|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
Korte gedichtenOver 'Langzaam trekt het vlot' (2009) van Alfred ValstarChroom Digitaal Poëzie, maart 2010 door Jeanine Hoedemakers De titel van de nieuwe bundel van Alfred Valstar nodigt onmiddellijk uit om als het ware op dat vlot te klimmen en mee te varen. Eens zien wat de dichter heeft doen besluiten zijn gedichten te bundelen om ze vervolgens onder deze titel de wereld in te sturen. Alfred Valstar publiceerde eerder al de bundel 'Sporen uit het achterland'. Deze bundel heb ik helaas niet in mijn boekenkast, zodat ik niet weet of hij ook toen, net als in deze bundel, haiku en senryu schreef. Ook zal ik niet vast kunnen stellen of er sprake is van ontwikkeling of verandering in zijn zienswijze of schrijfstijl. Ik weet niet of dit erg is, ik vermoed van niet, immers, een recensie schrijven is slechts een glimp laten zien van wat er zoal bekeken en gezien kan worden. De bundel bevat een flink aantal haiku's en senryu's, onderverdeeld in 17 hoofdstukjes waarin ook nog eens elk gedicht afzonderlijk een titel meekreeg. In eerste instantie ervaar ik dat als overbodig. Het betreft al een erg korte vorm die het toch vooral moet hebben van de juiste plek die elk woord kreeg en de daardoor ontstane zeggingskracht. OntmoetingHoofdstuk één – of de eerste serie – kreeg als titel 'Vreemdeling'. Het allereerste gedicht luidt:
Met de kop 'Vreemdeling' en de titel 'Bad' word ik als vanzelf op een spoor gezet. Tot mijn vreugde kan dit best een fout spoor zijn. Vreugde omdat ik het prettig vind bij een gedicht de ruimte te krijgen zelf te interpreteren. Ik hoef niet in het hoofd van de dichter en mijn plaats in de wereld is universeel genoeg om soortgelijke ervaringen op te doen als elk willekeurig ander mens. Een kleine ontleding van deze haiku. Ik stel me een persoon voor die misschien in zichzelf gekeerd plotseling een medemens ontwaart en, zo stelt de dichter, terugkeert naar de woorden. De woorden zijn hier de werkelijkheid, het prevelen het in zichzelf gekeerde, het passeren het ontmoeten. Iemand tegenkomen haalt hem terug naar de woorden. Natuurlijk kan ik er ook op een andere manier naar kijken maar ik ben al uitgenodigd om naar het tweede gedicht te gaan, dat er pal onder staat, iets ingesprongen naar rechts:
Dit gedicht kan ik niet direct koppelen aan de titel 'Vreemdeling'. Wel kan ik me een kampvuur voorstellen waar hout op wordt gegooid, hoe de vlammen om zich heen grijpen en langzaam dovend of gelijkmatig verdeeld rakend tot dat smeulend lied komen. Zelf zou ik "Hoor" schrappen, het klinkt nogal gebiedend en het voelt alsof er "ik" voor zou moeten staan: "Ik hoor begin van vuur". De titel 'Vonkenregen' heeft dit vers niet nodig. IronieDe bundel bevat veel voorbeelden die ondanks de titels en de verdelingen onder de hoofdstukken voldoende ruimte aan de lezer overlaten om er zelf mee aan de gang te gaan. Als haiku of senryu vind ik ze niet altijd even geslaagd, enkel het juiste aantal lettergrepen is niet afdoende. Ik denk uit de gedichten te proeven dat de dichter dit wel weet. Er valt zoveel over haiku en senryu te zeggen, liever kies ik ervoor om me te richten op wat het geschrevene met me doet dan dat ik me overgeef aan een verhandeling. Uit het hoofdstuk 'Vormen' bijvoorbeeld:
Een doordenker, is het eerste wat in mij opkomt. "Aangelegd" door mensenhanden, ik lees tussen de woorden dat het gras zal moeten luisteren en denk niet dat het gras dit zal doen, het zal onder controle gehouden moeten worden. De natuur is sterk. Misschien vergis ik me, maar ik meen toch een zekere ironie in dit kleine gedicht te bespeuren. Zo niet, ach, dan is dat aan mij, wel zijn het de woorden van de dichter die mij zo doen denken. En nog een laatste voorbeeld, uit het hoofdstuk 'Nocturne':
Samengevat bevat 'Langzaam trekt het vlot' vooral veel kleine gedichten en wat haiku's en senryu's die voldoende uitnodigen om te lezen en te herlezen. De dubbele titels die zij ieder voor zich meekregen zijn voor mij nuttig gebleken, ze hebben mijn denken gesteund en gestuurd. Toch wil ik nog eens benadrukken dat titels voor haiku en senryu niet wenselijk zijn. Deze korte vormen moeten het hebben van de eigen zeggingskracht. De titel doet de bundel recht. Met deze bundel klimt u op een vlot en kiest het ruime sop van de gedachte. Jeanine Hoedemakers is hoofdredacteur van Vuursteen, het kwartaaltijdschrift
van het Haikoe-centrum Vlaanderen en van de Haiku Kring Nederland (HKN),
en redacteur van de HKN-weblog.
Uitgave in eigen beheer, Ermelo 2009, ISBN 9789081474115 Meer informatie op deze website: |
|
|
|
|
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |