Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Uit de kerk gemieterd

Interview met Maarten 't Hart

Chroom Digitaal Proza, januari 2001

door Bert van Weenen

In oktober 1998 verscheen van Maarten 't Hart bij uitgeverij De Arbeiderspers de roman 'De vlieger', waarin hij opnieuw een hilarisch verhaal vertelt uit zijn gereformeerde verleden. Ditmaal over de excommunicatie van een bijbelkritische buurman, terwijl in een tweede verhaallijn de wederwaardigheden worden geschetst die 't Harts vader meemaakte als grafdelver. Een derde, minder uitgesponnen draad is het verhaal van de verliefdheid van de ik-figuur (de jonge Maarten) voor de dochter van de theologisch bevlogen buurman.

maarten 't hartMaarten 't Hart (foto: Klaas Koppe)

Hoe belangrijk zijn emoties voor u als schrijver? En dan denk ik bijvoorbeeld aan emotie als onderwerp (verliefdheid, angst), als drijfveer (iets van je afschrijven) of als methode (bewustwording, gedrag)?

"Emoties zijn volstrekt onbelangrijk. Wat belangrijk is, is dat je een goed verhaal hebt. Je schrijft ook nooit iets van je af, je kunt hoogstens iets naar je toe schrijven. Voorzover er emoties in het spel zijn, komen die vanzelf te voorschijn als je bezig bent met schrijven. Maar ze dienen niet als brandstof om te kunnen werken."

In een column in het Friesch Dagblad vergelijkt Ton van der Worp uw nimmer aflatende aandacht voor de tale Kanaäns met het heimwee van emigranten naar hun land van herkomst. Kunt u zich in deze vergelijking vinden? Moet, met andere woorden, alles van vroeger voor u hetzelfde blijven?

"Ja, heimwee naar vroeger en naar die prachtige tale Kanaäns heb ik zeker. Ik mag graag naar een dienst van heel streng gereformeerden gaan om die taal weer eens te horen. Overigens hoeft daarom niet alles van vroeger hetzelfde te blijven, maar het is wel jammer dat in de progressieve vormen van christendom die stoere taal is vervangen door slap gewauwel."

In uw boek gaat uw vader tijdens een Duitse razzia vrijuit. U schrijft dit met name toe aan zijn humor. Maar zou 't ook niet iets te maken kunnen hebben gehad met een soort immuniteit, hem verleend door zijn beroep? Zoals burgemeester, dokter en dominee vroeger een bepaalde status hadden, maar dan in het negatieve de 'beroepsonreinheid' van vuilnisman en grafdelver?

"Mijn vader was in de oorlog nog geen doodgraver, dus dat kan niet de reden zijn geweest waarom de Duitsers hem niet opgepakt hebben."

In het televisieprogramma 'Het elfde uur' dat onlangs door de EO werd uitgezonden, probeerde presentator Andries Knevel hardnekkig u te laten zeggen, dat u eigenlijk nog niet los bent van het christelijke geloof. Wordt u niet moe van al die verwoede pogingen om u te bekeren, om u als een verloren zoon terug te leiden naar het Vaderhuis?

"Nee, daar word ik niet moe van, ik vind dat wel aandoenlijk."

Heeft u 'De vlieger' bewust geschreven als een soort kruising tussen 'De aansprekers' en uw vorig jaar verschenen columnbundel 'Wie God verlaat heeft niets te vrezen'? Of staat de ontstaansgeschiedenis van 'De vlieger' – voor zover dat mogelijk is – los van deze twee eerdere boeken?

" 'De vlieger' is ontstaan vanuit 'Wie God verlaat heeft niets te vrezen'. Daarin staat een column waarin het verhaal van Ginus al heel kort wordt weergegeven. Toen ik dat opschreef, dacht ik wat jammer dat ik zo'n mooi verhaal nu prijsgeef in een column. Later dacht ik, ik kan het verhaal over Ginus en zijn dochter desondanks toch wel opschrijven. De roman is dus voortgekomen uit 'Wie God verlaat'. 'De aansprekers' – dat boek ligt al zover achter me, daar heb ik verder niet aan gedacht."

In uw bijbelcolumns in NRC/Handelsblad, waarmee bepaalde passages uit 'De vlieger' veel verwantschap vertonen, gaat u op een hilarische manier de christelijke theologie te lijf. Maar bent u niet bang dat dit soort superieure pesterijtjes op den duur gaan irriteren? Hoe rekbaar is volgens u deze vorm van humor?

"Op den duur gaan irriteren? Maar van irritatie is allang sprake. Steeds komen er reuze boze ingezonden brieven van zeer geïrriteerde lezers, dat is juist zo enorm  bevredigend."

Uit eigen ervaring weet ik dat verstoting uit een orthodox gereformeerd milieu meestal plaatsvindt door middel van een sociale boycot, zelden door een formele excommunicatie. In 'De vlieger' wordt echter alles netjes volgens het kerkrechtelijke protocol afgehandeld. Bevestigt u daardoor niet het oordeel van critici als Hans Werkman die vinden dat u van het gereformeerde leven een oneerlijke karikatuur maakt?

"Van een karikatuur is in 'De vlieger' nu juist weinig sprake, vind ik, omdat ik heel precies en heel nauwkeurig heb beschreven hoe het werkelijk is toegegaan. Ik heb niks overdreven of sterk aangezet. Zo ging het, zo werd Ginus de kerk uit gemieterd, daar is niets karikaturaals aan."

Maar met uw keuze voor een uitzonderlijk gebeuren loopt u toch het risico een vertekend beeld te geven van de gereformeerde wereld zoals die in werkelijkheid was. Om nogmaals Werkman erbij te halen: u maakt van de uitzondering de regel en laat geen enkele 'normale' gereformeerde in uw verhalen zien...

"Het uit de kerk gooien van Ginus is een atypisch gebeuren. Ik heb dit ook maar één keer zo meegemaakt en in die zin geeft het een scheef beeld van de gereformeerde kerk. Maar in de roman zelf staat, dat de vader een paar keer zegt dat hij niet gelooft dat het zover zal komen, omdat in vergelijkbare gevallen in het verleden de getroffenen altijd de eer aan zichzelf hielden en de kerk al uitgingen voor ze eruit werden gegooid. Voor de goede lezer moet dus wel duidelijk zijn dat het geval met Ginus heel uitzonderlijk is. Ik zie er dus niets karikaturaals in, ik geef het ook somber weer, zonder commentaar, zonder er verder over te moraliseren. Het is zo al erg genoeg, lijkt mij."

Diverse recensenten stellen de komische anekdotes in 'De vlieger' bóven de literaire stijl van het boek. Men noemt u waarderend een geboren verteller, maar suggereert tegelijk dat dit type schrijver eigenlijk niet tot de literaire top behoort. Hoe kijkt u tegen deze steeds weer terugkerende beeldvorming aan?

"In Nederland willen de recensenten van dat behaagzieke sierproza zoals Adriaan van Dis en Margriet de Moor het schrijven. Mijn straatjongensproza vinden ze hier niet literair genoeg. Dat is een uiterst bekrompen standpunt, maar er is wel mee te leven aangezien men er in Zweden en Duitsland heel anders over denkt. Daar word ik wel op puur literaire gronden heel erg gewaardeerd, dus wat kan het mij schelen dat dat hier niet het geval is."

'De vlieger' is een veel polemischer boek dan bijvoorbeeld 'De aansprekers' uit 1979, waar het qua thematiek dichtbij staat. Betekent dit dat u bij het ouder worden juist minder mild bent geworden? Of is dit een vorm van de verlate agressie waarover u het heeft in het 'Agressief dagboek' uit uw essaybundel 'De kritische afstand'?

"Ik vind 'De vlieger' helemaal niet zo polemisch. Voor de ik-figuur in de roman is alles wat er gebeurt een bron van verbazing, maar hij neemt geen standpunt in, hij wordt niet kwaad, hij verzet zich niet. Ik vind het niet een agressief boek. Eerder een boek waarin dat hele gereformeerde leven een beetje belachelijk wordt gemaakt."

Als laatste vraag iets toekomstgerichts: wat verwacht u als schrijver van nieuwe media als Internet?

"Ik heb geen idee wat we van Internet moeten verwachten. Zelf kan ik er nog slecht mee overweg , ik weet ook niet of het mij lukt om dit per e-mail te versturen, maar ik ga het nu proberen."

Leerdam/Warmond, december 1998


Een herschreven versie verscheen in VrijZicht, februari 1999.

maarten 't hart: de vlieger

De Arbeiderspers, Amsterdam 1998, ISBN 90-295-2144-9 (paperback); ISBN 90-295-2143-0 (gebonden)


Meer informatie op deze website:

Overige bronnen:

  • interview door Alex Verburg in Libelle 5 maart 1999
  • recensie door Marja Pruis in de Groene Amsterdammer
    20 januari 1999
  • recensie door Hans Werkman in ND 15 januari 1999
  • recensie door Douwe de Vries in FD 6 januari 1999
  • artikel van Johan Vos over uitleg van evangelieverhalen in Gereformeerd Theologisch Tijdschrift 1998/4; herdrukt in 'De betekenis van de dood van Jezus' (2005), blz. 97-133
  • recensie door Willem van der Meiden in HN 28 november 1998
  • recensie door Jan Paul Bresser in Elsevier 21 november 1998
  • column door Ton van der Worp over emigrantenheimwee
    in FD 17 november 1998
  • recensie door Pieter Steinz in NRC 6 november 1998
  • recensie door Max Pam in HP/De Tijd 6 november 1998
  • aflevering in de rubriek 'Dubbeltalent' van de Groene Amsterdammer 7 januari 1998

CW = Centraal Weekblad
FD = Friesch Dagblad
HN = Hervormd Nederland
ND = Nederlands Dagblad
NRC = NRC/Handelsblad
RD = Reformatorisch Dagblad
VK = de Volkskrant


Terug naar boven

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur