|
Gedichten voor de veertigdagentijd
Over 'De steen voorbij' (1998) van
René van Loenen
Chroom Digitaal Poëzie, augustus 2002
door Dirk Zwart
René van Loenen (1950) schrijft zowel vrije gedichten als teksten
voor liturgisch gebruik, zoals liederen en gebeden. Eerder verschenen
van hem twee bundels met gedichten, liederen en gebeden. Onlangs verscheen
'De steen voorbij - gedichten voor de veertigdagentijd'. Daarin staan
zowel vrije gedichten als kerkliedteksten, waarvan er enkele zijn opgenomen
in liedbundels, zoals 'Zingend geloven'.
De titel van de bundel is afkomstig uit het lied 'Pascha', waarin de
regels:
Ga voorbij, de steen voorbij.
Ga voorbij de steen.
als een refrein fungeren. Van Loenen schrijft goed zingbare, mooie
en bruikbare liedteksten. Maar meer nog spreken mij zijn vrije gedichten
aan, waarin hij christelijke noties onnadrukkelijk verweeft met beelden
uit het hedendaagse leven, zoals in het kwatrijn 'Stille zaterdag':
Een trage mist is in de stad gedreven.
Er is geen teken van beginnend leven
onder dit laken van de dood waardoor
de ochtend met de avond is verweven.
De mist, die aan de stad een schemersfeer verleent waarin het dag
noch nacht is, en waar het leven dus opgehouden lijkt, wordt symbool
gemaakt voor de situatie op de dag na het sterven van Jezus: zijn leerlingen
zaten verslagen bijeen, want Jezus was gestorven. Alles leek voorbij.
Pleisterplaats
Als er geen 'Stille zaterdag' boven dit kwatrijn had gestaan, zou ik
de verbinding tussen de mist in de stad en het lijdensverhaal nooit
gelegd hebben. Dat geldt ook voor andere gedichten in deze bundel, zoals
'Pleisterplaats', waarin geen enkele expliciet-christelijke notie voorkomt.
Alleen de zinsnede "zoals het gras" roept de herinnering aan Psalm 103
op. Maar door zo'n gedicht op te nemen in een bundel voor de veertigdagentijd,
wordt het, behalve een sfeervol portretje van een oude boerderij, een
fraai beeld voor een pleisterplaats - een moment van harmonie en rust
- op de lange reisweg die God met ons wil gaan:
Landschap licht op. Schaduw
schuift onder de paardekastanje.
In weelde ligt de oude hoeve.
Voor ons geopend staat het kleine
boerenleven. Het geurt er sterk
naar boenwas. Het rijke hout
dat niet verdort zoals het gras.
De lucht betrekt als wij weer
buitentreden.
Ook het gedicht zelf is eigenlijk een pleisterplaats - een oase van
schoonheid temidden van het leven vol gebrokenheid en dreiging ('de
lucht betrekt').
Afdelingen
Van Loenen heeft zijn bundel verdeeld in vier afdelingen. In de eerste,
'Uittocht', staat de reis centraal van het diensthuis naar het beloofde
land.
In de tweede, 'Keerzijde', gaat het om de gebrokenheid van het bestaan
en ons aandeel daarin: "De aarde die wij delen / zucht onder onze hand,
/ de roofbouw die wij plegen, / de kaalslag van het land." Van Loenen
gebruikt hier traditionele beelden en woorden, maar ook weer van die
fraaie observaties uit het hedendaagse leven, die door hun context een
christelijke lading krijgen, zoals in het kwatrijn 'Winkelsluiting':
Een tienuursvlinder in zijn vlucht gestuit
betast een hel verlichte etalageruit
en in zijn roes verliest hij zich aan deze
loodrechte hemel die hem buitensluit.
Mooi is ook dat woordenspel met hel en hemel in dit kleine gedichtje.
Bijbelverhalen
In de derde afdeling, 'Een klein begin', gaat het om de tekenen van
hoop en bevrijding, voorproefjes van gerechtigheid en nieuw leven. Van
Loenen grijpt daarbij terug op bijbelverhalen (over Abram en Lot, Jakob
bij de Jabbok, Elia, Naboth, Jona), maar dicht ook over de grote weegbree,
of over een opgeprikte vlinder, die tot symbool wordt voor de Gekruisigde.
In de vierde afdeling ten slotte, 'De steen voorbij', komt het lijdensverhaal
expliciet aan de orde, in gedichten als 'Judas' en een lied als 'Pilatus'.
Hier speelt ook het motief van tijd en eeuwigheid een belangrijke rol,
in gedichten waarin de dichter Stonehenge bezoekt, of mannen in een
café biljarten en domino spelen. "Op zoek naar eindigheid: de laatste
steen." Zo'n zin werkt als een vooruitwijzing naar dat refrein van Pasen,
over die heel andersoortige steen: "Ga voorbij, de steen voorbij. Ga
voorbij de steen."
Symboliek
De poëzie van René van Loenen spreekt mij zeer aan, om haar combinatie
van toegankelijkheid en onnadrukkelijke, maar onmiskenbare dichterlijkheid.
Daarnaast vind ik de impliciete christelijke symboliek in de aardse
alledaagsheid zeer geslaagd. 'De steen voorbij' is naar mijn smaak een
bundel met veel prachtige gedichten en liederen: over God en mensen,
schuld en bevrijding, licht en duisternis, dood en leven.
|