Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Maarten en Sebastiaan

Over 'Johann Sebastian Bach' (2000) van Maarten 't Hart

Chroom Digitaal Proza, januari 2001

door Alfred Valstar

Het Bachjaar 2000 is inmiddels voorbij. Herdenkingsjaren bezorgen me altijd gemengde gevoelens. Het lijkt op Oud en Nieuw: terugkijken moet. Ik denk dan dat er niet bewust genoeg geleefd wordt. De persoon die herdacht wordt is immers niet plotseling "uitgevonden". Voor de Bachkenner en -liefhebber is zo'n jaar dus overbodig. Die weet zich reeds in de muziek ondergedompeld en spartelt daar volgend jaar blijmoedig in verder. Toen men schrijver en Bachkenner Maarten 't Hart vroeg of hij blij was met de grote aandacht die zijn lievelingscomponist ten deel viel, antwoordde hij dat het hele Bachjaar niet snel genoeg voorbij kon gaan. Dan konden we ten minste weer normaal gaan doen. Een mening die ik deel.

"Hype" en Bach staan snel op gespannen voet. Grote media-aandacht leidt al snel tot "overkill". Aan de andere kant kan het voor een liefhebber niet vaak genoeg over Bach gaan. Maar dan jaarlijks. Geen jaar zonder Bach.

Romantisch

Er zijn, volgens 't Hart, meer dan 750 boeken over Bach voorhanden. De meeste ervan zijn al jaren beschikbaar. Toch heeft deze overvloed de schrijver niet weerhouden dit jaar zijn eigen Bachboek het licht te doen zien. In dit boek, getiteld 'Johann Sebastian Bach', stelt hij dat er grote kwaliteitsverschillen bestaan tussen de diverse Bachboeken. Belangrijke musicologische zaken blijven soms onderbelicht en historische feiten worden overdreven of verkeerd geÔnterpreteerd. Maarten 't Hart probeert dingen recht te zetten en hoopt daarbij de componist recht te doen. Is dit mogelijk? En wat moeten we dan met die persoon die scheiding brengt tussen de componist en de schrijver: Jezus?

't Harts stijl is romantisch en dat mag. De bewondering moet voelbaar zijn. Dit leidt natuurlijk tot musicologische subjectiviteit: Bach is heel groot, Mozart is groot en dan heb je ergens nog Schubert plus een aantal talenten uit de Romantiek. Ook dit mag, want liefde is persoonlijk. Bach is nummer een. Bij het lezen van dit boek kreeg ik soms het gevoel met een soort jongensboek van doen te hebben: 'Maarten en Sebastiaan'. Op verschillende plaatsen belijdt de schrijver dat hij bepaalde episodes uit Bachs leven meegemaakt zou willen hebben. Zo zou hij "luidkeels met Bach mee hebben willen schreeuwen" toen deze op zondag de koorprefect wegjoeg die hem door rector Ernesti van de Thomasschule was opgedrongen. Twijfel niet: 't Hart staat aan de kant van Bach.

Ondanks zijn liefde voor Bach en zijn wens mensen voor Bach te "winnen" kiest de schrijver nergens voor een laagdrempelige aanpak. Musicologische noten worden gekraakt en technische kennis wordt verondersteld. 't Hart gaat ervan uit dat de lezers werken van Bach kennen, anders lazen ze dit boek niet. Alweer sta ik aan de kant van de schrijver. Het verteerbaar maken van kunst leidt tot "fast food" en dat voedt niet. Van "Young Messiah-achtige" toestanden wordt niemand wijzer.

Cantates

Op bewonderenswaardige wijze lukt het de schrijver verder ons wakker te maken voor Bachs cantates. In een speciaal hoofdstuk typeert hij kortweg de belangrijkste. 't Hart beklaagt de landgenoten die jaarlijks wel massaal de passieuitvoeringen aflopen, maar tegelijkertijd weinig acht slaan op de even prachtige cantates.

De liefde is groot. 'Maarten en Sebastiaan'. De schrijver spreekt veel over zijn eigen ontdekkingen in het oeuvre van Bach. Dat waren er vele tientallen in de cantates, de vioolsonates en de sonates en partita's voor viool solo. Wanneer hij over de beroemde Chaconne uit de Tweede Partita voor viool spreekt springt er echt een vonk over. Ook aan het zelf spelen van Bach wordt in een hoofdstuk aandacht besteed. Hij maakt onderscheid tussen beslist moeilijke stukken en speelbare waaraan de amateur plezier kan beleven. Door het hele boek heen spreekt de schrijver volop over zijn eigen speelervaringen.

Belangrijk zijn de opmerkingen van 't Hart over Bachs hergebruik van muziek voor andere doeleinden. Dit heeft al vaak tot discussies geleid. Waardoor was die verheven muziek nu geÔnspireerd: geestelijke of wereldlijke zaken? Terecht plaatst 't Hart vraagtekens bij de "geschoktheid" van sommige gelovigen die niet kunnen begrijpen hoe Bach gewijde stukken omwerkte ter ere van (adellijke) stervelingen. Bach schreef veel en moest veel schrijven. Dat hij daarbij soms creatief in eigen werken moest knippen, stoort alleen de vereerders van Bach de "heilige". De componist zelf deed echter wat hij moest doen. De trouw van de ware bewonderaar worde er niet minder om.

Christelijk

De liefde is groot. Op bladzijde 15 zegt 't Hart: "...[Bach] van wie ik houd boven alles met heel mijn hart, heel mijn ziel, heel mijn verstand en al mijn kracht." Deze zin heeft de schrijver als een vorm van "domineetje pesten" aangewend. Waar dat op zijn plaats is, zal dat geen vlieg kwaad doen en bovendien kunnen domineetjes wel tegen een stootje. Misschien pest hij Bach ermee, maar, zoals 't Hart weet: Bach is niet stuk te krijgen. Een aantal keren neemt de heiden 't Hart afstand van de christen Bach. Hij citeert de schrijfster Dorinde van Oort: "Bach is het enige excuus voor het christendom."

Wie was Bach? Een christen was hij zeker, 't Hart bestrijdt het nergens, al lijkt hij er soms wel mee te zitten. Jezus brengt scheiding. Dat zie je vaker bij mensen die enerzijds Bach hun liefde verklaren maar anderzijds daarbij Jezus niet op de koop toe willen nemen. Dit spanningsveld proef je ook bij Simon Vestdijk en Martin van Amerongen. De bekrompen christelijke wereld om hen heen kunnen zij niet rijmen met de dynamische, eindeloze Bach die toch – je kunt er niet om heen – wel een christen was.

Deze spanning is reŽel, maar het blijft de vraag waar het christendom voor staat: dynamiek of bekrompenheid? Wanneer het zo is dat ongelovigen liever met een bekrompen christelijke wereld van doen hebben, omdat ze die beter kunnen bestrijden, dan komt dat wat dubbel over. Op bladzijde 142 zegt 't Hart: "En altijd als ik 'Ich ruf' zu dir, Herr Jesu Christ' speel, denk ik: nooit is Jezus ontroerender aangeroepen. Desondanks zijn er geen berichten dat hij ooit heeft teruggeroepen".

Wist Bach van een antwoord? Hooguit dat Jezus dat zelf was. Alles blijkt persoonlijk, zeker in de liefde. Bach was een mens van vlees en bloed, geen vlakke persoonlijkheid. Hij verhief zijn stem en "beweende" op het oor "zijn zonden op indringende wijze" (bladzijde 142). Voor de liefhebber is dit boek nuttig en informatief. Misschien zuivert het vele verkeerde Bachbeelden.


maarten 't hart: johann sebastian bach

Joan Records/De Arbeiderspers, Amsterdam 2000,
ISBN 90-295-2187-2; verkoop via Het Kruidvat


Meer informatie op deze website:

Externe links:

Overige bronnen:

  • interview door Dolores Thijs in Plus Magazine oktober 2000
  • recensie door Dick Houwaart in VrijZicht september 2000
  • interview door Wybo Vons in NCRV Gids 22 juli 2000
  • recensie door Dirk Luijmes in HN 24 juni 2000
  • recensie door Hans Rooseboom in FD 31 mei 2000
  • recensie door Doron Nagan in AD 12 mei 2000

AD = Algemeen Dagblad
CW = Centraal Weekblad
FD = Friesch Dagblad
HN = Hervormd Nederland
RD = Reformatorisch Dagblad
ND = Nederlands Dagblad
NRC = NRC/Handelsblad
VK = de Volkskrant
VN = Vrij Nederland

Ontbreekt er een recensie? Stuur een e-mail aan de redactie.


Terug naar boven

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur