|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
De verbeelding van een heldendaadOver 'Zondagavond' (2009) van Vonne van der MeerChroom Digitaal Proza, maart 2009 door Wouter de Vries Als Vonne van der Meer ervoor gekozen had haar nieuwe roman 'Zondagavond' van een motto te voorzien, dan zou de 310e gedachte uit 'Pensées' van Blaise Pascal niet hebben misstaan. Daarin stelt de 17de-eeuwse Franse wis- en natuurkundige dat de theorie dat de apostelen bedriegers waren volkomen onzinnig is: "Het menselijk hart heeft een bijzonder sterke neiging tot lichtzinnigheid en wispelturigheid, en is buitengewoon gevoelig voor beloften en aardse goederen." Hebben de twaalf apostelen het geheim van de opstanding verzonnen en dat ieder persoonlijk voor zich gehouden? Dat is ondenkbaar, denkt Pascal, temeer omdat martelingen en gevangschap hen niet bespaard werden. Een hedendaagse variant op deze gedachte vinden we in 'Zondagavond', een roman over verraad, schuld en vergeving en de vraag of dit gepaard kan gaan met dankbaarheid. Vergeving en dankbaarheid zijn bekende thema's in het vlot uitbreidende oeuvre van Vonne van der Meer (geb. 1952). In 1985 debuteerde de schrijfster met de prachtige verhalenbundel 'Het limonadegevoel en andere verhalen' en vervolgens schreef zij romans, novelles, verhalen en een toneelstuk. Het meest bekend werd Van der Meer met de driedelige eilandcyclus waarin de bezoekers van een vakantiehuisje hun verhalen achterlaten in een gastenboek. De portretten die Vonne van der Meer van haar hoofdpersonages tekent, zijn zowel psychologisch als beeldend zeer geslaagd. En ook in haar laatste roman schetst de schrijfster eenvoudige maar krachtige karakters, bijna aanraakbaar echt in hun ragfijne kwetsbaarheid. Met trefzekere pennenstreken zijn ze getekend: Robert, Freeke en Mila. En hun levens worden met dunne potloodlijntjes aan elkaar verbonden. Van der Meer houdt deze lijntjes strak in de hand en construeert zo een aangrijpend verhaal dat draait om een nooit vertelde gebeurtenis. HeldendaadDe 72-jarige Robert Blauwhuis draagt al vijftig jaar een verhaal bij zich dat alleen zijn inmiddels overleden vrouw kende. Het verhaal heeft alles te maken met het litteken op z'n wang, dat herinnert aan de redding van een Joodse baby tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn dochter Freeke, alleenstaande moeder en chirurg die haar vader wekelijks trouw bezoekt, weet niet beter dan dat het litteken het bewijs is van Roberts heldhaftig optreden. Want op het station van Naarden-Bussum ging het bijna mis. Terwijl Robert met de baby op zijn arm op de trein zat te wachten, werd hij aangesproken door twee Duitse militairen. De Duitse officier wilde weten waar de baby vandaan kwam, maar zijn ondergeschikte wist de aandacht af te leiden door te beweren dat er buiten werd geschoten. Maar was dat wel echt zo? De ware toedracht blijft verborgen. Feit is dat Robert met bebloed gezicht én de baby bij het onderduikadres aankwam. De gebeurtenis op het station voedt de belangrijkste vraag in deze roman: is hier sprake van een wonder of moeten we de Duitse soldaat dankbaar zijn? En hoe komt Robert aan het even geheimzinnige als tastbare litteken? De baby van toen, Mila, is nu een vijftig jaar oudere receptioniste, die haar redder nog steeds bezoekt. Zij denkt dat zij haar leven aan Robert te danken heeft en plaatst hem daarom op een voetstuk. Het litteken is ook voor haar de herinnering aan zijn heldendaad. Maar de waarheid, die niet verteld kan worden omdat dat alle verhoudingen zou verbreken, is anders. En die wetenschap achtervolgt Robert sinds de dag waarop dit drama zich afspeelde. Leugens en bedrogRoberts nog lichtjes sluimerende geloof brengt hem ertoe dat hij zijn geheim wil opbiechten bij een pastoor, maar hij probeert het uiteindelijk te vergeten bij een escortdame. Roberts grote leugen staat in schril contrast met het leugentje van zijn dochter Freeke, die de affaire met een minnaar voor haar vader verzwijgt. Dit om hem niet tegen de borst te stoten omdat ze voor deze minnaar haar vaste zondagavondbezoekje aan haar vader moet afzeggen. De andere vrouw in de roman, Mila, heeft door het verschil in opleiding en haar ongezonde adoratie van Robert een moeilijke verhouding met Freeke. Maar ook haar verhouding met Robert is beladen, namelijk door de erotische spanning tussen redder en geredde die op de 'zondagavond' uit de titel tot een wrange climax leidt. Als tijdens deze zondagavond Robert zijn verhaal aan Mila opbiecht, wordt de vader die zij van hem gemaakt had, van haar weggenomen. Hij laat haar letterlijk en figuurlijk achter in woede en afgunst, als hij na de biecht in elkaar zakt in de badkamer. Terwijl Robert door deze infarct in comateuze toestand is opgenomen in het ziekenhuis, leest Freeke in een door hem geschreven brief het verhaal dat hij graag ook aan haar wilde vertellen, maar waar het niet van kwam. In het laatste gedeelte van het verhaal neemt Vonne van der Meer de lezer op meesterlijke wijze mee in de gedachtewereld van Robert. Hij ligt op de intensive care, nog steeds in coma. Alles om zich heen neemt hij waar, maar hij kan nergens ingrijpen. In een Hersenschimmen-achtige schemertoestand hoort Robert zijn dochter en de door hem geredde vrouw zijn geheim bespreken. Hij is getuige van hun emoties bij zijn verraad. Kunnen ze hem nog dankbaar zijn? Is het goed geweest dat hij het Mila heeft verteld, dat hij Freeke de brief heeft geschreven? Tenslotte wordt hij door de priester, waaraan hij zijn geheim uiteindelijk nooit heeft opgebiecht, gezegend. In een prachtige scène bedient de voorganger het laatste sacrament; hij zalft met olie de handen, de voeten, de borst en het hoofd van een man die tenslotte als enige van zijn dankbaarheid heeft kunnen getuigen. De rite wordt besloten met de woorden van Psalm 139: "Heer, U doorgrondt mij en kent mij…" Het verraad bracht Robert terug bij God. DankbaarheidOf Mila en Freeke Robert nog dankbaar kunnen zijn? Met deze vraag besluit 'Zondagavond'. Zeven jaar na het overlijden van haar vader gaat Freeke op zoek naar het antwoord. Hier verbindt Vonne van der Meer de lijnen van de drie personages. Robert lijkt door een onzichtbare hand te zijn gestuurd en Freeke vraagt zich af of dit de hand van God kan zijn. Mila pakt haar leven op en wil niet met de gebeurtenis geconfronteerd worden. Haar leven is gered, hoe dan ook. En de heldendaad is er een van verbeelding geworden. Het is bijna ongepast clichématig om het spreekwoord aan te halen: al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel. Maar toch is dit de hoofdgedachte in 'Zondagavond'. De manier waarop Vonne van der Meer deze gedachte tot een verhaal heeft gemaakt, is echter alles behalve clichématig. Ze toont zich een meestervertelster: drie prachtige psychologische portretten rond het even religieuze als menselijke thema verraad. Pascal krijgt in deze roman gelijk: lichtzinnigheid, wispelturigheid, aardse goederen – de mens heeft weinig houvast om een geheim te bewaren. En zoals we het uit de Bijbel kennen: "wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart" (Pred. 1:18). De waarheid leidt tot lijden. De schrijfster had zich aan deze zware thematiek gemakkelijk kunnen vertillen. Maar zo kwetsbaar en duister het verhaal, zo daadkrachtig en helder is het beschreven. |
|
Contact,
Amsterdam 2009, ISBN 9789025429898 (hardcover), Meer informatie op deze website: Externe links:
Overige bronnen:
AD = Algemeen Dagblad |
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |