|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
Weblog juni 2005door Bert van Weenen & Alfred Valstar
|
7 juni 2005 | BVW Voor Uitgeverij Ten Have stelde Hans Bouma een paar bloemlezingen samen uit zijn totale poëzieproductie: 'Droom die mens werd', 'Zolang er liefde is', 'Als leven lijden is'. De uitgever maakte er drie mooi vormgegeven, handzame boekjes van, met elk honderd plus één gedichten. Aan de ene kant van het spectrum van de christelijke poëzie staan de hoogintellectuele verzen van Willem Jan Otten, aan de andere kant de alledaagse pastorale gedichten van Nel Benschop. Bouma zit dichter bij Benschop dan bij Otten, maar de muzikale toon geeft zijn gedichten toch iets extra's. In de poëzie van Hans Bouma draait alles om mens zijn met elkaar, om de onderlinge verbondenheid. Het samen mens zijn is een levensopdracht, onze missie. En die geldt zowel bij liefde als bij lijden. Zo luidt de inzet van een huwelijk in Bouma's bewoordingen: "Mens zijn voor jou, / diepgeworteld, / aardediep" ('Vaststaan'). En een paar gedichten verder: "Mens zijn, / allerhevigst, allerinnigst, / elkaars mens" ('Elkaars mens'). In heldere, eenvoudige taal dicht Bouma over het leven zoals een gelovige dat ervaart of zou moeten ervaren. Levensaanvaarding ("trouw blijven aan het leven") en heilsverwachting staan in deze gedichten centraal. Toch zijn Bouma's gedichten volgens mij beter te typeren als muzikale teksten dan als poëzie. Door hun expliciete boodschap gaan ze vaak eerder in de richting van wijsheidsspreuken. Het zijn teksten waarin ontroering en verwondering overheersen. Puur geluk op elke bladzijde, zonder enig conflict. Alles is hemels, paradijselijk en mooi. De gedichten vertonen een gebrek aan contrast en zijn mede daardoor toch een beetje saai. Dit euvel valt het meeste op bij de bloemlezingen 'Droom die mens werd' en 'Zolang er liefde is', die geboorte respectievelijk huwelijk als onderwerp hebben. Hier stapelen de romantische clichés zich op en kun je gerust spreken van een tamelijk hoog Candlelight-gehalte. Vooral in Bouma's bijeengebrachte liefdesgedichten loop je er steeds tegenaan: "jij, steeds mooier, / steeds menselijker, / steeds meer jij o jij. // Hoe gelukkig ben ik met jou, / je verrijkt me, / inspireert me, // jij / mens zo mens" ('Hoe gelukkig'). Misschien staan er in deze bloemlezingen gewoon te veel gedichten over hetzelfde bij elkaar. 'Als leven lijden is' is nog redelijk gevarieerd qua samenstelling, maar bij de andere twee bloemlezingen had de helft er denk ik wel uit gekund. De opeenstapeling van clichéwoorden als "droom", "warmte", "leven", "hoop", "wonder", "naam", "verwachting" en "licht" werkt daar duidelijk averechts. Begrippen als medemenselijkheid en hoop maakt Hans Bouma te zelden echt voelbaar, concreet. Je krijgt de indruk dat bij hem de levensbeschouwelijke herkenbaarheid voorop staat. De gedichten zelf stralen te weinig mysterie uit, wat het leven toch ook is.
|
|
|
|
|
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |