|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
Thomas verzamelt geen postzegelsOver 'Embargo' (2000) van Hilbrand RozemaChroom Digitaal Poëzie, oktober 2000 door Hans Werkman "'In het water verdwijnt een roestige trap. Thomas durft er wel vanaf, wat dacht je dan. Laat andere mensen maar postzegels verzamelen, hij spaart gevaren." Dit zijn een paar nieuwsgierig makende zinnen uit het 'Schrijversdagboek' van Hilbrand Rozema in Liter 4 (okt. 1998). Ter vergelijking de eerste regels van het eerste gedicht uit Rozema's nieuwe dichtbundel 'Embargo'. Het gedicht heet 'Een escorte voor Thomas'.
Deze bijna-gelijkluidendheid van proza en poëzie is in de literatuur meer vertoond. Herman de Coninck schreef eerst in zijn Afrikaans reisdagboek over de "absolute juffrouwelijkheid" van de giraffen en het "slobberbroekenbeton" van de olifanten en later zag je dat mooie proza in mooie poëzie geknipt terug in zijn dichtbundel 'Vingerafdrukken'. Bij Hilbrand Rozema ging het andersom: van het gedicht naar het dagboek. Het gedicht 'Een escorte voor Thomas' verscheen in maart 1998 in Icarus, het dagboek werd drie maanden later geschreven. Poëzie steekt anders in haar vel dan proza in het zijne. Algemeen heerst de gedachte dat poëzie de dingen kort en diep zegt, en proza de zaken breder uitstalt, maar Rozema logenstraft deze vermeende waarheid. Zijn prozacitaat telt 25 woorden, het corresponderende poëziecitaat precies twee keer zoveel. OnderstebovenZijn poëzie neemt de lezer bij de benen en heeft daarvoor woorden nodig. Neem de hoofdzin van de eerste strofe: "Uit postzegelverzamelaars bestaat al de helft van de mensheid." Als dit proza was, zou je het vanaf het tweede deel lezen. Er staat nog veel meer op z'n kop door de lengte van de tussenzin. Die tussenzin irriteert bovendien heerlijk. Immers: "ondersteboven" betekent gedurende één leesseconde: "geschrokken, ontdaan". Met deze betekenis in je hoofd lees je verder en ontdek je: "ondersteboven aan het klimrek". Die regel eindigt op "kerktoren". De eerste flits is: hij hangt ook ondersteboven aan de kerktoren. Maar als je doorleest blijkt dat hij die toren alleen maar (nou ja, alleen maar) langs de buitenkant beklimt. Intussen hebben die misverstandjes hun poëtische dubbelwaarde gezaaid, en zo hoort het ook. In dit gedicht is Thomas van kind tot volwassene, van klimrek tot kerktoren, een durver. Ondersteboven kiest hij voor het risico. En tégen het burgerlijk establishment van de brave buikige postzegelverzamelaar. Hij kiest de schrale boterham van het riskante bestaan. Het is of ik hier even 'Het uur U' van Nijhoff lees: tégen de burgerlijke straat, vóór het avontuur van het experiment dat slechts een sobere boterham oplevert. In tegenstelling tot de mensen in de straat van Nijhoff houdt Thomas vol. De "ik" in de gedichten van 'Embargo' voelt zich daar zeer bij betrokken. Die "ik" komt wel thuis na verre buitenlandse reizen, maar het hart blijft zwerven en protesteren tegen de ijdelheid van de belegde boterham van de postzegelverzemelaar. Zie hier een thema van 'Embargo': vitalist tegen filatelist. Daar is in deze bundel een hand van Hogerhand bij nodig. Thomas, een oermens, een Kelt, levend op een dodenvlot, nagekeken door het burgerdom in stropdas en met zakenkoffertje, Thomas surft onder bescherming van engelen. Het zijn de engelen die men ziet op een schilderij van John Duncan uit 1913. Maar ook de dieren der zee escorteren mee, en Thomas zal dat met zijn twijfelende naam en met al die risico's wel nodig hebben:
Dit escorte opent en sluit op de gelukkig gevonden rijmwoorden "meeuw" en "mee". Op de jurk van één engel heeft Duncan trouwens stiekem de jongen Jezus geschilderd, in de timmermanswerkplaats van zijn officiële vader zagend aan een plank die hij onder zijn knie geklemd houdt. Zaagt Jezus een surfplank? Bereidt Hij zich voor op de grote risico's van zijn aanstaand bestaan op de wilde golven? De lezer van dit fraaie gedicht mag het zeggen, mag het verbinden aan Thomas' bestaan, mag zich uitgedaagd weten in z'n eigen bestaan. BuitenlandHet lange openingsgedicht van 'Embargo' is een prachtig verhaal, een legende, een mythe van het risicovolle menselijk bestaan, omhuld met bovenmenselijke begeleiding. Er zit veel buitenland in deze bundel. Er is een voorlopig drieluik 'Beieren' met de nummers 1, 4 en 6. Je ziet er een variant op de bleekvelden van Ruysdael in 'Gezicht op Haarlem':
Er is een dal waar godsvrede afdaalt. Maar er is ook een "constant verval" als van een fin de siècle; een tachtigjarige vrouw Holle, verstopt in een villa in een bos, kan de aftakeling verwachten:
Zulke klassieke regels hebben een klassiek metrum. In het eerste gedicht van het Beieren-drietal jongleert Rozema van de ene maatsoort naar de volgende. De eerste strofe:
In regel 1 wisselen de onbeklemtoonde en de beklemtoonde lettergreep elkaar af als het regelmatige gebonk van de trein in de rails: op weg. Regel 2 en 3 hebben het ritme van het middeleeuwse toppenvers met drie of vier toppen in de dalen: het landschap. Regel 4 vertoont een zuivere amfibrachys, onbeklemtoond, beklemtoond, onbeklemtoond, enzovoort: de rust. Verderop in het gedicht een mooie dactylus: "menend een reikhalzend roofdier te zien" en nog een amfibrachys ter afsluiting: "Hij was in dit donkere naaldbos de enige lamp." Ik weet niet of Rozema deze wisselingen van metrum bewust heeft aangebracht. Ik denk het niet. Ze tonen gewoon aan dat hij een dichter is. Maar ik vind dat hij af en toe te stijf van beelden staat:
Dit cluster van metaforen werkt vermoeiend door de overdaad. En soms denk ik: te veel woorden. De laatste strofe van 'Beieren 1' mag van mij weg, omdat het de lezer voor de voeten loopt met uitleg en toevoeging. Hetzelfde geldt de laatste drie regels van het derde Beieren-gedicht. Maar dit zijn uitzonderingen. EngagementIn de eerste gedichten wordt een maatschappelijk engagement voorbereid. In de reeks 'Afrika, Afrika!' is die betrokkenheid geheel en al aanwezig. "Europa / wordt een landhuis, leeg." In het riskante buitenland Afrika sterven kinderen. Engagement is voor poëtische kwaliteit meestal niet zo goed, of men moet Vroman heten. Het eerste Afrika-gedicht van Rozema heeft iets van een politiek pamflet. Het tweede niet, en juist regels daaruit, over stervende kinderen, zou je zo op een protest-affiche kunnen uitvergroten, regels van pijn:
'Embargo' heet de bundel. Koopwaar onder embargo is economisch niet verhandelbaar, nog niet. Afrika roept in de herinnering de geuren op van specerijen, maar ze liggen onder embargo, want het stinkt in Afrika te veel naar doodgaan.
Uiteindelijk is er in de bundel een problematische thuiskomst in een cyclus van drie gedichten. De journalist moet zijn zwerflust en fantasie afleggen ("voor de huur bedanken van geleende heldenlevens") en persoonlijk iets van waarde proberen terug te vinden, want een mens kan niet leven zonder enige harmonie. In het voorlaatste gedicht verschijnt de harmonie in een droom: een stijlvol ingericht huis met bloemen en open binnendeuren. Het is het eigen huis van de "ik", maar hij kan er alleen in de droom rondlopen en dan lijkt het toch zijn eigen huis niet. Hij is verdwaald in het bestaan.
Kan in een barre wereld het 'huis van de verwondering' weer opengaan? Zie de slotregel van de bundel: "Want alles wat je nodig hebt is alles wat er is." Let wel: er staat niet dat alles wat je nodig hebt aanwezig is. Er staat: je moet kunnen leven met een aanwezig minimum. Ook deze regel protesteert tegen uitgezwaarde postzegelverzamelaars en tegen zakenmannen in costuums met stropdassen en zwarte koffertjes achter de winst op World Online aanjagen. Het gaat in het menselijk bestaan om hogere risico's en waarden. Het embargo daarop dient internationaal opgeheven te worden. De oplage van 'Embargo' is klein en genummerd. De boekverzorging was in handen van Steven van der Gaauw. Ook dit maakt 'Embargo' tot een collector's item. |
| Uit nummer 13 van het christelijke literaire tijdschrift Liter
Hengsteboer, Zeewolde 2000, ISBN 90-805-5121-x Meer informatie op deze website: Externe links: Overige bronnen:
ND = Nederlands Dagblad |
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |