|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
Weblog december 2001door Bert van Weenen
|
24 december 2001. Waarom zou iemand gedichten gaan schrijven op basis van de Bijbel, of meer toegespitst: als reactie op de Hebreeuwse Psalmen? Een antwoord op deze vraag kun je vinden in het 112 pagina's dikke themanummer van Liter dat handelt over "de taal van de psalmen" (nr. 19, december 2001, ISBN 90-239-9057-9). In een gesprek met redacteur Gerda van de Haar legt dichter Anton Ent omstandig uit waarom hij in de periode 1993-1997 zijn Entiteiten schreef. "In mijn poëzie spéél ik een ik, maar in de 'Entiteiten' daarom heten ze zo is Anton Ent onverhuld aan het woord, als in een brief, als in gebed. Vat het niet te vroom op wat ik zeg. Wie bidt, treedt uit zichzelf. Ik las de psalmen in een moeilijke periode. Zo hield ik het hoofd boven water. Ik denk dat ik me in de Hebreeuwse poëzie verdiepte om mezelf geestelijk te redden. Het was een dagelijks ritueel, bijna iets feestelijks. Rust gaf het ook. Het werd een manier van leven." Uitvoerig gaat Anton Ent in op zijn visie aangaande religie, mystiek, kunst en taal, waarover hij onder zijn eigen naam Henk van der Ent in 1999 het essay 'Het vierde land' publiceerde. Opmerkelijk is de volgende opmerking over ziel en taal: "De kracht van de taal is zo sterk dat je alles gelooft. Dat vind ik de gevaarlijke kant ervan. Die volheid ontstaat eveneens in het schrijven van poëzie. Daarom heb ik de zielsexpressie [cursivering van mij; BVW] van 'Entiteiten' beoefend. De ziel is verplicht om zichzelf zo duidelijk mogelijk te openbaren, zei Jacqueline van der Waals. Dat heb ik geprobeerd." Dit sluit fraai aan bij mijn werkdefinitie van literatuur als "geslaagde afbeelding van iemands ziel in taal" (weblog 19 december). Liter 19 bevat 33 gedichten. Bekend werk van bekende namen. Zou de christelijke poëzie, zo vroeg ik mij af, geen bredere bedding nodig hebben dan wat er nu in Liter wordt toegelaten? Nadere beschouwing van de Liters uit 2001 wijst echter uit, dat er toch nog zo'n twintig dichters aan het woord mochten komen, waarvan alleen Lloyd Haft, Harmen Wind, Hilbrand Rozema en Menno van der Beek het podium voor een tweede keer betraden. De poëzie in Liter omvat dus meer dan de kwartaalproductie van een handvol huisdichters. Maar desondanks tref ik weinig vernieuwends aan, als ik Liter 16 t/m 19 doorblader. Heb ik als poëziecriticus inmiddels al te veel gedichten gelezen om nog verrast te kunnen worden, of lijken de gedichten in Liter allemaal zoveel op elkaar? Eigenlijk trokken alleen het imposante 'Gram' van Henk Knol (dat ook het omslag siert) en de superpersoonlijke verzen van Hilbrand Rozema en Rien van den Berg mijn aandacht. Plus de weinig opzienbarende, maar wel weer lekker eigenzinnige 'Vlielandse psalmen' van Anton Ent. Op een of andere manier lijdt Liter, pas vier jaar oud, aan voorspelbaarheid. Hopelijk kan de redactie daar in de vijfde jaargang wat aan doen. En laat dit psalmennummer van Liter een mooie afsluiting zijn van de stortvloed aan psalmbewerkingen die ons sinds de psalmenspecial van het tijdschrift Parmentier uit '95 bijna systematisch deelachtig werd.
"De Eeuwige grijpt mij telkens
|
BOELI VAN LEEUWENDeze advocaat der armen, schrijver en dichter werd bekend door ondermeer zijn 'Rots der Struikeling', 'Een vreemdeling op aarde', 'Het teken van Jona' en 'Zo vader, zo zoon'. Jarenlang was hij secretaris van het eilandbestuur van Curaçao. Als tijdgenoot van Lucebert behoorde hij tot de groep der vijftigers. We hebben elkaar verschillende malen ontmoet. Deze lange, edele gestalte, immer een zwierige hoed dragend, nodigde Nelleke uit met een orchidee. Dansen wilde hij met haar, de domineesvrouw die zo anders was dan de anderen. Hij schrijft daarover in 'Het teken van Jona': "Sodeju, als ik zo'n man op de kansel zie staan, denk ik altijd 'Arme drommel'. Want vrouwen van dominees hebben altijd iets teleurgestelds en hun jurken zijn gebloemd met zweetplekken onder de oksels." Maar de arme drommel liet hij thuis en reed heen met de domineesvrouw, luchtig gekleed, zonder zweetplekken. Boeli was en is bijzonder. Kende de klassieken, mengde de theologie en de filosofie met vrouwen en drank. Hij beschouwde de wereld vanuit Willemstad, het middelpunt van de wereld, waar het barst van de Haïtianen, Columbianen, hoeren uit bevriende republieken, bezopen zeelui, mafiosi, heren in onberispelijke pakken, notarissen te over en Venezolanen met koffers vol dollars. Hij die gelijk God het leven beschouwde, vierde feest met het uitschot der aarde, vergeleek zichzelf soms met Jezus: hij die omging met hoeren en tollenaars. Hij herkende zich in de mallemolen van het leven. |
In een bijbels dagboek verwacht je bijbelmeditaties. Daar doet
Paul Saraber echter maar sporadisch aan. In die zin is zijn 'Onbijbels
dagboek' dus geen bijbels dagboek, maar meer het in kleine porties opgediste
levensverhaal van een onorthodoxe dominee.
In het kader van Chroom.net wil ik daaraan toevoegen: niet alleen godsdienst maar ook literatuur draait om levensverhalen. Veelal impliciet, in bedekte vorm, "levenservaringen" getransformeerd tot een mythologisch metaverhaal (Harry Mulisch, Willem Frederik Hermans, Michele Ondei). En soms expliciet, zoals in het genre bekentenisliteratuur (Gerard Reve, Jan Wolkers, Hendrik van Teylingen). Sarabers column over Boeli van Leeuwen laat daar iets van zien. Niet dat je elke literaire tekst nu moet gaan lezen als verkapte autobiografie, maar het gaat om de essentie: er bestaat geen autonoom kunstwerk, er is alleen een esthetisch bevredigend raakvlak tussen twee levens, namelijk dat van de schrijver en dat van de meelevende lezer. Alle technische verhandelingen van neerlandici eromheen zijn slechts bijzaak. Over dat laatste heeft Maarten 't Hart indertijd in de NRC een aantal behartigenswaardige artikelen geschreven, waar ik het helemaal mee eens ben. Het is maar welke insteek je bij het lezen kiest. Voor mij is literatuur in elk geval, van de brieven van Paulus tot en met de brieven van Reve, een geslaagde afbeelding van iemands ziel in taal. En dus geen abstracte taalmachine of kabbalistisch cryptogram.
|
OneWay neemt Refotrefpunt.nl over
|
17 december 2001. De site van Refotrefpunt.nl is, samen met de bijbehorende sites www.refopassage.nl en www.refostart.nl, overgenomen door het webdesign-bedrijf Provident uit Amersfoort. Alle drie de sites verwijzen nu door naar de Provident-site www.oneway.nl. Refotrefpunt.nl staakte begin december haar activiteiten, waarop Provident besloot een succesvol bod uit te brengen op de drie Reformatorische domeinnamen.
(Bron: ONEWAY nieuwsbrief – week 50/2001)
|
De ontdekking van de hemel
|
16 december 2001. Nu er bovendien een film van is, lijkt 'De ontdekking van de hemel' definitief te gelden als een van de allergrootste romans van de hedendaagse Nederlandse literatuur. Onderstaand bericht uit het Algemeen Dagblad van vrijdag 14 december spreekt voor zich.

|
Eigen website CV·Koers
|
3 december 2001. Het opinieblad CV·Koers heeft per 1.12.2001 een eigen website: www.cvkoers.nl. Naast artikelen op het terrein van politiek, geloof en maatschappij kun je er ook nieuwe verhalen vinden van Joke Verweerd en bijdragen over cultuur (boeken, films, beeldende kunst, enzovoorts). Dat betekent dat de boekbesprekingen van Tjerk de Reus en de poëziecolumns van Monica van den Berg (Dichterbij) in het vervolg op de CV·Koers-site komen te staan. Het is een frisse site, met veel zinvolle informatie, dus ik zou zeggen: ga er eens kijken!
|
Achterberg en Kopland
|
1
december 2001. NRC-medewerkster Margot Dijkgraaf interviewde
Rutger Kopland naar aanleiding van de herdruk van 'Voorbij de laatste
stad' van Gerrit Achterberg. Achterberg heeft altijd een enorme
aantrekkingskracht gehad op Kopland: "Hij is voor mij een van de groten
van de vorige eeuw, degene die mij mijn eerste poëtische ontroeringen
bezorgde. Het heeft ongetwijfeld te maken met mijn calvinistische jeugd.
Het ging om de overgang van het dogmatische woord, het Woord dat de
werkelijkheid voor eeuwig, buiten ons om, had vastgelegd, naar het levende,
zoekende woord, waar we zelf, vrijelijk, iets mee kunnen doen. Onder
Achterbergs handen wordt het onsterfelijke, dode woord levend. En dus
sterfelijk." Dijkgraafs interview met Kopland, gepubliceerd in de NRC
van 12 oktober jongstleden, geeft een aardig beeld van literaire
verwantschap, van de invloed die literaire vaders op hun literaire
zonen en dochters kunnen hebben. Een heel boeiend onderzoeksterrein!
Lees verder mijn recensie van Rutger Koplands nieuwe bundel 'Over het verlangen naar een sigaret', die op 21 oktober 2001 in de Meanderkrant stond.
In de weblog van november: Veel aandacht in de pers voor Gerard Reve; interview met Arie Maasland over zijn eerste dichtbundel; in memoriam Klaas van Elsäcker.
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |