Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Geschiedenis als kapstok

Over 'Het psalmenoproer' (2006) van Maarten
't Hart

Chroom Digitaal Proza, oktober 2006

door Alfred Valstar

Het nieuwste boek van Maarten 't Hart wordt op de achterflap gepresenteerd als de "eerste historische roman" van de schrijver. Het boek ademt inderdaad volmondig een stuk Nederlandse geschiedenis, maar de schrijver blijft zichzelf. Hij lijkt het boek vooral als historische kapstok te gebruiken voor alle dingen waar hij bekent om staat: de muziek, de natuur en het beschrijven van "gelovigen" vanuit het perspectief geloof/ongeloof.

'Het psalmenoproer' is de kern van het verhaal, maar evenzeer vormen de controverse tussen patriotten en prinsgezinden, de neergang van de visserij, een vader-en-zoonrelatie en een verstandshuwelijk versus een hartstochtelijk echte (maar onmogelijke) liefde belangrijke ingrediënten. Door dit alles krijgt de roman het polyfone karakter dat we van Maarten 't Hart gewend zijn.

Rekenen met bijbelteksten

Hoofdpersoon is Roemer Stroombreker, reder te Maassluis, die we van zijn kindertijd tot en met zijn oude dag volgen. Wie met het werk van 't Hart vertrouwd is, voelt meteen de parallel tussen Stroombreker en de schrijver. Ze komen allebei uit Maassluis, delen de liefde voor de muziek en de natuur en bovendien valt Stroombreker reeds in zijn jeugd van het geloof, waardoor hij het perfecte alter ego van de schrijver wordt. Een belangrijke aanleiding tot zijn ongeloof is voor de jonge Roemer het verhaal van Noach: hoe konden al die diersoorten in de ark komen? Moesten zeehonden zover over land schuiven om er in te kunnen?

Roemer is iemand die graag mag rekenen en hij rekent zich feitelijk van het geloof af. Dit leidt tot spanningen met het geestelijke gezag. Mede daarom lijken de beschrijvingen van predikanten in het boek voornamelijk op spotprenten. Dit tekent de sfeer, het is de prelude tot het psalmenoproer, waarin de gelovigen van toen zich echt van hun belachelijke kant laten zien, een feit dat door gelovigen van nu niet weersproken zal worden.

Ondanks de spottende kant van het boek geeft 't Hart ook blijk van een zekere liefde voor de ouderwetse geborgenheid van geloof. Tegenwoordig moet die geborgenheid nooit worden, het blijft voor de auteur een fossiel. Als hij de schrift citeert, dan doet hij dat altijd uit de Statenvertaling, iets wat in een historische roman goed van pas komt. Bovendien verleent dit citeren een extra accent aan de tekening van hypocrisie onder de gelovigen van Stroombrekers 18e eeuw. Roemer creëert gaandeweg zijn eigen geestelijke wereld en vindt een soort geestelijke raadsman in schoolmeester Spanjaard, die ook niet-gelovig is en hem als een soort pseudo-geestelijke van advies dient. Bij dit alles is alleen de muziek (vooral Bach) een soort van troost. Het koraalvoorspel 'Ich ruf' zu Dir, Herr Jesu Christ' slaat bij de hoofdpersoon in als een bom. Zo is het contrast weer compleet: wel Bach maar niet het geloof van Bach en zeker niet op de wijze van Maassluis.

De Psalmen onder vuur

Het historische psalmenoproer ontstond toen men de gangbare "oude" berijming van Petrus Dathenus (Datheen) verving door een nieuwe, een altijd gevoelige kwestie in Protestants Nederland. Wanneer je beseft, dat de "nieuwe berijming" uit 't Harts roman in onze tijd weer te boek staat als de traditionele "oude berijming", dan krijgt het verhaal een quasi komische ondertoon.

In de 18e eeuw wilde men naast een nieuwe tekst ook een nieuwe wijze van zingen invoeren. Het werd zo de lange zingtrant versus de korte. Deze invoering liep uit op rellen, een strijd tussen "kleine luyden" en de "machtigen", de aristocraten. Kerkdiensten werden verstoord, dominees kregen letterlijk dingen naar hun hoofd geslingerd. Roemer Stroombreker behoort door zijn positie in de Maassluise gemeenschap tot de aristocratie, al wil hij eigenlijk geen partij kiezen. Hij gaat slechts formeel af en toe ter kerke.

Toch wordt het probleem prangend voor hem, vooral omdat Gilles Heldenwier, zijn onwettige zoon, verwekt bij Anna Heldenwier-Kortsweyl, bij het oproer een belangrijke rol speelt. Gilles hoort bij de "kleine luyden" en is een van de felste raddraaiers. Het oproer en de daarmee gepaard gaande vernielingen worden uiteindelijk tot staan gebracht door de baljuw van Delft. De aanvoerders gaan achter slot en grendel en een aantal van hen wordt uiteindelijk verbannen, waaronder Gilles Heldenwier, voor twaalf jaar.

Onmacht en kwetsbaarheid

Zo wordt Roemer Stroombreker persoonlijk geraakt. Hij wilde als schepen en later als lid van het burgemeesterscollege zijn zoon beschermen, maar bleek onmachtig, zoals zo vaak in zijn leven. Van jongsaf aan hield hij immers van de arme Anna Kortsweyl, maar zijn moeder dwong hem tot een verstandshuwelijk met Diderica Croockewerff, om zo een nog grotere reder te kunnen worden. Hij was verliefd op de geur van Anna, terwijl hij de omgang met Diderica meed, omdat zij stonk naar een "onmiskenbaar heilbotaroma". Diderica en hij sliepen al snel voorgoed apart en waren daar alletwee tevreden mee. Bij Anna verwekte hij door een wilde vrijage Gilles, maar Anna zelf kon hij niet verwerven en ook op zoon Gilles kreeg hij geen vat. Het bestaan ontglipte hem net als een aantal van zijn "hoekers" (schepen).

In het hele boek ligt de kwetsbaarheid voortdurend op de loer. Wanneer Anna van haar wettige echtgenoot "separeert", neemt Roemer haar in huis als dienstbode, maar het is in feite te laat. Het blijft onvolmaakt. Het psalmenoproer komt ondertussen tot rust. De nieuwe berijming wordt ingevoerd en de zang wordt een soort onmuzikaal "Hollands" compromis, niet lang en niet kort.

Door de roman heen ondervindt Roemer als reder de gevolgen van de neergang van de visserij, opnieuw heeft hij geen grip op de situatie. Hij gaat naar Den Haag om voor steun te pleiten en dat brengt wat verlichting maar uiteindelijk doet de laatste Engelse oorlog de "Sluyse" visserij vrijwel de das om. De armoede die hiervan het gevolg is duurt voort tot in de Franse tijd: door het continentale stelsel van Napoleon en de oorlogsdreiging met Engeland mogen de schippers niet uitvaren. Uiteindelijk gaat Roemer samen met andere notabelen bij de keizer, die even in Amsterdam is, de zaak van de miserabele vissers bepleiten. En daarbij heeft hij eindelijk eens wel succes.

18e-eeuwse spreektaal

Met 'Het psalmenoproer' heeft Maarten 't Hart een zeer geslaagde roman afgeleverd die alles heeft van een historische roman maar tegelijk identiek lijkt aan vrijwel al zijn niet-historische boeken. Dit blijkt door de prominente plaats die de bekende Maarten 't Hart-thema's opnieuw innemen, zoals de worsteling met het geloof, het afstand nemen van het geloof, de karikaturiserende beschrijving van gelovigen, het tussen de regels door hunkeren naar ouderwetse geborgenheid, liefde voor klassieke muziek – die de plaats van het geloof lijkt in te nemen – en de natuur, waarvan de beschrijvingen als vanouds uiterst treffend zijn.

Wel zijn er een paar nadelen te noemen. Discutabel zijn voor mij ten eerste het vele gebruik van ouder en verouderd Nederlands, ten tweede de geestelijke karakters van Roemer Stroombreker en meester Spanjaard en tenslotte het merkwaardige ten tonele voeren van grote componisten.

Wat de taal betreft lijkt de schrijver oude woorden te hebben gebruikt om zo het historische element in zijn verhaal te versterken. Maar het is moeilijk te controleren of hij daarin is geslaagd, domweg omdat we de spreektaal uit de 18e eeuw niet echt kennen. Maarten 't Hart heeft oude bronnen geraadpleegd, zo blijkt uit het uitvoerige nawoord, maar dat is de toenmalige schrijftaal. Wie zal bepalen of de auteur geslaagd is in het historisch maken van de taal in zijn boek? Er zijn immers veel historische romans – denk aan Vestdijk – waarin niet of nauwelijks een poging is gedaan om een ouder taalgebruik te reconstrueren. Ronduit cabaretesk wordt het oude taalgebruik wanneer Roemer en Anna hun vrijage beleven; het wordt er niet geloofwaardiger op. Misschien was het ABN hier beter geweest, net als bij de innerlijke overwegingen van Roemer.

Aangaande de geestelijke kant van de karakters van Roemer Stroombreker en meester Spanjaard moet ik zeggen dat ik ze soms iets te veel vind lijken op ongelovigen uit onze dagen en daardoor een tikkeltje onhistorisch, al zijn deze twee personages verhaal-technisch wel geslaagd.

Bach, Mozart, Beethoven

Dan de componisten, een altijd zeer interessant punt bij deze schrijver. Normaal gesproken weet Maarten 't Hart muziek en muzikale thema's zeer vloeiend in te voegen in zijn werk en dat is ook hier het geval. Minder succesvol is het opvoeren van maar liefst drie grote componisten in de roman. Twee daarvan zijn ook persoonlijk aanwezig. Met meester Spanjaard woont Roemer een orgelconcert bij van een Groningse organist. Wanneer ze hem spreken, weet deze te melden dat de "vorst der orgelspelers" onlangs overleden schijnt te zijn. De organist heeft Duitse contacten om aan bladmuziek te komen en heeft zo ook het nieuws vernomen. Hier voel je de (terechte) liefde van de schrijver voor Bach, maar historisch gezien was Bach in die tijd, buiten Saksen en Thüringen, nauwelijks beroemd. De alwetende schrijver voegt hier zijn "tegenwoordige" liefde voor Bach aan het verhaal toe.

Later verblijft Roemer in 'La Ville de Paris' in Den Haag waar hij getroffen wordt door het clavichordspel van een jonge jongen. Deze jongen is daar met zijn zus en zijn vader. Het spel is minder dan Bach maar toch zeer intrigerend. De zus blijkt ziek te zijn en Roemer raadt de vader een visje aan voor de gezondheid. De zieke zus is natuurlijk niemand minder dan Nannerl Mozart en de jongen heet Wolfgang Amadeus. Zij trokken in die dagen namelijk als wonderkinderen met vader Leopold door de Nederlanden.

Later maakt de schrijver het nog bonter: er volgt ook nog eens een concert, een recital, door de jonge Beethoven. Ik ben gek op muziek, maar in dit nieuwe boek van Maarten 't Hart is duidelijk sprake van een overdosis aan toevalligheden op dit gebied.

 


maarten 't hart: het psalmenoproer

De Arbeiderspers, Amsterdam 2006, ISBN 90-295-6408-3


Meer informatie op deze website:

Externe links:

Overige bronnen:

  • commentaar Atte Jongstra voor NRC Leesclub 22 dec. 2006
  • commentaar Sijbolt Noorda voor NRC Leesclub 15 dec. 2006
  • commentaar Roelof van Gelder NRC Leesclub 8 dec. 2006
  • commentaar Pieter Steinz NRC Leesclub 1 december 2006
  • reportage door Willem Pekelder in Trouw 10 oktober 2006
  • recensie door Hans Werkman in ND 15 september 2006
  • recensie door Rob Schouten in Trouw 9 september 2006
  • recensie door Jan-Hendrik Bakker in AD 9 september 2006
  • recensie door Jeroen Vullings in VN 2 september 2006
  • interview door Ad Fransen in HP/De Tijd 1 september 2006
  • recensie door Janet Luis in NRC 25 augustus 2006
  • recensie door Wineke de Boer in VK 25 augustus 2006

AD = Algemeen Dagblad
CW = Centraal Weekblad
FD = Friesch Dagblad
RD = Reformatorisch Dagblad
ND = Nederlands Dagblad
NRC = NRC/Handelsblad
VK = de Volkskrant
VN = Vrij Nederland


Terug naar boven

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur