|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
Familiegeschiedenis als romanInterview met Daniël van den BosChroom Digitaal Proza, april 2007 door Bert van Weenen In het eerste jaar van de nieuwe eeuw debuteerde de Edese auteur Daniël van den Bos (1952) bij Uitgeverij Mozaïek met de intrigerende roman 'De binding'. Vorig jaar verscheen zijn tweede boek: 'De vrouw en de doos'. Deze roman werd in het kader van een actie van de Bruna-winkels gepubliceerd bij Uitgeverij Gopher, die voor boeken met een kleinere oplage "publishing on demand" (POD) biedt. In 'De vrouw en de doos' vertelt Daniël van den Bos het verhaal van een dodelijk zieke vrouw die op het einde van haar leven een woord van troost zoekt in de nagelaten brieven van haar moeder. Deze brieven, geschreven tussen 1926 en 1962, worden in het derde gedeelte van elk hoofdstuk letterlijk geciteerd. Daartussendoor is in het middendeel van elk hoofdstuk de doos aan het woord waarin de brieven waren opgeslagen, een fantasierijke verteltruc die vergelijkbaar is met het pratende schilderij in de prachtige roman 'Specht en zoon' (2004) van Willem Jan Otten. Die poëtische diepte haalt Daniël van den Bos in zijn nieuwste boek niet, maar hij komt een heel eind. De doos uit 'De vrouw en de doos' is in ieder geval een stuk humoristischer dan Ottens druk filosoferende schildersdoek. En dat is naar mijn idee ook vooral een verschil in verhaalgenre. 'De vrouw en de doos' is een door en door religieuze roman, want zowel in de mijmeringen van de zieke vrouw als in de brieven van haar moeder speelt het christelijke geloof, zwaar als de Gelderse klei, een belangrijke rol. Uw roman 'De vrouw en de doos' lijkt een autobiografische achtergrond te hebben. Kunt u iets zeggen over het ontstaan van deze tweede roman na 'De binding'? "Bij het ontruimen van ons ouderlijk huis na het sterven van onze moeder, vonden wij op zolder een doos met brieven, foto's, schoolrapporten, aantekeningen van lessen, rekeningen, dagboeken, een poëziealbum, een notulenschriftje en kasboekjes. Wij ontdekten zo een leven dat wij niet kenden. En het was de bedoeling van onze moeder dat we het zouden leren kennen. Een nichtje vertelde ons namelijk, dat zij de doos had moeten weggooien in de kliko, om hem weer naar zijn plaats terug te brengen na berouw van de opdrachtgeefster. In het boek is deze rol overigens toebedeeld aan de thuiszorgmedewerkster. Het was dus niet de bedoeling dat het archief zou verdwijnen, maar dat het zou voortbestaan." "Mijn moeder kende mij. Zij wist, dat ik iets met dat materiaal zou gaan doen. Ik ben de geschiedschrijver van de familie. Ik ben gaan ordenen, lezen, uittypen. In eerste instantie dacht ik alleen maar aan een soort biografie. Maar mijn moeder is Annie M.G. Schmidt niet. Dus moest er iets met dat materiaal gebeuren, er moest een vorm gevonden worden." Door een deel van het verhaal weer te geven door de "ogen" van de doos waarin de brieven van de oma waren opgeborgen, heeft u gekozen voor een fantasierijk perspectief. Wat zijn volgens u de voor- en nadelen van zo'n werkmethode? "De doos schonk mij zoveel plezier en inzichten, dat ik me aan haar verplicht wist. Hoe kon ik haar vergelden wat ze mij gegeven had? Deze vraag bevruchtte die andere vraag: hoe kon ik een verhaal maken van het leven van mijn moeder? Geïnspireerd door 'De eeuw van mijn vader' en door 'Het zwijgen van Maria Zachea' opende de doos mijn ogen voor haar bestaan. In haar woorden: ik sta, dus ik besta." "Ik ging mij verdiepen in het ontstaan van een doos, de doos. Het woord "strokarton" voerde mij naar Oost-Groningen. En mijn moeders liefde voor de boeken van Louis Couperus en Frederik van Eeden en de gedichten van Ida Gerhardt en Jacqueline van der Waals leidde mij verder. Het dramatische moment van het storten van de doos in de kliko en haar wonderlijke terugkeer bood de doorbraak. De rest volgde vanzelf." "Door het parallelle verhaal van de toegewijde en liefdevolle doos kon ik het lijdensverhaal van mijn moeder iets minder zwaar maken voor de lezer. Daarnaast waren er ook verhalen die alleen maar door zo'n nederige doos van onder het bed vandaan verteld konden worden." "Of er nadelen zijn? In de formule die ik ontdekte, speelt de doos een sleutelrol. En dat doet ze met verve. Ik zou geen nadelen kunnen opnoemen." U heeft 'De vrouw en de doos' laten produceren door een "publishing on demand"-uitgeverij. Tegenwoordig zijn dit soort uitgevers door de verbetering van allerlei kopieermachines sterk in opkomst. Wat zijn uw ervaringen hiermee? Gaat u een volgende boek weer op deze manier in de markt zetten? "Mijn ervaringen met de mensen van Gopher (aan wie Bruna de klus heeft uitbesteed) zijn zeer positief. Zij zijn altijd vriendelijk en goedgelovig aan het werk om de boeken zo mooi mogelijk te maken. Als je als schrijver steeds maar die nietszeggende drieregelbriefjes moet openmaken en het ongeloof in jouw kunnen de pan uit ziet rijzen, is het balsem voor de ziel om de mensen van Gopher te spreken en met hen te werken." "Nadeel is dat de redactie zeer beperkt is, zodat het boek snel goed wordt gevonden in de versie waarin het wordt aangeboden. Nadelig is ook, dat de publiciteit en de lijnen naar de pers beperkt zijn. Het boek wordt minder prominent in de markt gezet dan bij een traditionele uitgever het geval zou zijn. Het krijgt wel een prominente plek in de plaatselijke Bruna-winkel, dat is natuurlijk een voordeel." "Je boek wordt in ieder geval in de markt gezet. Als je moet kiezen tussen 'to publish or not to publish', dan weet je het wel. Ik wel tenminste. Niettemin ga ik een volgend boek weer op de traditionele manier proberen gepubliceerd te krijgen. Een boek hoort in een boekhandel en niet op een virtuele plank te liggen, wachtend om 'op aanvraag' geprint te worden." Het valt op dat in uw boek Couperus een prominente plaats heeft. Wat is de relatie tussen Couperus en de thematiek van uw boek?
"Het boek gaat over de dood, de angst voor de dood. De vrouw tast naar woorden en vindt die in de boeken. Zij is vanaf haar twaalfde jaar vertrouwd met Couperus en zijn droevige wereld. Compensatie biedt voor haar Frederik van Eeden, die meer uitkomst biedt en het venster naar God openhoudt." "Maar Couperus kent haar diepste gevoelens op haar weg naar het einde, door hem 'voorbijgaan' genoemd. En de doos neemt dat over: ook de doos gaat voorbij en beleeft dat heel intens. Vandaar dat het eennalaatste hoofdstuk 'Oude mensen en dingen' heet. Ik wist toen ik dit boek schreef, uiteraard nog niet van het thema van de Boekenweek van 2008. Ik vind het een eer en het is mijn wens, dat het boek onder die vlag mag meevaren." |
|
Gopher Publishers, Utrecht 2006, ISBN 90-517-9338-3 Meer informatie op deze website: Ontbreekt er een recensie? Stuur een e-mail aan de redactie. |
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |