|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
Weblog januari 2001door Bert van Weenen
|
27 januari 2001. Het omslag van de nieuwe roman van Jan Siebelink verbeeldt op treffende manier het thema van het boek. De schemerige duisternis van de hel (voorzijde omslag) sluit naadloos aan op het lichte blauw van de hemel (achterzijde). 'Engelen van het duister' is de tweede megaroman in Siebelinks oeuvre, naast 'De overkant van de rivier' uit 1990 dat een meer realistische inslag heeft. Beide romans hebben een stevige autobiografische basis en bevatten als een soort encyclopedie alle motieven die uit Siebelinks boeken inmiddels al zo'n dertig stuks bekend zijn. Zie ook de recensie van Siebelinks vorige boek: 'Mijn leven met Tikker'.
21 januari 2001. Naar aanleiding van het Bachboek van Maarten 't Hart schrijft Alfred Valstar:
Lees de recensie door Alfred Valstar. Zie ook de weblog van 18 oktober 2000.
20 januari 2001. Op de reformatorische portaalsite van Refotrefpunt.nl kun je naast preken en opiniërende stukken ook religieuze gedichten lezen. Er is werk geplaatst van bekende dichters als Ida Gerhardt, Guillaume van der Graft, Martinus Nijhoff, Willem de Mérode, J.C. Bloem, S. Vestdijk en Leo Vroman. Maar ook van Frank Daen, W. Hessels en Anton B. Lam. De gedichten worden van commentaar voorzien door C. Bregman, die ook publiceert in het Reformatorisch Dagblad en Woordwerk/Liter. Bezoekers van het Refotrefpunt kunnen overigens ook zelf nieuwe religieuze gedichten inzenden ter publicatie op de website. Verder biedt www.refotrefpunt.nl uiteraard een webgids met hyperlinks naar andere interessante websites die binnen deze kring actief zijn. Zie ook het nieuwsbericht op Kerkweb.
9 januari 2001. Onbekendheid met het medium internet brengt auteurs soms op het idee dat anderen (uitgevers, redacties) grof geld verdienen aan het elektronisch hergebruik van hun artikelen, recensies of columns. PCM-directeur Jan Greven legt in Trouw van 28 december 2000 uit waarom dat niet klopt. Herplaatsing van journalistieke teksten in digitale vorm op een website is bedoeld (a) als service aan de abonnees en (b) om belangstelling te kweken bij de generatie die met internet is opgegroeid. Grevens pleidooi voor een minder geforceerde houding bij schrijvers en journalisten met betrekking tot internetpublicaties snijdt hout, vind ik. Lees daarover verder mijn artikel 'Auteur heeft wel belang bij exploitatie virtuele vitrine', verschenen in Trouw van 4 januari jongstleden. (Eigen versie op deze site.) Zie verder ook het artikel van Jan Greven. Selma Schepels column staat (uiteraard) niet op de Trouw-site. Maar wel op haar eigen homepage.
3 januari 2001. In het Nederlands Dagblad van 22 december besprak Hans Ester de bloemlezing 'Symbolen & cimbalen'. Daarbij geeft hij blijk weinig op te hebben met humor en vernieuwing in de christelijke poëzie. "Waarom," zo schrijft Ester als reactie op de gemaakte selectie, "deze onbenullige gedichten van Anne Schipper, Len Borgdorff, Jan Kal, Harmen Wind en Toon Tellegen (de ergste van allen) opgenomen en niets van Nel Benschop? Waarom evenveel gedichten van Ida Gerhardt als van de dikwijls maar wat aan zeurende Guillaume van der Graft?" Ester houdt zich maar liever bij het vertrouwde rijtje namen van zijn eigen generatie: Willem de Mérode, Jacqueline van der Waals, Ida Gerhardt, Martinus Nijhoff. In zijn kritiek op de magere verantwoording van de redactie heeft Ester gelijk. Zelf bespeurt hij "een verschuiving van een zeer sterk op de bijbelse verhalen en taal betrokken gedichten naar gedichten die primair existentiële vragen behandelen en daar in tweede instantie God bij betrekken (Hilbrand Rozema, Rien van den Berg, Henk Knol, Ria Borkent)." Ester vraagt zich daarom bezorgt af of er "een toon van ironie en cynisme in de christelijke dichtkunst is geslopen". Merkwaardig, want individualisme en ironie zijn typerend voor deze tijd, en gelovigen staan daar nu eenmaal niet buiten maar middenin, zoals A. van de Beek terecht opmerkt in zijn theologische studie 'Gespannen liefde' (2000). Christelijke cultuur is hoe dan ook onderdeel van de bredere algemene cultuur en christelijke mensen zijn, of zij dat nu leuk vinden of niet, onvermijdelijk mensen van deze postmoderne tijd. Bovendien kan ironie net als humor best gefundeerd zijn op ernstiger zaken als geloof en liefde (lees Gerard Reve, lees Hendrik van Teylingen, lees Michele Ondei, lees Lode Bisschop). Op dit punt toont Hans Ester weinig openheid voor nieuwe zaken in de christelijke cultuur. Esters stelling dat de gedichten van Hilbrand Rozema in de eerste plaats existentiële verzen zijn en pas in tweede instantie over God gaan, lijkt me aanvechtbaar. In mijn bespreking van de bundel 'Embargo' (Meanderkrant, 17 december 2000) heb ik juist gewezen op de sterke traditioneel-christelijke thematiek in Rozema's poëzie. Voor dichteres en bach-vertaalster Ria Borkent geldt dit in nog sterkere mate. Alleen Henk Knol zou je een existentieel dichter pur sang kunnen noemen (zie mijn recensie van 'Houdbaar stof', Meanderkrant 7 mei 2000). Lees ook de weblogs van 19 november en 1 november over 'Symbolen & cimbalen'. Reacties: Alfred Valstar. |
|||||
| In de weblog van december: Erwtjes blazen naar de zon; kerstgedichten online; Nel Veerman; toneel van Kees van der Zwaard; Maarten 't Hart; Oek de Jong over Dokkum; Bart FM Droog over Chroom Digitaal 2000; CLK-actieboek 2001 (Louis Krüger / Meint R. van den Berg). |
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |