Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Een whippet verjaagt de dood

Over 'Mijn leven met Tikker' (1999) van Jan Siebelink

Chroom Digitaal Proza, januari 2001

door Bert van Weenen

In het 'Praktisch handboek honden' wordt de whippet getypeerd als "vrolijk, aanhankelijk, waardig, intelligent en zachtmoedig". Dat komt aardig overeen met de beschrijving die Jan Siebelink ervan geeft in zijn boek 'Mijn leven met Tikker'. Veertien jaar lang trok de schrijver er elke dag met zijn hond op uit. We volgen Jan en Tikker op hun dagelijkse wandelingen door de bosrijke omgeving van Ede. Deze harmonische wandeltochten, soms onderbroken door een spurt van Tikker naast de auto, wisselt Siebelink af met verhalen over Tikkers afwijkende seksuele gedrag, zijn eigen oogziekte en klachten over de alles verpestende dorpsvernieuwing.

Op bijna elke pagina van het boek brengt Siebelink zijn angst voor de dood ter sprake. De herinnering aan het overlijden van zijn vader en van zijn moeder, het ouder worden van Tikker – er zijn steeds weer aanleidingen die hem doordringen met een sterk besef van vergankelijkheid. "Doodgaan is niet het lot van ons allen, zoals dat schaamteloos heet, maar elke keer opnieuw het afgrijselijke lot van één mens in het bijzonder." (p.102) Deze angst voert Siebelink terug naar zijn streng gereformeerde jeugd. Daar werd hem dit memento mori ingeprent. Maar zijn houding tegenover het geloof van vroeger is ambivalent. Siebelink heeft namelijk ook waardering voor de mystieke kanten van dit geloof. "Werd ik opnieuw gelovig, ik zou voor de orthodoxie kiezen," bekent hij op pagina 157.

Anekdotisch

Een bezwaar bij dit boek is echter wel, dat lezers van Siebelinks werk deze verhalen inmiddels al kennen. Ze zijn treffender uitgebeeld in eerdere boeken als 'De overkant van de rivier' (1990) en 'De bloemen van Oscar Kristelijn' (1998). 'Mijn leven met Tikker' blijft erg hangen in het anekdotische, in privébeslommeringen die vrijwel nergens universele betekenis krijgen.

De enige uitzondering daarop is het verhaal over een mislukte wandeltocht naar Velp (pp.75-82). Samen met Tikker probeert de schrijver dwars over de hei zijn geboortedorp te bereiken. Oogproblemen nopen hem echter deze tocht vroegtijdig af te breken. In deze fraai geschreven passage toont Siebelink zijn literaire capaciteiten. Het is een beklemmende uitbeelding van Siebelinks belangrijkste drijfveren: nostalgie, liefde voor de natuur en angst voor de dood.

Gezelschap

Tikker is voor Jan Siebelink echt een gezelschapsdier. De hond zorgt voor afleiding. Als Siebelink een enkele keer alleen onderweg is, bijvoorbeeld naar de begraafplaats van zijn ouders, wordt hij overvallen door neerslachtige gedachten over geloof en hiernamaals. Met Tikker in de buurt kan hij dit soort neurotisch getob relativeren en van zich af zetten. "De hazewind verjaagt de dood," schrijft Siebelink op pagina 29. Dat is in deze context meer dan een metafoor.

In 'Mijn leven met Tikker' gaat het vooral om Siebelinks eigen angsten en emoties. Hierbij is Tikker de vaak niet begrijpende tegenspeler. In die zin is de titel van het boek perfect gekozen. Daar moet echter wel een kanttekening bij worden gemaakt. De gevoelens en gedachten zijn autobiografisch, maar uit het levensverhaal zijn bewust "bijfiguren" weggelaten. In tegenstelling tot de ik-figuur uit het boek is Siebelink namelijk wel getrouwd en nam hij geen ontslag als leraar.

Inmiddels heeft Jan Siebelink een nieuwe hond: Jip, ook een whippet. Ongetwijfeld zal dit voor hem het begin betekenen van een volgend hoofdstuk in zijn autobiografisch getinte oeuvre.

Naschrift februari 2006 - In een aflevering van de rubriek 'Mens & dier' van HP/De Tijd spreekt Jan Siebelink met Eke Hagedoorn over Tikker en Jip. Jip blijkt jong overleden aan een ernstige ziekte en voor hem in de plaats kwamen de twee whippets Haas & Merlijn, die nu vijf jaar oud zijn. Siebelink: "Enige maanden na Jips dood hebben we deze maar allebei genomen, want ze kunnen absoluut niet zonder elkaar. Als ik met de ene wegga en de andere achterlaat, huilt die tot we terug zijn. Ik kan met genoegen naar ze kijken: de schoonheid, die kopjes, die prachtige ogen. Wat gaat er in ze om? Ik praat veel met ze. Merlijn is denk ik de intelligentste van de twee. Op de hei of in het bos weten ze de weg." (HP/De Tijd, 10 februari 2006)

 


Eerder gepubliceerd in het Friesch Dagblad, 3 november 1999

jan siebelink: mijn leven met tikker omslag 'Mijn leven met Tikker'

Meulenhoff, Amsterdam 1999, ISBN 90-290-6528-1


Meer informatie op deze website:

Externe links:

Overige bronnen:

  • reportage door Eke Hagedoorn in HP/De Tijd 10 februari 2006

AD = Algemeen Dagblad
CW = Centraal Weekblad
FD = Friesch Dagblad
HN = Hervormd Nederland
RD = Reformatorisch Dagblad
ND = Nederlands Dagblad
NRC = NRC/Handelsblad
VK = de Volkskrant
VN = Vrij Nederland

Ontbreekt er een recensie? Stuur een e-mail aan de redactie.


Terug naar boven

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur