theekoepel van zijn buitenhuis. De hoofdfiguur is de politie-inspecteur die deze mysterieuze zaak vervolgens onderzoekt. Bovendien is de roman doorsneden met andere verhaallijnen, die zich in een andere tijd afspelen: over de kruisiging van Jezus en over Johann Sebastian Bach, die doende is de Mattheüs Passion te schrijven. Aan het slot van de roman komen deze lijnen op enigszins mystieke wijze bij elkaar. Pieter Nouwen heeft zelf ook behoorlijk moeten slikken. "Ik heb in eerste instantie een poging gewaagd zélf het script te schrijven, omdat ik er huiverig voor was dat men volledig aan de haal zou gaan met het boek," vertelt hij. "Maar het bleek lastig om voldoende afstand te nemen. Bovendien is me gebleken dat het schrijven van een filmscenario een vak apart is. Uiteindelijk ben ik ermee akkoord gegaan dat de opdracht aan een ervaren scenarioschrijver zou worden gegeven. Toen deze schrijver, Ger Beukenkamp, met zijn synopsis kwam, schrok ik daar in eerste instantie erg van. Hij had het verhaal drastisch vereenvoudigd, het Bach-verhaal was volledig geschrapt en hij liet Schneider niet doodgaan, maar met zijn hand aan een salontafel worden gespijkerd. Ik begrijp ook wel dat het verhaal korter en minder complex moest worden. Maar toch, ik was er niet gelukkig mee." "Het was even schrikken," geeft ook Natasja Visser toe. "Maar in het boek waren drie elementen die niet verfilmbaar waren: de kruisiging van Christus, de historische verhaallijn van Bach, en het abstracte slot van het boek. Bovendien is het vrij lastig als je hoofdrolspeler aan het begin direct dood is. De oplossingen die Ger Beukenkamp daarvoor bedacht, zijn op zich geniaal. In zijn scenario is er een levende Edward Schneider die een catharsis doormaakt, een zeer charmante Jan Wynandts, en een veel realistischer slot. Ger Beukenkamp heeft zichzelf daarmee ontzettend bewezen, vind ik." Ook regisseur Gerrard Verhage was enthousiast over het scenario. "Ik had ooit een recensie van de roman gelezen en toen onmiddellijk gedacht: dat moet ik nog eens lezen. Ik hou zelf enorm van de muziek van Bach, vooral de cantates. Voor zover er bij mij sprake is van enig religieus gevoel, is dat 'getriggerd' door de Johannes Passion in de film 'De spiegel' van Andrej Tarkovsky. Maar de roman is er abstract en mysterieus. Dat is geen sterke vorm voor drama. Ger heeft daar een prachtige draai aan gegeven. Ik begrijp wel dat Pieter het daar moeilijk mee had. Maar ja, hij heeft natuurlijk weinig ervaring met film. Eigenlijk zou elke schrijver het net als Harry Mulisch moeten doen: je incasseert je geld en trekt vervolgens je handen af van de film." "Er zijn momenten geweest dat ik overwoog met het hele project te stoppen," zegt Pieter Nouwen. "Ook het uiteindelijke script vond ik te soapachtig, de dialogen waren te opgelegd en de rol van Jan Wynandts was onbevredigend uitgewerkt. Dick van den Heuvel van de EO en ik zijn toen nog flink aan de slag geweest met het script, maar toen we daarmee klaar waren, bleek Gerrard Verhage al aan het draaien te zijn. We kregen de toezegging dat hij zoveel mogelijk van onze voorstellen nog zou verwerken, maar toen ik de eerste viewing zag, bleek dat nauwelijks te zijn gebeurd. Dat ik me niet heb teruggetrokken, komt omdat er in het hele proces geen duidelijke beslissingsmomenten waren. Ik zat een beetje gevangen in het proces. Maar goed, achteraf vind ik het toch goed dat ik geen nee heb gezegd. Het moest natuurlijk een publieksfilm worden. En ik vind dat Gerrard als regisseur uitstekend werk heeft geleverd. Wat ik heel leerzaam heb gevonden, is het verschil te ontdekken tussen het script en de uiteindelijke film. Gerrard heeft prachtige dingen gedaan met het acteerwerk, de beelden en het tempo. De dynamiek van de film neemt je mee. Ik denk dat je roman en film elk op hun eigen merites moet bekijken." GeloofsinhoudToch bevredigt de film niet helemaal. De roman van Pieter Nouwen gaat onder meer over de vraag of een diepreligieuze compositie als de Mattheüs Passion kan worden uitgevoerd door niet-gelovigen. Dirigent Agincourt meent stellig van niet, omdat zij onmogelijk de geestelijke diepte ervan kunnen peilen. Het is hem een doorn in het oog wanneer niet-gelovigen de Mattheüs Passion vertolken als een ware het een niet-religieus muziekstuk. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de roman van Pieter Nouwen hetzelfde is overkomen. Kunnen niet-christelijke scenarioschrijvers, regisseurs en acteurs de geestelijke diepgang van een roman als 'Het negende uur' peilen en vertolken? "De roman gaat over schuld en de vraag naar de mogelijkheid van vergeving," zegt Pieter Nouwen. "Waar de film over gaat, weet ik nog steeds niet precies. Het moet iets zijn als de noodzaak van liefde. De religieuze aspecten blijven aan de oppervlakte. Ze komen naarvoren in de dialogen, maar in de aard van de handelingen spelen ze geen rol." Degene die het meest zijn stempel drukt op de film, is natuurlijk de regisseur. Hij is degene die de acteurs aanstuurt, de onderhuidse sfeer bepaalt en kiest welke nadrukken worden gelegd. Waarover gaat de film volgens Gerrard Verhage? "Goed, je kunt natuurlijk zeggen dat de film over de noodzaak van God gaat, zoals de EO doet," zegt Verhage. "Maar volgens mij gaat de film over de noodzaak van liefde. De essentie is: je kunt niet spotten met je 'gevoelens'. Elke vorm van cynisme keert zich uiteindelijk tegen jezélf. Dat is natuurlijk vrij lastig vorm te geven in een verhaal. Pieter lost dat in zijn boek op een bijzonder abstracte, mystieke manier op, waardoor je als lezer onmogelijk je vinger kunt leggen op wat er nou precies aan de hand is. In een film is dat lastiger. Ger heeft dat heel mooi opgelost door het zich gewoon tussen mensen te laten afspelen, in menselijke proporties. Wat mij betreft gaat de film over een hoer, een godloochenaar en een homo, die in de loop van de film alledrie tot een zelfinzicht komen. En daar speelt Bach dan een klein rolletje in. Het gaat over de liefde, die dwars door afwerende houdingen en kromme situaties, uiteindelijk toch triomfeert: de hoer ontdekt dat ze van haar klant is gaan houden, de klant leert daardoor wat echte liefde is, en de homo, tja, hij heeft in elk geval wel geleerd dat zijn liefde zo vérgaand is, dat het hem tot een nogal bizarre daad heeft gebracht." Natasja Visser lijkt er niet van onder de indruk dat de regisseur geen enkele religieuze lading aan de film verbindt. "Als iemand zelf niet gelooft, dan zal hij weinig geneigd zijn de rol van het geloof te erkennen. Laat ze het dan maar liefde noemen. Het is toch prachtig dat ieder het zijne uit de film haalt? De film werd positief ontvangen op het Filmfestival Utrecht. We bereiken dus een breed publiek. Natuurlijk hoop ik van harte dat mensen beide visies in de film ontdekken: de rol van de liefde en de rol van het geloof. Edward Schneider wordt zich ervan bewust dat hij de Christuspartij niet geloofwaardig kan vertolken zolang hij geen respect opbrengt voor het geloof van Bach. Om de essentie van de Mattheüs Passion te doorgronden, grijpt hij tot het meest ultieme middel: hij wil de pijn voelen. Maar hij ontdekt dat zelfs dat hem niet helpt. Alleen de liefde kan een mens innerlijk veranderen." De suggestie als zou de roman van Pieter Nouwen hetzelfde zijn overkomen als de Mattheüs Passion wanneer die wordt vertolkt door niet-gelovigen, vindt ze bijna onbegrijpelijk. "De religieuze lading van de film is zo ontzettend duidelijk. Agincourt is heel expliciet: wie de Mattheüs Passion wil vertolken, moet zich volledig inleven in de religieuze strekking ervan. Edward Schneider raakt daarvan doordrongen, al is het in stilte. Uiteindelijk zegt hij nee tegen zichzelf en ja tegen Agincourt en Jan. Miriam weet aan het begin van de film niks van het geloof of van Bach. Gaandeweg raakt ze geïnteresseerd en beseft ze dat haar leven niet goed is, ook al hield ze dat tegenover haar dochter stug vol. De rol van het lijdensverhaal kan de kijker nauwelijks ontgaan." Maar een niet-gelovige filmploeg die subtiliteiten geloofwaardig vertolken? "Goed, je kunt zeggen: dat kan alleen met een christelijke scenarioschrijver, christelijke acteurs en een christelijke regisseur. Maar die zijn er niet. Althans, niet van een goed niveau. We staan als EO voor de keuze: of we maken niks, of we proberen het te doen zoals met 'Het negende uur'. Christelijk Nederland loopt ontzettend achter op het vlak van theater en film. Christelijke ouders sturen hun kinderen niet naar de filmacademie of de toneelschool. En dus zijn we als EO genoodzaakt om met niet-christenen te werken." N.a.v. 'Het negende uur' (NL 2000, televisiefilm, 94 min.) Eerder verschenen in CV/Koers, december 2000
|
|
|
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |