|
In Memoriam Meint R. van
den Berg
Chroom Digitaal Proza, april 2001
door Hans Werkman
Eind 1965 haalden we (de zendingscommissie van Kampen) Meint van den
Berg en zijn gezin van Schiphol. Hij kwam terug na een aantal jaren
zendelingschap in Zuid-Afrika. Daar had hij de Nederlandse literatuur
niet bijgehouden. Hij vroeg me: trek eens wat dingen van de laatste
jaren uit je kast die je de moeite waard vindt.- Ik bracht hem o.a.
'De komst van Joachim Stiller' van Hubert Lampo, een magisch-realistische
roman. Na een paar weken gaf hij me dat boek terug en zei: Nee, daar
voel ik me toch niet bij thuis.- We hebben er toen nauwelijks over doorgepraat.
Ik wist op dat moment ook niet dat Meint van den Berg verhalen schreef
in het christelijk literair tijdschrift Ontmoeting. Hij had daar in
1955 gedebuteerd onder de schuilnaam M. Monsinga.
Het verbaasde me later dat de verhalen en romans die hij in boekvorm
publiceerde toch sterk herinnerden aan het magisch-realisme van Lampo.
Meints eerste grote novelle heette 'De aardbeving' (1983), een verhaal
over meneer Jacques (ik stelde me dat beeld van Manneke Jacques in Rotterdam
voor) die opeens "een zacht fluweelachtig rommelen" hoort dat uitloopt
in het openbarsten van een kloostertuin, fragmenten van geraamten voegen
zich aaneen, er ontstaat al een bekleding van lichaam omheen, hij is
getuige van de opstanding uit de dood!
Psychologie
Meint
van den Berg noemde dit soort verhalen "reli-fiction". Daarin is hij
doorgegaan. Tot en met zijn verhalenbundel 'Zwart
water' (2001) dat in de laatste boekenweek verscheen als CLK-aktieboek
en waarover in ingezonden stukken in deze krant een discussie gaande
was. Maar het was niet alleen reli-fiction die Meint van den Berg schreef.
Zijn pastoraat, zijn liefde voor middeleeuwse kunst (hij was predikant
in boeiende historische plaatsen als Maastricht en Utrecht) en zijn
interesse in psychologie brachten hem tot het schrijven van novelles
als 'Portret van een oude dame' (1987) en romans als 'Pelgrimage' (1992),
beide geslaagde werken. In het eerste boekje observeert hij een oude
vrouw in een bejaardentehuis. In het tweede beschrijft hij hoe een curiekardinaal
terugkeert naar de plaats van zijn jeugd, wat uitdraait op een scherpe
confrontatie met zijn identiteit en met zijn dogmatische vooronderstellingen.
Ik schrijf in dit 'In Memoriam' niet over zijn prikkelende en daardoor
ook tot nadenken stemmende visies op kerk en kerkverband. Maar in zijn
verhalen en romans is ook déze Meint van den Berg wel herkenbaar.
Hij schreef vele heldere, populaire boekjes met Bijbelverklaringen.
Dat hoorde bij zijn predikantenbestaan. Romans en verhalen schreef hij
in de vakanties, soms heel snel ('Portret van een oude dame' in twee
weken). Hij voelde zich niet geroepen om christelijke literatuur te
schrijven. "Omdat je christen bent, komt dat ook in wat je schrijft
naar buiten," zei hij in 1993 tegen Piet Vergunst die hem voor het Reformatorisch
Dagblad interviewde.
Zijn verhalen, vooral in 'Zwart water', hebben ook zwarte toetsen.
Een maand geleden zei hij tegen G. Ligtenberg in het RD: "Zo zit het
leven in elkaar. Het heeft geen zin de kop in het zand te steken." Hij
maakte het leven dus niet mooier dan het is. Maar hij zette er wel iets
tegenover. In dezelfde bundel staan verhalen met hoop. In 'De miniatuur'
is de hoofdfiguur Filius (Zoon) bezig onzichtbaar te restaureren wat
geschonden is.
Zijn verhalend werk heeft (behalve 'Zwart water') geen brede verspreiding
gehad, maar hij had wel zijn waarderende lezerskring. De literaire kritiek
ging niet zacht met hem om. Ik heb zelf ook menige brief met hem gewisseld
over verhalen die hij ter visie toezond. Ik vond zijn stijl vaak te
vlak, en zijn compositie te voorspelbaar. Aan gedrukte kritiek ging
hij schouderophalend voorbij. Als er een verhaal van hem niet in Woordwerk
of Liter terechtkwam, mopperde hij nooit, maar stuurde gewoon weer eens
wat.
Enthousiast was ik over zijn verhaal 'Dagboekfragmenten uit het goede
leven', dat hij publiceerde in een themanummer van Liter over een nieuwe
hemel en een nieuwe aarde. Meint van den Berg ontmoet in dat verhaal
o.a. Geert Grote, aan de voet van de Domtoren in zijn geliefde Utrecht,
en dan hebben ze samen een gesprek over vroeger en nu. Het is een verhaal
waar ik warm van word.
Poëzie
Hij schreef ook dichtbundels. Zijn langste gedicht (elf bladzijden
in de bundel 'Wisselgeld' van 1995) staat me helder voor de geest. Het
heeft de stijl van Nijhoffs 'Het uur U', maar het bezit wel degelijk
zijn eigen originaliteit en zuiverheid. Het heet 'Concerto in C majeur',
je herkent er Utrecht in en het gaat over een Man en een kind, over
een geweer en oorlog, over de straat en de consumptiemaatschappij. Nu
hij gisteren, 72 jaar oud, overleed, zou het zondag in een Paasviering
gelezen moeten worden. Aan het eind is er een ontmoeting tussen de Man
en de ikpersoon:
(...) In de palm
van mijn hand lag zijn kruis, als een psalm,
een wit lied, juichende gospelsong
die weerklonk in mijn keel. En ik zong,
zong, zoals ik nog nooit had gedaan,
priller nog dan de prilste sopraan,
van de Man die mijn duisternis tot
licht had gemaakt, mijn Heer en mijn God.
|