|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
Alfred Valstar: een stijl, een standpuntOver 'Sporen uit het achterland' (1993) van Alfred ValstarChroom Digitaal Poëzie, maart 2001 door Hans Werkman In het eerste gedicht van Alfred Valstars debuut 'Sporen uit het achterland' staat "rust" tegenover "schakering". Het laatste gedicht sluit erbij aan met "sporen, / die de hardnekkige rust verstoren". Dat moet een program inhouden. De dichter protesteert en kiest. Zoals in 'Schoolslag' (10): Wat ik geleerd heb, zal ik vergeten In het slotgedicht pleit hij voor de gang "van a tot o", van alpha tot omega. Gecombineerd met bovenstaand citaat, wordt zo'n proces in het teken van de vis, Ichtus, gezet. "Oude voortgang, schools aangemeten" stremt de ware voortgang, de ideële stroom naar het hart. Gezegd in twee mooie regels: Zo krijgt het vers voeten in de aarde Maar het hart is moeilijk te bereiken. In 'Schaal' (19), waaruit ik deze twee regels citeer, loopt het verkeer naar het stadshart vast. De burgers van het "achterland" hebben daar weinig goeds te zoeken. Ze komen slechts in de stad als "zaakgelastigden die op doorreis zijn", als "vreemdelingenverkeer", als "bijwoners". Deze bijbelse noties (Efeze 2:19, Hebreeën 11:13) komen voor in 'Transfiguranten' (20). De titel zegt het al: er is een ommekeer van de stad op handen: "Vreemdelingenverkeer vertakt zich als bloed / door verkalkte straten." "In bijwoners glanst een verborgen talent: / het leven zucht openbaar naar omwenteling.' Korrelig en technischKeer op keer is er in de bundel wrijving tussen de geremde traditiegetrouwe en de actieveling die met zijn droom over de toekomst, tussen de daad van de "welingelichte kringen" en de droom van de komende heiligen: In welingelichte kringen is sprake Valstar bezaait de lange weg van disharmonie naar harmonie met tekens die menigmaal een naam dragen uit de wereld van de kunsten: 'Ragtime', 'Soundtrack', 'Mahler'. Uit 'Guernica': "De brokken smeulen op dit linnen", maar ook: "een getekend mens staat uit de chaos op." (32) Er bestaat een restaurateur (36): Oude verbanden treden aan het licht Zolang ik de gedichten van Valstar lees hij debuteerde in 1984 in Woordwerk en publiceerde in dit tijdschrift een tiental gedichten roept zijn stijl bij mij kenschetsen op als: korrelig, stroef, kortaf, technisch. Ik hou meer van het vloeiende gedicht. Maar dat is geen verwijt. Valstar maakt ons met zijn stugheid duidelijk dat de schoonheid in onze CNN-tijd nog altijd met een verbrand gezicht rondloopt. Wel vind ik dat hij zijn kortaffigheid wel eens overdrijft. Een zin als "Automobiliteit raakt versleten" en een tegenstelling als "Figuranten / in contrast met autochtone klanten" zijn mij te zanderig van structuur. Maar daar staan andere regels tegenover die mij poëtisch onmiddelijk inpalmen: "De stad wordt tot de maquette die ze is", "van vlees en bloed zijn woorden neergestreken / rondom het huis waarin ik ze noteer", "Open ramen / verversen het klimaat met polderlicht". Valstars debuut bevat in een eigen stijl een standpunt. Beide mogen er zijn.
|
|
Eerder verschenen in Woordwerk 45, maart 1994
Uitgave in eigen beheer, Putten 1993, ISBN 90-801-6151-9 Meer informatie op deze website: Externe links:
Overige bronnen:
AD = Algemeen Dagblad Ontbreekt er een recensie? Stuur een e-mail aan de redactie. |
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |