Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Geschreven in de palm van Uw hand

Over 'Eilandgasten' (1999) van Vonne van der Meer

Chroom Digitaal Proza, september 2000

door Tjerk de Reus

Bijna zeker ben ik ervan, dat de nieuwe roman van Vonne van der Meer het mooiste boek is van de afgelopen vijf jaar. Zo'n vijf jaar houd ik nu de moderne literatuur bij voor (CV-)Koers en de keren dat ik wist: 'dit is grandioos', zijn op één hand te tellen. Het gold voor de roman 'Verborgen gebreken' van Renate Dorrestein, ook voor Pieter Nouwens 'Het negende uur'. Nu ligt 'Eilandgasten' van Vonne van der Meer in de boekhandel (Contact, Amsterdam, fl. 34,50). Een erg knap en waardevol boek.

Geheimen

Alle verwikkelingen, verhalen en gebeurtenissen in deze roman cirkelen om een geheim. Dat geheim heeft te maken met troost, met zorgzaamheid, met een levenszin, met je-geborgen-weten. Maar dat alles is present op de wijze van een geheim; wie al te snel wil redeneren, glijdt uit. De roman van Vonne van der Meer bevat het leven in al zijn weerbarstigheid, met zijn vreugde en verdriet, met uitzichtloosheid vlak naast ongerept geluk. Maar wie goed luistert, hoort in deze roman een hart kloppen.

Vakantie

Zoals de titel al zegt, in deze roman zijn er eilandgasten: vakantiegangers, die een korte periode doorbrengen op Vlieland. Het zou moeilijk zijn om een hoofdpersoon aan te wijzen. Er staan eigenlijk zes korte verhalen in deze roman, waarin steeds weer nieuwe mensen een rol spelen: een gezin waarin sprake was van ontrouw, een bejaarde die een eind aan zijn leven wil maken, een kinderloze, oudere vrijgezel en een jonge zwangere vrouw, een vader die zich gepasseerd voelt op zijn werkplek en daardoor twee van de drie vakantieweken niet aanspreekbaar is, enzovoort. Maar ook is er een werkster, die best de belangrijkste van allemaal zou kunnen zijn, om maar niet te spreken van het vakantiehuis, Duinroos geheten, waarin deze mensen zich allemaal bevinden. En wat te denken van het gastenboek?

Overspel

De roman start in het voorseizoen. De eerste vakantiegasten zijn op komst en de werkster gaat na of alles in orde is. Staan de pannen allemaal op de juiste plek, is de stapel borden compleet, staat de kachel zachtjes aan, zodat de gasten niet in een kil huis terecht zullen komen? En dan arriveren de eerste gasten – het eerste verhaal. Dat verhaal is mooi en ontroerend, maar de materie is weerbarstig. Chiel is vreemdgegaan tijdens een zakelijk verblijf in Berlijn. Hij heeft zijn vrouw, Dana, alles opgebiecht, maar hoe nu verder? Dana heeft het hem allemaal vergeven, maar toch: hoe nu verder? In haar briljante stijl schetst Vonne van der Meer het weekje dat dit echtpaar, met hun zoontje, doorbrengt op het eiland.

Abortus

Dan – volgend verhaal – betreden de volgende gasten het vakantiehuis. De drieënveertigjarige Martine heeft de dochter van haar vriendin, Sanne, meegenomen naar het vakantiehuisje, dat ze eigenlijk voor haar en haar nieuwe vriend gehuurd had. Maar de vriend haakte onverwacht af, van het een kwam het ander, en de nukkige Sanne vormt nu het gezelschap voor Martine. De nukkigheid van Sanne is als de harde schaal van een ei. Op een goed moment breekt het, en de nukkigheid verdwijnt. Er komt een verhaal voor in de plaats: Sanne blijkt zwanger. Dat maakt veel los bij Martine. Ze dringt er bij Sanne op aan 'het' te laten weghalen – dat deed ze zelf ook toen ze ooit zwanger was en het haar niet uitkwam. Maar Sanne denkt er anders over. Door de gesprekken die nu ontstaan, komt de abortus van lang geleden opnieuw, dwingend, onder Martines aandacht. Sanne vraagt haar wat 'het' was, een jongen of een meisje: "Dat heb ik niet gevraagd." "Was je daar niet benieuwd naar?" "Als je het niet wilt houden, kun je dat maar beter niet weten. Leek me. Een meisje, een jongen, dan heeft het toch al bijna een naam?"

Herbezinning

Maar hoe koel en rationeel Martines overwegingen ook waren, ze ontkomt niet aan een herbezinning: "Twintig jaar had ze er niet meer aan gedacht, en nu wilde het alsnog een naam hebben?" Aan het slot van het verhaal heeft de ommekeer zich in Martine voltrokken. Heeft ze spijt? Heeft ze nu een andere visie op abortus? Dat weet ik niet, maar wel is er iets wezenlijks gebeurd. Tijdens een nachtelijke strandwandeling ontstaat er een nieuw evenwicht in Martine, als ze aan het strand zit te piekeren: "Soms zei ze een woord, een naam, heel zacht. Zo zacht dat een oor haar lippen had moeten raken om te weten wat ze zei, welke naam ze had gekozen."

Gods handpalm

Dan komt de werkster weer in beeld. Ze kijkt even in het huis rond of alles nog in orde is, of er reparatie nodig is. Maar vooral is ze benieuwd naar het gastenboek. Let op hoe de gedachte van 'naamgeving', die bij de ongeboren vrucht van Martine zo belangrijk was, in een nieuw verband weer terugkeert: "Gelukkig, de eerste gasten hebben wel geschreven [...] Ik moet niet te veel verwachten. Als ze er maar iets in schrijven, al is het maar hun naam, zodat de gezichten een naam krijgen." En dan volgen de cruciale zinnen: "'Onze namen staan geschreven in de palm van Uw hand' stond ook op Jeltes rouwkaart. Dat heb ik altijd een mooie gedachte gevonden: één handpalm met miljarden namen."

Zorgzaamheid

Het is fascinerend om Vonne van der Meer op de voet te volgen als ze na de verhalen over de vakantiegangers (steeds 30 tot 40 bladzijden), de werkster in beeld laat komen. Hoe zij heet vermeldt de roman niet. Wel weten we dat ze weduwe is, haar man heette Jelte. Vooral echter wordt duidelijk dat zij een zorgzame vrouw is, die zich op de een of andere manier sterk betrokken weet bij de gasten. Ze fietst zowat iedere dag langs het vakantiehuisje en als ze iemand voor het raam ziet staan, zwaait ze even. Is dat nieuwsgierigheid? Dat zou je denken, maar haar optreden is niet vervelend, er schuilt juist iets heel zorgzaams in.

Warmte

Ze denkt op een gegeven moment: "Soms zou ik willen dat ik dit huis niet alleen schoonhield, maar dat mijn armen de muren waren, mijn ogen de ramen. Dat ik kon zien en horen wat Duinroos meemaakt." De warmte en belangstelling die zij uitstraalt, wordt door de gasten ook opgemerkt. De bejaarde weduwnaar die een einde aan zijn leven wil maken, wordt bijvoorbeeld geïrriteerd door de verse bloemen die op tafel staan als hij aankomt in het vakantiehuisje. Maar dat gebaar van die verse bloemen, zou dat het begin geweest zijn van zijn ommekeer? Zou die zorg van buitenaf hem de troost verschaft hebben waardoor zijn gedachten langzaam maar zeker een andere wending kregen?

Troost

Vonne van der Meer schreef met deze roman een boek over troost, over houvast. En over geborgenheid en warmte, en ook over iemand die voor je zorgt. Daarom houdt een van de verhaalfiguren zich vast aan een hoopvolle gedachte: "All shall be well". Het zijn kleine dingen die deze hoop en dit vertrouwen wakker maken. En op de achtergrond van dat alles resoneert de tekst van Jeltes rouwkaart: 'Onze namen staan geschreven in de palm van Uw hand'.

 


Eerder gepubliceerd in CV/Koers november 1999

vonne van der meer: eilandgasten

Contact, Amsterdam 1999, ISBN 90-254-9773-x


Meer informatie op deze website:

 

Externe links:

Overige bronnen:

  • interview door Gerda van de Haar in Liter 12 (mei 2000)
  • recensie door Jeroen Vullings in Ons Erfdeel maart 2000
  • recensie door Gerda van de Haar in Wapenveld 2000-1
  • recensie door Ronald Westerbeek in Icarus 7/6
  • recensie door Mieke Wilcke-van der Linden in ND 10 dec 1999
  • recensie door Douwe de Vries in FD 13 oktober 1999
  • bijdrage aan De tien geboden in Trouw 18 september 1999
  • recensie door Gerda van de Haar in CW 10 september 1999
  • recensie door Hans Warren in Gelders Dagblad 4 sept 1999
  • recensie door Marja Pruis in de Groene Amsterdammer 1 september 1999
  • recensie door T. van Deel in Trouw 28 augustus 1999
  • recensie door Annemiek Neefjes in VN 28 augustus 1999
  • recensie door Elsbeth Etty in NRC 27 augustus 1999
  • interview door Dirk-Jan Arensman in het Parool 27 augustus 1999
  • recensie door Arjan Peters in VK 27 augustus 1999
  • recensie door Jan Paul Bresser in Elsevier 21 augustus 1999
  • recensie door Linda Huijsmans in AD 20 augustus 1999
  • recensie door Linda Huijsmans in Surplus 1999-6
  • recensie door Max Pam in HP/De Tijd 13 augustus 1999

AD = Algemeen Dagblad
CW = Centraal Weekblad
FD = Friesch Dagblad
RD = Reformatorisch Dagblad
ND = Nederlands Dagblad
NRC = NRC/Handelsblad
VK = de Volkskrant
VN = Vrij Nederland

Ontbreekt er een recensie? Stuur een e-mail aan de redactie.


Terug naar boven

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur