Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Weblog oktober 2000

Chroom Digitaal Weblogarchief

door Bert van Weenen

 

Jan Wolkers 75

jan wolkers: de doodshoofdvlinder e.a.26 oktober 2000. Misschien moet je de dood maar gewoon accepteren als iets wat bij het leven hoort, die ontdekking is volgens Arnold Heumakers de kracht van Jan Wolkers' vroege en tevens beste werk (NRC, 20 oktober 2000). Deze drijfveer achter Jan Wolkers' romans en verhalen verbindt de nu 75-jarige, nog immer vitale auteur met zijn gereformeerde verleden. "Vooral wanneer het over het ouderlijk huis gaat, waar vader, God en bijbel een straf bewind voeren, maakt de geweldige spanning indruk, die voortkomt uit de verscheurdheid van de verteller," stelt Heumakers in zijn artikel. Net als Maarten 't Hart en Jan Siebelink komt Wolkers er nooit van los.

In het interview door Alle Lansu (Vrij Nederland, 7 oktober 2000) zegt Jan Wolkers over dit onderwerp: "Veel Nederlandse schrijvers zijn heel gefrustreerd in hun uitingen. Terwijl ik uit zo'n gereformeerd gezin kom. Maar mijn vader was een gewone Amsterdamse volksjongen, en daar heb ik ook wel wat van meegekregen. Mijn vader was zo maar niet een doorsnee gereformeerde kleinburger. Anders had hij de bijbel ook niet zo beeldend kunnen voorlezen. Ik heb wel eens gezegd: wij hadden in de jaren dertig al televisie, want ik zag al die bijbelse taferelen als op een Matchline der eeuwigheid op de muur verschijnen."

"Er zijn wel mensen die het beeld hebben: die Wolkers haatte zijn vader, maar dat is een misverstand, een mythe waar kennelijk behoefte aan bestaat. Ik heb enorme ruzies met hem gehad, maar dat heb je altijd als twee van die naturen botsen. Tegelijkertijd bewonderde ik hem. Dat is niet iets wat later is gekomen, dat had ik toen al. Zoals hij uit de bijbel voorlas, zijn liefde voor de natuur, zijn oprechtheid en eerlijkheid. Gereformeerden zijn natuurlijk over het algemeen geslepen zakenlui, maar bij hem speelde financieel gewin geen enkele rol."

jan wolkers: op de vleugelen der profeten"Maar als hij mij wilde beknotten met diezelfde godsdienst, dan was het mis. Mijn verzet tegen het geloof ging ook vooral tegen de burgerlijke kant ervan. Mijn vader las voor over Salomon met al zijn bijwijven. Waarom mocht ik dan geen meisje op mijn kamer ontvangen? De bijbel is helemaal niet burgerlijk. Het christendom hier is Victoriaans, dat heeft niks met de bijbel te maken."

Daarmee herhaalt Jan Wolkers wat hij al eerder verwoordde in zijn fraaie essay 'Op de vleugelen der profeten' uit 1990, waarin hij opmerkt: "Hoe had ik kunnen uitleggen dat mijn voorbereiding op het schrijverschap eigenlijk al prenataal een aanvang had genomen. Dat ik tot aan mijn zeventiende jaar, toen ik het ouderlijk huis verliet, niet zozeer gesticht was door een heilsboodschap als wel onderwezen in de wetten van dramaturgie, poëzie en dialoog."

In zijn oogstrelende en geestverkwikkende boekje 'Doorluchtig glas' (1997) schreef Kees Fens over P.C. Hooft-prijswinnaar Wolkers: "Van een krullebollige jongen die de vroege schrijver was, is hij nu een bijna Griekse grijsaard geworden. Maar alles is daar in Oegstgeest in zijn jeugd begonnen en de oorsprong van zijn hele taal ligt in de Statenbijbel, waaruit thuis twee keer [Wolkers zelf zegt in 'Op de vleugelen der profeten' drie keer; BVW] per dag werd voorgelezen. Er is geen groter propagandist van de bijbel dan Jan Wolkers."

Lees verder: Ronald Westerbeeks leesverslag over Jan Wolkers' meesterwerk 'Terug naar Oegstgeest' en de recensie van de tentoonstellingscatalogus 'Jan Wolkers schilder beeldhouwer'

jan wolkers schilder beeldhouwer

'Infauste dienstprognose' van Rob Schouten

22 oktober 2000. In de Meanderkrant van vandaag bespreekt Bert van Weenen de bundel 'Infauste dienstprognose' van Rob Schouten. "Hoe je het ook wendt of keert," zo begint Van Weenen zijn recensie, "de gedichten die Rob Schouten produceert zijn van een aparte, bizarre soort. Als poëziecriticus waagt Schouten, die vier jaar hoogleraar literatuurkritiek aan de VU was, zich al regelmatig aan een babbeltoontje dat zich op de rand van het journalistieke bevindt. Als dichter laat hij zich in navolging van zijn grote voorbeeld John Berryman vaak volledig gaan in een stortvloed van associaties en taalkronkels. Onlangs verscheen van Schouten een nieuwe bundel met de opmerkelijke titel 'Infauste dienstprognose'. Zoals je een gekkenbriefje kon krijgen bij de keuring voor militaire dienst, zo is de dichter ironisch gesproken afgekeurd voor het normale (gezins)leven."

Lees verder in Meanderkrant 112.

Nieuw gedicht van Anton Ent

19 oktober 2000. Anton Ent schreef een nieuw gedicht voor collega Van der Graft, onder de titel 'De kracht van poëzie'.

Maarten 't Hart: gelovige met een min-teken

plus oktober 2000 met interview maarten 't hart18 oktober 2000. In het oktobernummer van het seniorenblad Plus spreekt Maarten 't Hart zich uit over zijn (on)geloof. Hij zegt daarin onder meer: "Ik geloof niet in Jezus als de zoon van God en niet in een oude man met een baard; wel in een opperwezen, een vormende kracht die achter dat enorme heelal schuilt. Mijn voorstelling komt dichtbij die van de God van het Oude Testament: een wat wrokkige en tirannieke God, die boven alles verheven is." Grote drijfveer achter 't Harts geloof is zijn liefde voor religieuze muziek: de Psalmen en uiteraard Johann Sebastian Bach.

Zelf ben ik er niet zo'n voorstander van om bij de benadering van literatuur (de boeken) iemands geloof (de geest) als uitgangspunt te nemen. Waarom niet? Omdat ik van mening ben, dat de mens ten diepste onkenbaar is – net als zijn Grote Voorbeeld God – en je dus op grond van die gedachte hooguit de neerslag van religieuze ideeën op papier serieus kunt beoordelen. Natuurlijk is het heel leuk om te lezen hoe Maarten 't Hart zichzelf ziet als gelovige, maar de inhoud van zijn boeken bepaalt of je hem kunt rekenen tot de "religieuze literatuur". (Ik vind dus van wel.)

Meer online informatie is te vinden bij Kerkweb.

Ruzie om Reve (2)

17 oktober 2000. In HP/De Tijd van deze week wordt de ruzie om Reve voortgezet, al kun je waarschijnlijk beter spreken van de zaak Schafthuizen-Veen. De vertrekkende Dick Gubbels voert het woord namens uitgeverij L.J. Veen: "Zakelijk is er helemaal geen conflict, dat is nog het verdrietigste. Joop heeft een futiele aanleiding gezocht. Zo is het altijd gegaan. [...] In het verleden heb ik het altijd kunnen rechtbreien door hem voor honderd procent zijn zin te geven, maar ik geloof nu dat de zaak echt op slot zit." Gubbels vindt Reves partner Schafthuizen "een slim maar lastig onderhandelaar. Het is zijn goed recht om zakelijk te zijn, maar nu probeert hij tegen alle logica in een breuk te forceren." En de kritiek op Veen, die is onterecht volgens Gubbels: "Wij hielden het complete werk op voorraad; zelfs wat bijna stilstond hadden wij nog leverbaar en probeerden we telkens weer onder de aandacht te brengen. Het oude werk van Reve verkoopt vrij slecht en hij moet nog maar eens zo'n zorgzame uitgeverij als de onze zien te vinden."

Joop Schafthuizens weerwoord liegt er in elk geval niet om. Volgens hem heeft uitgever Bert de Groot ten onrechte geschreven dat Reve ("Wolf") zich uit het publieke leven heeft teruggetrokken. "Hij doet net alsof Gerard vanwege zijn gebrekkige geheugen klinisch dood is, en van Veen is geworden. [Terwijl alles gebaseerd is op vijfjaarscontracten; BVW] Dat zou hij wel willen, maar dat is niet alleen uiterst vernederend voor Gerard, maar ook voor mij, die een goed zakelijk beleid probeert te voeren en het hele archief van Gerard op volgorde heeft gelegd."

Gerard Reve, de Grote Volksschrijver om wiens werk het gekrakeel allemaal begonnen is, hoort het hele gesprek tussen Schafthuizen en interviewer Ad Fransen gelaten aan. "Joop is kritischer dan ik. Ik ben een genie, geen mensenkenner," verzucht hij. "Joop waakt over mij."

Lees verder in HP/De Tijd van 13 oktober 2000, pp. 68-73. Zeker de moeite waard, alleen al om de afgebeelde foto's van Wolf en matroos Vosch, thuis en in de frituur in Deinze.

Christelijke poëzie tussen beaming en onbegrip

13 oktober 2000. Onder de titel 'Henk Knol, dogmaticus' publiceerde Rien van den Berg in het Nederlands Dagblad van vandaag een bespreking van de dichtbundel 'Houdbaar stof'.

"Ik vraag me af," zo stelt Van den Berg in zijn recensie, "of een niet-christen ziet wat de christelijke critici zien in de gedichten van Henk Knol. Vandaar ook de gekke kop boven dit verhaal. Henk Knol houdt zich bezig met vragen waarvan de ontkerkelijkte pers de diepgang niet meer voelt. De cyclus Brevier gaat langs de afgrond van het christen-zijn. Dit is christen-zijn met het mes op tafel. Weinig poëzie raakt me zo fundamenteel als die van Henk Knol. Ik denk dat dat komt doordat hij, met een zeldzaam literair raffinement, mijn vragen aan de orde stelt. Hoe leest een niet-christen dezelfde poëzie? Ik denk dat hem toch vooral opvalt hoe dicht Knol bij Schrift en belijdenis blijft. Want per saldo doet hij dat. Ik vrees dat, juist waar Knol schrijft over zijn geloof, alleen wie ook christen is aanvoelt hoezeer ze door vlees en bloed gaan."

In mijn eigen recensie van 'Houdbaar stof' schreef ik: "Uit Knols poëzie spreekt een harde, bijna cynische vorm van nostalgie, die doet denken aan de romans van Jan Wolkers. Dood, rouw, vergankelijkheid, geloofstwijfel en lichamelijkheid zijn net als bij Wolkers de belangrijkste thema's. Alleen blijft bij Henk Knol het geloof ondanks alles overeind; een herschikking van de harde feiten leidt tot nieuw leven ('Nieuw landschap')."

Mij lijkt de moeilijkheidsgraad van Knols poëzie een hogere drempel voor potententiële fans dan het geloofsaspect. Maar dit is natuurlijk net zo'n discussie als over het wel of niet kunnen vatten van de muziek van Bach. Rien van den Berg stelt een belangrijk punt aan de orde. Maar religieus is iedereen, dus met dat onbegrip zal het wel meevallen. Ik vermoed eerder sociologische oorzaken voor het negeren van christelijke gedichten dan een afkeer van het geloof. Kan er uit Kampen of Zoetermeer iets goeds komen, moppert men in Amsterdam. En het valt eerlijk gezegd niet mee deze twijfel te weerleggen.

Reacties: Menno van der Beek, Teunis Bunt, Alfred Valstar.

Themanummer van Liter voor het jaar 2000

12 oktober 2000. 'Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde', dat is het thema van het gloednieuwe nummer van Liter, dat ditmaal op naam staat van redacteur Hans Werkman. 't Begin van een nieuwe eeuw vond men bij Liter een goede aanleiding om eens een kijkje te nemen in de nieuwe tijd die zal aanbreken na Jezus' Wederkomst.

De belangrijkste bijdrage maakte Werkman zelf: een negentien pagina's lang artikel over "de nieuwe aarde in de Nederlandse poëzie van de twintigste eeuw". Hij vond 150 gedichten daarover, waarvan hij er 100 bestemd "voor een bloemlezing met de titel 'De jongste dag valt in de lente' ". Wie benieuwd is naar de herkomst van de gedichten, zal moeten wachten op deze bloemlezing die Werkman in een moeite door aanbiedt ter publicatie, want "een uitgever voor mijn bloemlezing heb ik nog niet gevonden". Opdringerige reclame, vind ik zelf, waaraan ook Dirk Zwart zich ooit bezondigde door het aanbieden van een bloemlezing kerstgedichten in een artikel over dat onderwerp in Bij de Tijd. Wie zit er nou op dit soort verzamelbundels te wachten?

Speciaal voor dit nummer schreven René van Loenen, Henk Knol, Jaap Zijlstra, Menno van der Beek, Ria Borkent en Jan de Bas nieuwe gedichten. Verhalend proza kwam – zoals te verwachten viel – van Meint R. van den Berg en Rijke de Wolf. Alleen Ronald Westerbeek miste ik. Als aanvulling (correctie?) op al dit literaire moois levert A.J. Zoutendijk een theologische bijdrage onder de titel 'De primitiviteit van de beloften'. "Het is ook goed," zegt redacteur Hans Werkman, "dat een theoloog deze gelovige fantasieën even onderbreekt met gedachten over wat de Bijbel van het thema zegt". Alsof de op iemands geloof stoelende verbeelding daarmee in tegenspraak zou zijn! Typisch Liter. Maar als je je niet aan dit soort gereformeerde terughoudendheid stoort, hou je aan Liter 14 veel leesplezier over.

Informatie over Liter bij Dirk Zwart.

Nieuw gedicht van Menno van der Beek

8 oktober 2000. Van Menno van der Beek is vandaag het gedicht 'Schietgebed' gepubliceerd, dat hij schreef bij een foto van de Rotterdamse fotograaf Jan Bos. Van der Beek debuteerde in 1999 met de fraaie bundel 'Vergezocht'.

Stephan Sanders experimenteert met online roman

8 oktober 2000. Morgen* zal Stephan Sanders (1960) beginnen met het schrijven van de allereerste interactieve roman van Nederland. Tot 31 december zal hij dagelijks via internet te volgen zijn op www.liefde-is-voor-vrouwen.nl (vreselijke sitenaam trouwens).

Op deze website kunt u naast de experimentele roman in wording informatie vinden over Sanders' leven en werk, een aantal columns uit de Volkskrant en Sanders' media-agenda. Vrijdag 21 januari zal 'Liefde-is-voor-vrouwen.nl', uitgegeven door Vassallucci in de boekhandel liggen.

Ik ben benieuwd wat het gaat worden met Sanders' internet-avontuur. Voor je creativiteit lijkt het mij nadelig om veel input te krijgen van anderen; de schrijver verandert hierdoor al snel in een soort producer. Een ander minpunt is het hoge "realiteitsgehalte" van dit project. Iedereen moet zich ermee kunnen bemoeien en als spin-off publiceert Sanders parallel aan de romanhoofdstukken een schrijversdagboek. Het risico is dus groot dat alles verzandt in pittige maar literair totaal oninteressante anekdotes. "Wat die Sanders allemaal niet heeft meegemaakt, joh!" Nou, dat kan mij eerlijk gezegd geen mallemoer schelen. 't Is te hopen voor Stephan dat ie voldoende vrouwelijke fans heeft om de fabriek draaiende te houden.

*) Inmiddels een week uitgesteld naar 16 oktober.

Spirituele thriller van dichter Hans Kilian

6 oktober 2000. Zojuist is bij uitgeverij Servo het romandebuut van Hans Kilian verschenen. In de ontspaningsroman 'Heksenwerk' worden de heikele avonturen gevolgd van de kunstschilder Ruud, de schrijver-journalist Henk en diens vrouw Carla, in zowel de kunstwereld als in New Age-kringen.

Lees verder het persbericht van uitgeverij Servo.

In gesprek met de dichter Ilja Leonard Pfeijffer

5 oktober 2000. In zijn rubriek 'Italics' van de nieuwste Meanderkrant schrijft Rob de Vos over een internetinterview met de dichter Ilja Leonard Pfeijffer (1968). Deze deed mee aan het 31ste Poetry International. Op de Rotterdamse website Pietje Bell staat een filmpje in realvideo-formaat van een gesprek dat toen plaatsvond.

Pfeijffer heeft zelf een homepage, "een websiteje met wat dingetjes, meer voor shameless selfpromotion", zoals de dichter zelf ironisch opmerkt. "Internet heeft vooral een functie als podium voor beginnende dichters. Het is nog een vrij grote stap om in een keer een echte bundel van echt ouderwets papier bij een echte uitgever uitgegeven te krijgen." Verder spreekt Pfeijffer zich uit over het effect van de roem als gevolg van publicatie van zijn debuut 'van de vierkante man' (1998). Het interview wordt onderbroken door de voordracht van het gedicht 'Lila lente'. Op Pfeijffers homepage staan trouwens ook een aantal pagina's met gedichten.

Addendum: Op zoek naar bibliografische informatie over Pfeijffers debuut keek ik op de infopagina over 'De vierkante man' bij Boeknet. Grappig dat Pfeijffer daar kennelijk zelf ten overvloede nog eens de flaptekst van zijn bundel als recensie heeft toegevoegd, zodat die tekst er nu dubbel staat. Nee, Pfeijffer zei 't al: "ik ben geen internetkoning".

RealVideo: interview met I.L. Pfeijffer (4 minuten)

Bron: Meanderkrant op Zondag 109

 

 
In de weblog van september: Trouw zet boekrecensies online; Meander linkspagina; 'Doorgevingen' van Auke Jelsma; 'Entiteiten' van Anton Ent; debuutroman 'Overwinteren' van Gert-Jan Segers; ruzie om Reve; literaire website van uitgeverij Vassallucci; huisdichters van Rijksuniversiteit Groningen.

 

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur