|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
Jan Siebelink onderweg naar zijn vaderOver 'De bloemen van Oscar Kristelijn' (1998) van Jan SiebelinkChroom Digitaal Proza, januari 2001 door Hans Werkman Een roman? Nee, een bundel verhalen is Jan Siebelinks jongste boek 'De bloemen van Oscar Kristelijn'. Ik zeg het er maar even bij, want de tekst op het achterplat suggereert in het boek een eenheid die niet echt bestaat. De hoofdfiguur van alle twaalf verhalen heet wel Oscar, en sommige verhalen haken inderdaad in elkaar, maar andere verhalen kunnen moeiteloos uit de bundeling gelicht worden en niemand zal schakels in het snoer missen. Ik vermoed dat die achterplattekst een verkooptruc is. Een bundel verhalen verkoopt nu eenmaal minder goed, meestal. Oscars vader is een zachtaardige bloemenkweker in Velp zonder handelsbloed. "Het ging hem erom mooie planten te kweken en van niemand afhankelijk te zijn." (pag. 72) Oscar en z'n vader houden zonder meer van elkaar. Oscar en z'n zoon moeten, in een volgende generatie immers, een liefdevolle relatie bevechten. Daar gaat het eerste mooie verhaal over. Oscar is een leraar die de gevangenis van zijn school ontvlucht en een bloemenzaakje opzet. Zijn zoon Sander helpt hem, maar vervreemdt in zijn studentenmilieu van zijn vader. Totdat ze in een prachtige scène gezamenlijk op de vuist gaan tegen de mores in het studentenwereldje van Rotterdam. De laatste zin typeert de understatements van Siebelink: "De eigenaar zette een verbanddoos op onze tafel." De relatie is geneeslijk. HerhalingDan een teleurstelling, het volgende verhaal, 'Erfenis': konijnen die gevild worden, een grootvader die aan het onterven slaat, we kennen die stukken al uit Siebelinks grote en onovertroffen roman 'De overkant van de rivier'. Waarom die herhaling hier? Mede daardoor loopt het verhaal traag. Dit geldt ook het verhaal 'Visioen'. Siebelink geeft hier een uitvoerig verslag van het visioen en de bekering die zijn vader eens ten deel vielen. De zoon neemt het serieus. Nergens gaat de auteur aan de haal met de zware en zwarte religie van zijn vader. Dat neemt me voor hem in. Maar als verhaal vind ik het niet geslaagd. Ten eerste omdat we het visioen al kennen uit enkele interviews met Siebelink en ten tweede omdat de elementen van het verhaal te willekeurig naast elkaar gelegd zijn. Siebelink is in een aantal verhalen geen meester in de compositie. 'Manege' bijvoorbeeld bestaat uit verschillende verhalen die een losse indruk blijven geven. En daar is het weer: kennen we dat gevecht tegen bouwinstanties niet al uit 'De overkant van de rivier' en uit het verhaal 'Geluidswal' in 'Hartje zomer'? En weer strijken zwarte colporteurs met koffers vol 17e-eeuwse godsdienstige boeken neer bij de vader en weer maken ze hem het sterven onmogelijk. Het is al indrukwekkend beschreven in 'De overkant van de rivier'. Dat Siebelink hen in een volgend boek opnieuw oproept met dezelfde handelingen en omringt met dezelfde protesten van moeder en zoon, dat is een zwakte van dit nieuwe boek. Herman BroodOp dreef is Siebelink in een reeks mooie scènes over het handwerk van zijn vader. De nicotine-aanval op de insecten in de kas is prachtig beschreven. Evenals het landschap rondom de boerderij van oom Carel, dat opgeslokt gaat worden in de aanleg van nieuwe wegen. "Een trilling in het riet en de afzonderlijke heldere klank van een plons. Een opspringende vis, een kikker, een zwarte waterslang? Je ging vanzelf zacht rijden, zacht praten in dit feminieme gewest met zijn tedere contouren." (113) Ook in de tweede helft van het boek wisselen zwakke verhalen af met veel betere. De ranzige sfeer in 'Christusstand' doet denken aan een zwakke Anna Blaman. 'Eksters' en 'Eten-vreten' gaan als de losse pit van een nachtkaars uit. Maar in 'Brood voor de Vallei' hebben we Siebelink weer in zijn kracht, evenals in het aansluitende 'Burcht'. Het zijn schoolverhalen, late aanhangsels van 'Laatste schooldag', vol frustraties van leraren. De school is ook hier een mentaal vernietigingsinstituut. De cultuurdrager Oscar wil overleven en schuilt tussen de puinhopen van zijn oude school weg in een verlaten kelder met een schilderij van Herman Brood. De bundel eindigt met twee verhalen waarin de herhaling van oude Siebelink-elementen domineert. Het sterven van de vader wordt nu intenser beschreven, meer van dichtbij, met meer details, maar in essentie staat het al in 'De overkant van de rivier'. BekeringIn een binnenkort te verschijnen interview met Liter vertelt Jan Siebelink dat hij de bekering van zijn vader van binnenuit wil leren begrijpen. Misschien staat alles wat hij schrijft wel in dat teken, zegt hij. Hij bevestigt dit hoge streven in zijn jongste verhalenbundel. Maar zijn literaire armen zijn te kort. De vader blijft een mysterie, liefdevol beschreven, maar uiteindelijk onbegrepen. Er komt wel identificatie met de vader tot stand, maar geen diepere dan in de vorige boeken. Als Siebelink zich dit ten doel stelt, zoals hij zei, moet hij nog dieper. Misschien kan dat pas als hij de vader niet alleen benadert op diens respectabele handel en wandel en op het lezen in de bloemenkassen van het Boek en de boeken. Misschien moet Jan Siebelink mét de vader eerst door dat Boek en die boeken heen, om de brede zwarte randen en de heldere kern van vaders visioen te ontdekken. |
|
Eerder gepubliceerd in het Nederlands Dagblad
Meulenhoff, Amsterdam 1998, ISBN 90-290-5819-6 Meer informatie op deze website:
Externe links:
Overige bronnen:
AD = Algemeen Dagblad Ontbreekt er een recensie? Stuur een e-mail aan de redactie. |
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |