|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
De liefde vergaat nimmermeerOver 'Dwalingen' (2009) van Alex VerburgChroom Digitaal Proza, oktober 2010 door Marijntje Gerling Over schuld, onschuld en de grensgebieden daar tussenin gaat het in de nieuwste roman van Alex Verburg. Maar misschien gaat het nog wel meer over de liefde. "Een waargebeurd liefdesdrama in oorlogstijd", meldt de omslag bij wijze van ondertitel. Hoofdpersonage is Annie, jongste dochter uit een gezin van vier. Ze heeft de zorg over haar moeder, een bedlegerige vrouw. Haar vader is een zure betweter die met zijn gedrag het hele gezin terroriseert en die zijn sympathie voor de NSB niet onder stoelen of banken steekt. De grauwe oorlogsjaren krijgen voor Annie echter een positieve draai als ze de aantrekkelijke Johann ontmoet. De opbouw van het boek is zonder meer knap. In de proloog blijkt Annie een brief gekregen te hebben, waarin gevraagd wordt of ze haar verhaal wil doen en zo haar oorlogservaringen in een boek bekend wil maken. Deze onverwachte vraag zorgt voor twijfel bij Annie. Ze vraagt zich onder andere af of haar verhaal wel een heel boek waard is. Dit is waarschijnlijk ook een gedachte die vooraf bij de lezer zal opkomen, want wat voegt dit liefdesverhaal uit de tijd van de Duitse overheersing toe aan bestaande literatuur met dezelfde thematiek? Vindt men in bijvoorbeeld werken als J. Bernlefs 'Een jongensoorlog' (eerder gepubliceerd onder de titel 'Stukjes en beetjes') of Jan Cartens' 'Oorlogsbruid' niet vergelijkbaar materiaal? Misschien krijgen we een antwoord als we dieper op dit oorlogsrelaas ingaan. Kerk en moraalVooralsnog moet Annie eerst beslissen of ze haar levensverhaal wel prijs wil geven. "En waar wilde hij dan beginnen?" vraagt ze zich af. Annies vader is al vroeg lid geworden van de NSB. Die keuze stempelt het gezin, ook de handel en wandel van Annie. Zelfs (of misschien wel: juist) in de kerk voelt de zeventienjarige zich bekeken en bekritiseerd. "Sinds de bezetting zocht zij steevast een plaatsje achterin, voor het geval dat mensen aanstoot zouden nemen aan haar aanwezigheid. Maar wegblijven zou ze niet, dat nooit. Ook zij was een kind van God, net zo goed." Kerk en geloof speelt een grote rol in het Zuid-Hollandse Duindorp. En met dit geloof gaat ook een flinke, christelijke moraal gepaard. Wanneer Annie verkering krijgt met de charmante, Duitse Johann, een Bessarabiër van oorsprong die gelegerd is in het vissersdorp, zijn de wijze raadgevingen niet van de lucht. "In haar hoofd klonken de waarschuwingen van thuis, de lucifer die uit de buurt van het strootje moest blijven […]." Cruciaal is het bezoek van de geliefden aan (nota bene!) de kermis. Deze passage vormt letterlijk en figuurlijk het hart van het boek. Hier gaat het niet om schuld en onschuld, dit is de grijze zone, daar waar het echt spannend wordt. Ze komen bij een waarzegster met een glazen bol in een sterk naar wierook riekende tent terecht. Zij spoort hen aan vooral van elkaar te genieten. Deze paar bladzijden zijn alles wat een roman moet hebben. Duisternis, helderheid, sterke dialogen, vooruitwijzingen. Treffend zijn de woorden van de toekomstvoorspelster, die Johanns dood voorziet en Annie op een cryptische wijze op de hoogte brengt van haar lot: "Ze keek Annie aan met ogen die straalden, maar waarin tegelijkertijd iets droevigs school." Schuld en boeteDe twee beleven een romantische tijd, maar al vlug moet Johann weg uit Duindorp. Hij wordt overgeplaatst. Ter herinnering aan hun samenzijn schrijft Annie voor Johann in een zakbijbeltje Psalm 32 over. "Ik zal u onderwijzen, en u leeren van den weg, dien gij zult gaan; Ik zal raad geven; Mijn oog zal op u zijn. Het was een van de boetepsalmen, dat wist ze niet." Opnieuw komen schuld en boete dus weer bovendrijven. Niet lang daarna komt het vreselijke bericht dat Johann omgekomen is. Met het verdriet komt ogenblikkelijk ook de twijfel en spijt. Hadden ze niet gewoon, zoals de waarzegster hen op het hart had gebonden, één vlees moeten worden? Ook Annies moeder is onzeker of zij niet heeft meegewerkt aan de treurige afloop. "'Je weet nooit of je goed doet of verkeerd,' zei ze. 'Maar als ik jou de omgang ten koste van alles verboden had, had ik je dan al dit verdriet kunnen besparen?'" MoffenhoerNa de oorlog wordt Annie als moffenhoer bestempeld. Wat er dan met haar gebeurt, is buitengewoon traumatisch. Ze blijft in het dorp wonen, maar gaat in het vervolg naar de kerk in een naburige plaats. Daar doet ze ook belijdenis van haar geloof. "De jonge predikant had een toepasselijke tekst voor haar uitgekozen, 1 Samuël 16 vers 7: Want het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de Heere ziet het hart aan." Met het verglijden van de tijd vergaat de liefde voor Johann niet. Desondanks trouwt ze jaren later toch en krijgt drie kinderen. De oudste noemt ze Johan. Uit het woord van dank op bladzijde 279 wordt overigens duidelijk dat Annie zelf – wier naam in werkelijkheid anders was – de uiteindelijke publicatie van Dwalingen niet meer heeft meegemaakt. "In 2008 is zij overleden, op de leeftijd van 83 jaar," luidt de laatste zin van Alex Verburgs boek. LiefdesdramaDwalingen is alles bij elkaar een zeer indrukwekkend, ontroerend en boven alles voortreffelijk geschreven verhaal. Vraag is echter of dit eenvoudige "waargebeurde liefdesdrama" als literair proza moet worden gepresenteerd. Buiten de aandacht voor motieven als goed en kwaad, schuld en onschuld, mist het verhaal los van het bezoek aan de waarzegster een zekere (filosofische) diepgang. Dat is helemaal niet erg, het was waarschijnlijk ook niet de bedoeling van de schrijver. Belangrijker is: Dwalingen is een volstrekt uniek verhaal dat niet leunt op literaire voorgangers en in die zin is het werk zeker geslaagd. |
|
De Arbeiderspers, Amsterdam 2009, ISBN 9789029567770 Meer informatie op deze website: Externe links:
|
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |