|
In memoriam Klaas
van Elsäcker
(8 februari 1937 - 3 september 2001)
Chroom Digitaal Poëzie, november 2001
door Bert Hofman
Met toestemming overgenomen uit Lectori Salutem, het ledenblad van
de vereniging Schrijvenderwijs.
In dit LS een tweede
'In memoriam' van een lid dat bij Schrijvenderwijs hoorde. Klaas was
tien jaar als bestuurder en penningmeester nauw bij onze club betrokken.
Aan vrijwel alle activiteiten nam hij actief deel. Samen met Nel Benschop,
Co 't Hart, Enny IJskes-Kooger en ondergetekende zat hij in de redactie
die de bundel 'Een veelstemmige melodie' (bloemlezing nieuwe christelijke
poëzie, 1986) samenstelde.
De laatste jaren had hij met veel tegenslagen te kampen. Zijn vrouw
Ien werd ziek. Na een lange, slepende ziekte is ze een half jaar geleden
overleden. Klaas zelf had de laatste jaren een wankele gezondheid. Een
rugoperatie mislukte, zodat hij voordurend pijn leed. Sindsdien kon
hij onze vergaderingen maar voor een deel meer bijwonen. Maar als hij
enigszins kon was hij er.
Een
dubbele longontsteking maakte een einde aan zijn leven. Ook hij laat
een lege plaats achter. Klaas was eigenzinnig. Hij durfde tegendraads
te zijn. Hij was geen betweter, maar als hij het beter wist, durfde
hij dat te zeggen. Daarmee maakte hij het zichzelf niet makkelijk. Het
bevorderde goede contacten met zijn medemensen niet. Zijn dichtwerk
had authentieke trekken, vooral de religieuze diepgang daarin. Het ging
hem om waarachtigheid. Goedkope vroomheid verafschuwde hij. Hij schreef:
'In leven en in sterven...' (1977), 'Zo ik niet had geloofd...' (1979),
'Een leven zonder vragen...' (1980) en 'Herbegin' (1997).
Het was voor hem moeilijk zich te schikken naar de weg die God met
hem ging. Op 17 april van dit jaar vroeg ik hem een gedicht voor LS
te schrijven. Het staat hieronder afgedrukt. Zijn antwoord dateert van
16 juni 2001. Het begint zo: "Eindelijk een teken van leven op je briefje."
Ik kon toen niet vermoeden dat dit het laatste levensteken van hem voor
mij was. Het gedicht getuigt van zijn strijd. Wat moet de chronische
pijn hem soms moedeloos gemaakt hebben. Maar hij wist zeker, dat Gods
liefde hem beschermde. Zijn begeleidende brief eindigde met: "Met een
hartelijke groet, ook aan Francien, Klaas." Hem gekend hebbende weet
ik zeker dat deze groet voor heel Schrijvenderwijs mag gelden.
EENS BAD ik HEER:
Had U mij maar wat minder lief,
dan had ik nu een beter lijf.
Men zegt zo plomp, dat God kastijdt
die, wie hij liefheeft in de tijd.
THANS DANK ik HEER:
Voor mij is immers buiten kijf,
dat U mijn ziel, mijn pijnlijk lijf
niet dieper duwt, maar mij slechts
in de luwte van uw liefde zeilt.
Klaas van Elsäcker
Externe bronnen:
Meer over Schrijvenderwijs op deze site:
|