Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Weblog mei 2005

Chroom Digitaal Weblogarchief

door Bert van Weenen & Alfred Valstar

Liter 36
Robert Haasnoot: 'De heugling'
Biografie Ida Gerhardt
Hans Kilian: 'Memoires van een boekverkoper'
Libris Literatuurprijs voor Willem Jan Otten

 

Actualiteit en geschiedenis

31 mei 2005 | AV – Inmiddels heeft het zesendertigste nummer van het christelijke literaire tijdschrift Liter het licht gezien. In de altijd verrassende rubriek 'Klinker en medeklinker' wordt Psalm 131 twee keer benaderd, eerst door Tom van Deel (die ook aan de vertaling van de Psalmen in de Nieuwe Bijbelvertaling meewerkte) en daarna door Jan Fokkelman. Tom van Deel stelt dat deze psalm hem nu, door de NBV, pas is gaan "opvallen". Net alsof er een sluier is opgelicht. Wat Jan Fokkelman betreft, zou "HEER" als Nederlandse vertaling van "Jahwè" kunnen vervallen ten gunste van het origineel. De rubriek is wat technisch maar blijft voor zowel NBV- als poëzielezers zeer de moeite waard.

Flink wat aandacht is er voor het verleden. Zo komt dat van de protestants-christelijke literatuur aan bod in de selectie dagboekfragmenten van Gerrit Kamphuis (samengesteld door Hans Werkman). En in een nieuwe aflevering van 'Betoverde herinnering' analyseert George Harinck de relatie tussen Nederland(ers) en (het oude) Zuid-Afrika. Daarbij gaat het over het oudere gereformeerde leven en vooral ook over Abraham Kuyper – het is of ik mijn vader en mijn grootvader hoor. Soms lijkt het een oefening in nostalgie die een gebrek aan kritiek op deze periode in zich lijkt te dragen. Toch zit er een sterk punt in Harincks stelling dat Nederland vandaag, net als vroeger, met het probleem worstelt dat ze niet groot denkt en plant. Het is snel petieterig. Dit geld zeker ook voor het diep opgesplitste protestantisme, al maken de vele kleintjes misschien nog eens...

Verlangde Kuyper naar een Groot- of Grootser Nederland, dan deed Pieter Geyl dat zeker, zij het op grond van een andere wereldvisie. Volgens historicus Wim Berkelaar was hij "liberaal [...] maar niet zo keurig als je ze vaak tegenkomt [...] strijdbaar, soms zelfs ronduit agressief". Een fiks, iets te lijvig, rondje geschiedenis, goed in lijn met de boekenweek van dit jaar.

Dan de poëzie in Liter 36: Lloyd Haft gaat verder met zijn overdenkende 'Beluisteringen', het blijft prachtig. Verder twee verschillende cycli waarin het thema rouw aan de orde komt. De eerste, 'Opstaand zand' van Mart van der Hiele, raakt me als de meest menselijke. Het is taal die de rouw in alle opzichten ademt: "Nu ligt je jas nog in gewezen vorm" ('Relikwie'). De tweede, 'Ergens moet je zijn, God' van Jane Leusink, lijkt grotere, hemelbestormende vragen te stellen, maar de moderne wereld wordt er voor mij wat te hooi en te gras bijgesleept: "[...] sportcoupé van Jaguar (XJS V12 British Green!)" alsmede Hugo Boss, Calvin Klein en het prachtige 'The Lark Ascending' van Ralph Vaughan Williams. Zonder bagage is dit een moeilijk te nemen cyclus. Ik zeg dit terwijl ik dit soort elementen in andere gedichten weet te waarderen, bijvoorbeeld in 'The Waste Land' van T.S. Eliot. Maar in dit geval voel ik me bij Van der Hiele meer thuis.

In de rubriek 'Scopus', samengesteld door Johan Reijmerink, draait het ditmaal om het kind of de dochter(s). Gedichten van Eddy van Vliet, Ed Hoornik en Rutger Kopland belichamen dit thema. Het gaat van geboorte tot aan het verlaten van het ouderlijk huis. Zonder commentaar werken de gedichten op elkaar in. Goed materiaal voor een uur Nederlands op de middelbare school en als alternatief voor 'Onder het mes' is deze rubriek in Liter goud waard. Oude(re) gedichten als nieuw.

Meer informatie over het tijdschrift Liter

 

Robert Haasnoots visie op het christelijk geloof

24 mei 2005 | BVW – Voor het Reformatorisch Dagblad sprak Rudy Ligtenberg uitvoerig met Robert Haasnoot over geloofszaken. Aanleiding was de voltooiing van Haasnoots trilogie over het bevindelijk gereformeerde Katwijk. Deze serie romans bestaat uit: Waanzee (1999), Steenkind (2002) en De heugling (2005). Het uitgewerkte interview verscheen afgelopen woensdag in de krant, met erboven in grote letters de kop 'Afrekenen met kinderangsten'.

In het gesprek met Ligtenberg schetst Robert Haasnoot puntsgewijs een beeld van zijn persoonlijke kijk op religie en geloof. Zelf opgevoed in een streng gereformeerd gezin, somt hij niet zonder emotie voor de RD-journalist de punten op waar hij tegenaan is gelopen: de inconsequenties in de bijbelse dogma's, de willekeur en wreedheid van een uitverkiezende God, maar ook de schoonheid van de tale Kanaäns.

Bij het schrijven van zijn drie romans wilde Haasnoot geen concessies doen. "Ik heb geprobeerd een authentiek, waarheidsgetrouw beeld te schetsen van het bevindelijke leven in Katwijk. Niet een aan de seculiere lezer aangepast beeld. Want ik schrijf in eerste instantie voor mezelf. De enige concessie is dat ik [in 'De heugling'; BVW] achter bijbelteksten het woordje 'sela' heb gezet. Dat vond ik een aardige vondst. Het heeft iets galmends, maar het maakt ook duidelijk dat het om een bijbeltekst gaat. Maar de niet bijbelvaste lezer ontgaat wellicht het een en ander, dat is waar. Wellicht wordt het daardoor des te exotischer voor hem."

Er is een duidelijke overeenkomst in thematiek tussen de boeken van Robert Haasnoot en die van Maarten 't Hart, al moet je, zo zegt Haasnoot, wel een keer een punt achter je kritiek kunnen zetten. Maar een kritisch doordenken van wat je nu eigenlijk gelooft, is geen overbodige luxe. Haasnoot: "Het gaat om wezenlijke zaken! Ik denk dat ieder mens, hoe strenggereformeerd ook, over zulke dingen moet nadenken. Anders is zijn geloof niets waard. Voor mij is de essentie van bekering dat je je bewust wordt van wat je gelooft. Soms denk ik wel eens dat het geloof in Katwijk vooral in culturele zin het geloof der vaderen is. Hele gezinnen gaan erin mee, van kindsbeen af zijn ze ermee opgevoed. Het geloof is dan iets dat bij de familie of bij het dorp hoort."

Rudy Ligtenbergs boeiende gesprek met Haasnoot kunt u desgewenst zelf nalezen op de website van het Reformatorisch Dagblad.

Rudy Ligtenberg in gesprek met Robert Haasnoot

 

Honderd jaar Ida Gerhardt

17 mei 2005 | BVW – Was Ida Gerhardt gelukkig in haar jeugd? En had dit al of niet gelukkig zijn invloed op haar poëzie? Op deze twee intrigerende vragen proberen ontwikkelingspsychologe Mieke van den Berg en bibliotheekmedewerker Dirk Idzinga antwoord te geven in hun zojuist verschenen boek 'Trots en in zichzelf besloten' (Uitgeverij Ten Have, 240 blz.).

Ida Gerhardt (P.C. Hooftprijs 1980) werd op 11 mei 1905 geboren in Gorinchem en overleed op 15 augustus 1997 te Warnsveld. Van den Berg en Idzinga beschrijven in hun gedegen studie de jaren voorafgaand aan Ida's geboorte tot en met de verschijning van haar debuutbundel 'Kosmos' op 9 mei 1940. Het mooi vormgegeven boek, dat prettig leest, bevat veel foto's van de familie Gerhardt en van locaties waar Ida en haar vader (werkzaam op ambachtsscholen) gewoond en gewerkt hebben. Als bijlagen heeft het onder meer een handig biografisch overzicht en een stamboom van de families Gerhardt en Blankevoort (waarin uitgerekend de geboortedatum van Ida Gerhardt verkeerd vermeld staat). Het uitgebreide notenapparaat, te vinden op blz. 208-226, duidt op een grondig onderzoek van de archieven. Volgens de auteurs heeft deze research een schat aan nog onbekend materiaal opgeleverd.

Iemands levensfeiten naast zijn of haar literaire werk leggen houdt natuurlijk altijd een zeker risico in. Mieke van den Berg en Dirk Idzinga verdedigen hun aanpak in het nawoord als volgt: "Wij willen met dit boek bereiken dat er meer begrip zal ontstaan voor een aantal gedichten van Ida Gerhardt die soms op het eerste gezicht duister zijn of vraagtekens oproepen. [...] Omdat er bij deze dichteres sprake is van een grote samenhang tussen werk en leven, leek het ons toch zinvol om bepaalde gebeurtenissen uit haar leven aan een zorgvuldig onderzoek te onderwerpen. Juist om mythes de wereld uit te helpen."

Een van de deskundigen naar wie Van den Berg en Idzinga verwijzen, is de benedictijner monnik Frans Berkelmans, die al zo'n vijfendertig jaar Ida Gerhardts poëzie bestudeert. Voor het christelijke opinieblad VolZin sprak Bert van der Kruk met hem (VolZin, 6 mei 2005). Aan de ene kant, zo vertelt Berkelmans in dit boeiende interview, was Ida Gerhardt een moeilijk mens, heetgebakerd, paranoïde, overdreven zuinig. Maar daartegenover stond haar puurheid, als mens en als schrijfster van al bij verschijnen klassieke poëzie. "Die poëzie groeit van donker naar licht. Gaandeweg breekt er een groot vertrouwen door. Het is allemaal een verrijzenisgebeuren. In die zin is het religieuze poëzie. Niet zoals bij Nel Benschop; die maakte gelovige gedichten voor mensen die geen taal aanvoelen. Bij Benschop gebeurt het allemaal in haar hoofd. Bij Gerhardt gebeurt het in de taal zelf." Het gebrek aan liefde in haar jeugd bracht Ida Gerhardt volgens Berkelmans vooral in de bundel 'Het levend monogram' (1955) naar voren. "Haar werk is sterk autobiografisch gekleurd, maar er is wel een verschil tussen de dichter en het dichterlijk ik. Voor je het weet ga je psychologiseren, theoretiseren. Het staat er wel zoals het beleefd wordt en zoals het herkend wordt. Ik houd me altijd maar zoveel mogelijk aan de tekst." Maar ondanks dit bezwaar zal ook Berkelmans het fraaie boek van Mieke van den Berg en Dirk Idzinga wel lezen, vermoed ik zo. Aan Gerhardts monumentale gedichten zal het zeker geen afbreuk doen. Die kunnen een extra autobiografische uitleg wel aan.

Uitgeverij Ten Have

 

Kilian op avontuur in Den Haag en Antwerpen

10 mei 2005 | BVW – 'Memoires van een boekverkoper', zo heet het nieuwste geschrift van de Gorcumse auteur Hans Kilian. In twee sfeervolle korte verhalen schetst Kilian het literaire leven in Den Haag en Antwerpen in de periode 1965-1967. Hij werkt dan als verkoper bij de Haagse boekhandel 'Lybo' en later bij de Antwerpse importboekhandel 'De Internationale Pers'. De verhalen zijn niet slecht geschreven, met een zekere humor ook. Zoals bijvoorbeeld in de volgende anekdote uit Kilians Haagse tijd:

"De boekhandelaar weigerde in mijn getuigschrift meer te vermelden dan dat ik betrouwbare eerste verkoper was geweest en een grote deskundigheid op het gebied van de moderne literatuur aan de dag had gelegd. Inderdaad was de verkoop van Claus, Campert, Reve en Hermans en dergelijke sinds mijn aanwezigheid met sprongen gestegen. Slechts één keer had ik op dat gebied een blunder begaan: aan een man die een spannend boek voor zijn zieke vrouw wilde hebben had ik 'De donkere kamer van Damocles' gesleten. De volgende dag was hij terug. Met potlood had hij alle vloeken in het boek onderstreept. Lecram [de eigenaar van de boekwinkel; BVW] had hem snel een christelijke omnibus van Barend de Graaf in handen gedrukt. Het bekladde meesterwerk van Hermans kon tegen verlaagde prijs de plaats innemen van het exemplaar dat ik aan Olga gegeven had."

Hans Kilian presenteert zijn lezers in 'Memoires van een boekhandelaar' twee gave, zij het niet al te diepgravende verhalen van een zoon van een vrijmetselaar uit Zeist, die de wereld in trekt en kennis maakt met de soms avontuurlijke kantjes die aan het leven van een adolescent eigen zijn. De hoofdpersoon van deze in de ikvorm geschreven herinneringen heeft meestal geen vriendin en noemt zichzelf spottend "specialist in masturbatie". Er is ook veel aandacht voor Kilians eerste schreden op het pad van de literatuur, als dichter en als redacteur van het Haagse literaire tijdschrift Gamel. Veel namen worden genoemd, waarvan Wim Hazeu, Willem Hussem, Paul Snoek en Hugues C. Pernath de belangrijkste zijn. Jammer alleen, dat Kilian deze opmerkelijke auteurs voor de lezer nauwelijks uittekent; het blijven toch vooral beroemde schimmen in de marge van de Nederlandse en Vlaamse literatuur.

'Memoires van een boekverkoper' is uitgevoerd als geniete brochure, zonder nummering van de bladzijden (het zijn er 40). Een flaptekst ontbreekt. Volgens Kilians eigen zeggen is dit boekje "zo waarheidsgetrouw mogelijk opgeschreven". In tegenstelling tot zijn andere verhalen, die zich in het ironisch-fantastische genre bevinden, is 'Memoires van een boekverkoper' Kilians eerste puur autobiografische tekst.

Uitgeverij Het Zinkend Schip

 

Librisprijs voor Willem Jan Otten

3 mei 2005 | BVW – Willem Jan Otten heeft de Libris Literatuurprijs 2005 gewonnen. Gisteravond was de prijsuitreiking live te zien op Nederland 3 (webvideo NOVA). Otten krijgt de prijs - in geld uitgedrukt 50.000 euro - voor zijn compacte roman 'Specht en zoon', het kleinste boek van de zes genomineerde werken. Volgens de jury (Martijn Sanders, Jan-Hendrik Bakker, Dirk de Geest, Marja Pruis en Dick Schram) is 'Specht en zoon' een briljante roman, een boek waarin actualiteit én literaire en kunsthistorische traditie tot een overtuigende eenheid zijn gesmeed. In het juryrapport op de Libris-site wordt vooral Ottens keuze om zijn verhaal te vertellen vanuit het perspectief van een schildersdoek geprezen. "Dit perspectief geeft 'Specht en zoon' de glans van een scheppingsverhaal, flirtend met zowel 'het' scheppingsverhaal als met een meer sprookjesachtige variant als Pinocchio. Maar ook biedt het de schrijver de gelegenheid om speels en luchtig de dilemma's en strevingen onder woorden te brengen van de scheppende artiest, die laveert tussen principes en concessies."

'Specht en zoon' is Willem Jan Ottens derde roman, na 'De wijde blik' (1992) en 'Ons mankeert niets' (1994). Er zit tien jaar tussen het tweede en het derde boek, maar dat is goed beschouwd niet zo vreemd, zegt Willem Jan Otten in zijn gesprek met Pieter Steinz (NRC Handelsblad, 29 april 2005)."Voor mij is er weinig verschil tussen romans en toneelstukken, en voor het theater ben ik blijven schrijven. Je zou kunnen zeggen dat mijn romans geen echte romans zijn, omdat ze zijn opgezet als monologen [waarbij Otten verderop in het gesprek verwijst naar Willem G. van Maanen; BVW]. 'Specht en zoon' heeft zelfs aangekondigd gestaan als toneelstuk, in een regie van Ger Thijs. Er is ook een duidelijke overeenkomst tussen 'Specht en zoon' en mijn toneelstuk 'Braambos' van twee jaar geleden; ze spelen zich af in dezelfde ruimte en gaan allebei over een schilder die een opdracht krijgt."

In zijn vooruitblik op de prijsuitreiking schreef Tjerk de Reus in het Reformatorisch Dagblad van woensdag 27 april over 'Specht en zoon': "Dit boek doet het meest recht aan de werkelijkheid van zonde, chaos en richtingloosheid, door een perspectief van vernieuwing te scheppen. Want praten over zonde is tenslotte alleen waarachtig wanneer er verlossing aan de orde is - kun je anders de ware aard van zonde eigenlijk wel vatten? Ottens hoofdpersoon is een individueel ingesteld mens - een schilder overigens - die in de ban is van zijn eigen belangen. Als zijn vrouw in het ziekenhuis ligt om te bevallen van hun eerste kind, begaat hij overspel. Bovendien is er een schaamtecomplex uit zijn jeugd dat hem dwarszit. Dat is allereerst een psychische kwestie, die bij Otten echter levensbeschouwelijke trekken krijgt. Schuld en schaamte maken een mens eenzaam, sluiten hem of haar af voor een werkelijke ontmoeting met de medemens - en met God. Tegen het einde van de roman maakt Ottens hoofdpersoon een keuze voor medemens zijn. Hij weet zich hulpeloos, maar bidt en ziet onder ogen wie hij is. Allemaal zeer subtiel, maar onmiskenbaar."

Dat Otten de beste christelijke roman van 2004 heeft geschreven, had ik zelf al aangegeven in de weblog van 31 december 2004. De bekroning van 'Specht en zoon' met de Libris Literatuurprijs 2005 zet hier nog eens een vette streep onder. Een opsteker voor de christelijke literatuur in Nederland. Iets om blij mee te zijn.

www.libris.nl

Post Scriptum 15 mei 2005 – Ondertussen heeft ook de Evangelische Omroep aandacht besteed aan Ottens succes. Andries Knevel sprak op dinsdag 10 mei een kwartier met Willem Jan Otten in het televisieprogramma 'Het elfde uur'. Geen diepgravend interview, maar het liet wel een schrijver zien die enthousiast kan vertellen over literatuur en geloof. Op de EO-site kunt u terecht voor de online versie van deze uitzending.

 


 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur