Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Vreemdeling op doortocht

Over 'Vreemdeling op doortocht' (2002) van Michel van der Plas

Chroom Digitaal Poëzie, november 2002

door Liesbeth Goedbloed

Ongeveer twee weken geleden werd mij een vraag gesteld waar ik geen antwoord op zou hebben geweten, als ik niet net de dag ervoor de bundel van Michel van der Plas 'Vreemdeling op doortocht' in handen had gekregen. In deze bundel staat de cyclus 'De goede moordenaar'. Deze moordenaar heeft net uit Jezus' mond gehoord dat hij nog dezelfde dag met Hem in het paradijs zal zijn en dan is er dit gedicht:

Paradijs. Paradijs. Dat woord was zoek
op aarde en in de hemel, als vergeten,
onuitgesproken sinds het eerste boek,
zelfs onder de stoutmoedigste profeten.

En nu staat het opeens weer, diamant,
tegen de zwarte lucht, en visioenen
van al het zuivere en eeuwig groene
herleven in het jou beloofde land.

De engel stapt opzij, de zeven stromen
klateren op in nieuw, gedeeld genot,
de zachte bries ontwaakt in alle bomen,
nu gaat de mens weer wandelen met God,
het zwaard smelt in zijn vlammen, het is vrede,
vrede, het is je aangezegd, nog heden.

De vraag was: "Kun je eigenlijk wel uitleggen waarom poëzie mooi is?" Laat me het proberen aan de hand van de een-na-laatste regel van dit gedicht: "het zwaard smelt in zijn vlammen". En "smelten" is dan niet zomaar "smelten". Chocolade smelt op je tong. Als je de liefste in de ogen kijkt, smelt je natuurlijk. En het zwaard dat ons uit het paradijs houdt, moet wel smelten. Want het is vrede.

Verder is het zo logisch als het maar kan zijn, dat een "vlammend zwaard" uiteindelijk smelt. Dat ligt al opgesloten in het beeld en gaat een keer gebeuren. Maar je moet het wel net zien. Dat is poëzie. En dat is mooi.

Nieuw perspectief

Als dichter kun je er dus voor kiezen om een beeld zijn eigen gang te laten gaan. Maar er zijn meer manieren om een poëzielezer iets te laten zien wat hij nog nooit gezien had. Bijvoorbeeld door een ongewoon vertelperspectief te kiezen. Dat doet Michel van der Plas vaak. Een van de herders uit Lukas 2 wil na jaren de stal weer zien waar Jezus geboren werd en de vrouw van de herbergier staat hem te woord. De Emmaüsgangers vieren het Avondmaal en herdenken hun gang naar Emmaüs ("Laat ons tot zijn gedachtenis / nu samen eten, Kléopas, / en vieren dat hij bij ons is / zoals hij het die avond was.") En in het gedicht 'Anna tot Jozef' beschrijft de moeder van Maria het bezoek van de engel:

Het eten was al opgedaan.
Ik had haar driemaal moeten roepen, had driemaal
de lepel in mijn hand gewogen.
Toen zag ik haar op de drempel staan
met nieuwe ogen,
groter, nee, kleiner, ik weet niet, ze gaven zich uit
voor duiven, o ja, ik zag duiven achter haar sluier:
de ogen van een bruid.
(…)
Ik stond met die lepel in mijn hand, van de wijs, verlegen;
dat kwam door het licht dat zij in de kamer bracht;
dat kwam door de witte holten boven haar blos,
daar wilden de duiven uit los.
(…)
Er zijn dingen aan haar gedaan
en wij zijn niet gewaarschuwd, wij hebben de duiven
niet achter haar sluier neer zien strijken.
(…)

Dit ongewone perspectief zorgt ervoor dat de lezer de ogen van Maria kan zien. Het zijn de ogen van een bruid. Maar niet die van een gewone bruid. Als dat zo was, had Anna kunnen volstaan met Maria te beschrijven in de taal die ze kende; die van het Hooglied. "Uw ogen zijn duivenogen, Maria." Maar dat is niet sterk genoeg. De ogen van Maria zijn die duiven zelf. En dit is opnieuw een beeld dat een eigen leven kan leiden. Duiven zijn vogels; ze kunnen wegvliegen of ergens achter neerstrijken.

Dichterlijke arbeid

Helaas is Michel van der Plas niet overal even sterk in zijn beeldgebruik. In hetzelfde gedicht 'Anna tot Jozef' staat ook de zin: "Ik dacht opeens dingen uit boeken, ik weet niet, ik dacht / aan een roos na zachte regen". Dit zegt me helemaal niets. Het roept eerder irritatie op. Er wordt "een roos na zachte regen" gezegd en de lezer denkt inderdaad aan iets moois en teers. Maar wel aan iets moois en teers dat nietszeggend is in het gedicht. Hier maakt Michel van der Plas zich er te gemakkelijk van af.

En dat is vaker zo. In 'Psalm' bijvoorbeeld. Een fragment daaruit:

En zijn naam zij gezegend, de eeuwigheid lang
zij gezegend de naam van den Heer,
van de opgang der zon tot haar ondergang
zij gezegend de naam van den Heer:
die de sneeuwvlokken zendt als de wolkige wol
en de rijm als verdwarrelde as –
als hij spreekt lopen alle de stuwmeren vol
en àl smelt wat bevroren was.

Alle de stuwmeren. Een modern fenomeen als stuwmeren in combinatie met zeventiende-eeuws taalgebruik (denk aan: 'Alle de werken' van Cats); dat vloekt met elkaar. Verder lijkt het erop dat deze constructie ontstaan is vanuit een soort metrumnood. Om een antimetrie te voorkomen: "als hij spreekt lopen alle stuwmeren vol". Dergelijke wanstaltigheden zijn met een beetje dichterlijke arbeid weg te werken.

Nieuw lied

Verder zijn er grote verschillen zijn in de kwaliteit van de gedichten. Het gaat van bovenstaande 'Psalm' (dit fragment is psalm 147 met andere woorden; is dit jeugdwerk van Van der Plas?) tot 'Thuiskomen':

Thuiskomen als op de kust van Engeland:
Diep in een baai tussen witte rotsen. Home.
En over hard en kort gras een slingerend pad
dat neuriënd heuvels ingaat, heggen wekt
tot knikken en knielen, en dan opeens begint
te hollen, bergaf, naar een rokende boom
met bebloesemde ogen en een hoed van riet.

Waar de ketel zingt en stro uit de hemel ligt.
Waar slaap eenvoudig wordt en geen lucht meer rest.

De schoot van Jahweh een zwaluwennest.

Na poëzie als dit blijft de vraag waarom Van der Plas een gedicht nog begint met: "Een nieuw lied voor den Heer die de vogeltjes schiep / en hun wijzen voor iedere dag". Hij kán nieuwe liederen maken. En hij zou het meer moeten doen.

 


michel van der plas: vreemdeling op doortocht

Uitgeverij Ten Have, Baarn 2002, ISBN 90-259-5296-8.


Externe links:

Overige bronnen:

  • recensie door Hein Walter in Roodkoper augustus 2002
  • column door Gerry van der List in Elsevier 27 april 2002
  • recensie door Jaap Goedegebuure in Trouw 26 april 2002

AD = Algemeen Dagblad
CW = Centraal Weekblad
FD = Friesch Dagblad
HN = Hervormd Nederland
RD = Reformatorisch Dagblad
ND = Nederlands Dagblad
NRC = NRC/Handelsblad
VK = de Volkskrant
VN = Vrij Nederland


Terug naar boven

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur