Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Als een geschilderd portret vol geheimen

Over 'Bladstil' (2006) van Leendert van Wezel

Chroom Digitaal Proza, maart 2006

door Bert van Weenen

Kinderboekenauteur Leendert van Wezel maakte in 2001 een start met een reeks novellen voor volwassenen. Na 'Veroordeeld', 'Stenen hart' en 'Dal van Dura' verschijnt nu in de boekenweek zijn vierde novelle als actieboek van de Brancheorganisatie voor het Christelijke Boeken- en muziekvak (BCB). De titel van het verhaal is 'Bladstil', waarmee Van Wezel met opzet een thema heeft gekozen dat contrasteert met het BOEM PAUKESLAG van de CPNB.

Let op: Omdat ik in mijn commentaar ook wat wil zeggen over de opbouw van het verhaal, graag eerst het boek lezen voordat u deze recensie raadpleegt!

Hoofdfiguur van 'Bladstil' is de labiele vrouw Sylvia Stanley, die na twintig jaar in Amerika te hebben gewoond, terugkeert naar Nederland. Aanleiding is het overlijdensbericht van haar voormalige vriend, de schilder Peter Jan Patisse, die zich met succes toelegde op het maken van reproducties van beroemde schilderijen. Hij heeft haar een brief laten sturen waarin hij schrijft dat hij haar iets waardevols heeft nagelaten. Via allerlei aanwijzingen (briefjes, schilderijen, Peter Jans grafsteen, fotoalbums) krijgt Sylvia – en via haar ook de lezer – inzicht in het leven van de achtergebleven Peter Jan. Peter Jan blijkt tot geloof te zijn gekomen. In zijn versie van 'De verzoeking van de heilige Antonius' van Jeroen Bosch laat hij aan zijn vroegere geliefde zien, dat er redding is in Christus en dat hij altijd van haar is blijven houden.

Gek is eng

Waar Adrian Verbree het vorig jaar zocht in een apocalyptische crash (het einde der tijden in EST), haalt Leendert van Wezel de spannende elementen voor zijn verhaal uit psychiatrische hoek. Op een aantal plaatsen in het verhaal wordt gerefereerd aan Sylvia's ongelukkige jeugd in Rotterdam, waarbij zij werd mishandeld door haar moeder. Een trauma dat voor deze vrouw verstrekkende gevolgen blijkt te hebben: haar geest splitst zich in meerdere persoonlijkheden ("alters"), waarvan er een moorddadig is. "Sylvia" is de normale alter en "de vrouw" de alter die wraak neemt op de vijandige omgeving.

Of Van Wezel het ziektebeeld van deze "dissociatieve identiteits-stoornis" (DIS; voorheen "meervoudige persoonlijkheidsstoornis", MPS, genoemd) waarheidsgetrouw weergeeft, kan ik moeilijk beoordelen. Op internet is er wel het een en ander over te vinden. Zo blijkt Sylvia's ervaring aan het eind van het boek als zij opeens van het bos weer terug is in het huis van Peter Jan, een DIS-symptoom te zijn: patiënten hebben geheugenverlies voor een aantal uren of zelfs dagen en bevinden zich soms op plekken waarvan ze niet weten hoe ze daar gekomen zijn.

Ik vind alleen wel, dat Sylvia als zij in haar gewone doen is – en dus niet aan het gillen of moorden slaat – erg rationeel reageert. Maar misschien past zo'n waterdichte scheiding tussen ratio en emotie wel bij dit ziektebeeld. Helemaal overtuigend vond ik het bij het lezen van 'Bladstil' in ieder geval niet. Afgezet tegen een film als Raising Cain van Brian de Palma, waarin DIS/MPS ook essentieel is voor de loop van het verhaal, is 'Bladstil' maar een slap verhaaltje. Of mag je deze zaken niet op zo'n manier vergelijken?

Doorsneethriller

Mede gelet op de cruciale rol die schilderijen spelen in het verhaal, zou je 'Bladstil' kunnen beschouwen als een religieuze whodunit in de lijn van 'De Da Vinci Code' van Dan Brown. De trucs van de thriller beheerst Leendert van Wezel behoorlijk goed, al blijft met name de rol van Peter Jans huisknecht Geert te onduidelijk.

Met de spankracht van de taal kan Van Wezel minder goed uit de voeten. Als je ervan uitgaat, dat er in een literair verhaal ook iets gebeurt met de taal, met de manier waarop de auteur woorden en beelden inzet bij het vertellen van zijn verhaal, dan valt 'Bladstil' naar mijn idee niet onder het genre literatuur. Zo bekeken is 'Bladstil' meer "plot" dan "(taal)muziek". Al moet ik daar meteen aan toevoegen, dat deze nieuwe novelle duidelijk een stap vooruit is vergeleken met het bijzonder klungelig geschreven 'Veroordeeld' en de twee matige voorgangers 'Stenen hart' en 'Dal van Dura'.

Van Wezels stijl is over het algemeen niet erg sterk of verrassend. Redelijk rechttoe rechtaan allemaal. Slechts als Sylvia alleen is in de natuur krijgt de novelle iets poëtisch, zoals op bladzijde 48:

"Die nacht gleed ze uit bed, zich voorzichtig bevrijdend uit Peter Jans omhelzing. Hij sliep rustig door. Ze liep naar de balkondeur en opende hem. Zwaar ruisend viel de regen neer op het roerloze bos. Ze staarde naar buiten, onbeweeglijk. Ze was een boom. Gegroeid op een plek die ze niet had uitgekozen, niet in staat om zich los te maken. Willoos de regen verdragen, tegen wil en dank geworteld in de koude aarde.
Het ruisen had iets angstaanjagends. De stilte en het ruisen. De kracht waarmee de regen neerstroomde op een bos zonder beweging.
Ze kon niet anders dan blijven staan. Onmachtig om uit de roerloze kracht van het bos los te breken. Ze wachtte af, tot het stromen was overgegaan in druppen."

Voor de boekenweek van 2006 heeft Leendert van Wezel een spannend verhaal geschreven dat een groot deel van het christelijke publiek zal aanspreken, uitgezonderd het handjevol literaire fijnproevers in de kerk. Die kunnen beter 'Het negende uur' of 'Als een pleister van de rauwe huid' gaan herlezen, want net als Frans Willem Verbaas' debuut 'Sneeuw in Afrika' (net verschenen bij Uitgeverij Mozaïek) ontstijgt 'Bladstil' slechts ternauwernood het niveau van een avonturenboek voor de jeugd.

Hoop op een betere toekomst

Demonen zijn een belangrijk motief in 'Bladstil'. Herhaaldelijk vreest Sylvia dat de duivels en monsters haar komen halen, dat zij haar mee zullen slepen naar de afgrond van de hel, zoals ook haar Amerikaanse echtgenoot Jonathan Stanley een fatale val maakte in een ravijn. Uiteindelijk blijft zij na een geestelijke crisis achter in de stilte van het bos, een stilte waarin haar eigen angst resoneert. Of is het een stilte waarin God zich mogelijk ophoudt? Deze situatie verwijst zowel naar het motto uit 1 Koningen 19, over Elia's godservaring na zijn vlucht voor koningin Izébel, als naar het gedicht 'Eindaugustuswind' van Willem Jan Otten, waaruit Peter Jan een fragment op zijn eigen grafsteen liet zetten:

"[...] Ik twijfel niet
aan uw bestaan zolang u tot mij
zwijgt. Het is aan mij, u laat mij vrij
om uit uw echoënde stilte op te staan."

Of de God van Elia of misschien zelfs Jezus Sylvia in de stilte tegemoet komt, laat Leendert van Wezel in het midden. Een slimme zet, want zo kan de lezer het verhaal zelf afmaken. Het hoopvolle einde waar de schrijver stapsgewijs naartoe werkt, krijgt daardoor uitsluitend gestalte in het hoofd van de lezer. Deze suggestie is sterker dan een expliciete uitwerking op papier. Hoewel de opbouw van de plot niet voor 100% overtuigt, krijgt 'Bladstil' toch een happy end in het hart van de lezer.

Als christelijke literatuur de hoop door Christus' verlossingswerk als basis moet hebben, zoals Hans Werkman onlangs nog in de krant beweerde (Nederlands Dagblad, 17 februari), dan voldoet 'Bladstil' zonder meer aan dat inhoudelijke criterium. Nu alleen nog een scherpere en robuustere stijl en Leendert van Wezel kan zich een plaats verwerven naast Pieter Nouwen en Mance ter Andere.

Leerdam, 14 maart 2006

 


leendert van wezel: bladstil (actieboek bcb)

De Banier, Utrecht 2006, ISBN 90-336-2840-6 | actieboek BCB


Externe links:

Overige bronnen:

  • recensie door Jacoline Jobse in De Civitate februari 2007
  • recensie door Tjerk de Reus in CV·Koers april 2006
  • recensie door Gert van de Wege in ND 17 maart 2006
  • interview door Gertine Wilders in ND 10 maart 2006

AD = Algemeen Dagblad
CW = Centraal Weekblad
FD = Friesch Dagblad
RD = Reformatorisch Dagblad
ND = Nederlands Dagblad
NRC = NRC/Handelsblad
VK = de Volkskrant
VN = Vrij Nederland


Terug naar boven

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur