Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Weblog juli 2001

Chroom Digitaal Weblogarchief

door Bert van Weenen

 

De symboliek van huis, tuin en licht

23 juli 2001. Je hebt plezierdichters, je hebt dichters die zich concentreren op de taal, en je hebt dichters die vooral lyrisch bezig zijn. Jacomijn van Rijn (1949) behoort tot de derde categorie. Bij uitgeverij Merweboek verscheen, na 'Rode appels' (1990) en 'Donker licht', haar derde bundel 'Wonen'.

jacomijn van rijn: rode appelsjacomijn van rijn: wonen

'Wonen' is een charmant boekje met veel natuur en licht en weinig God. Er staan twintig gedichten in, plus de cyclus 'Woonplaats van licht' die ontstaan is na een bezoek aan het ringdorp Dreischor in Zeeland. De locaties in 'Wonen' stralen allemaal een bepaalde symboliek uit volgens Jacomijn van Rijn: ze onthullen "universele patronen van een verborgen psychische en/of religieuze werkelijkheid" (aantekening achterin bundel). Leerdam is bijvoorbeeld zo'n plaats:

GLAS

Vanmiddag ben ik in Leerdam geweest.
Alleen. Om weer te weten hoe het was,
zonlicht te zien op grijze steen. Ik loop

door winkelstraten. Het is koud. Meeuwen
duiken naar een dakterras. De glas-
blazers hebben hun studio's verlaten.

Wij zitten niet meer samen aan het water.
Hoe kon ik toen vermoeden dat jouw vriend-
schap breekbaar was, en breken zou als glas?

Kernwoord in Van Rijns bundel is het woord "licht", dat ik in dit dunne boekje maar liefst 24 keer aanstreepte. Ook "huis" (18 keer) en "tuin" (9 keer) zijn prominent aanwezig in de taal van Jacomijn van Rijn. Het is lang niet altijd zo, dat een woord meer gaat betekenen als je het vaker gebruikt. Op dit punt mag de dichteres wat mij betreft in het vervolg terughoudender zijn.

Zie voor meer informatie: www.merweboek.nl

 

Nel Benschop en Gerard Reve in De Groene

21 juli 2001. Poëzieliefhebbers kunnen deze week hun hart ophalen aan het dubbeldikke themanummer van De Groene Amsterdammer. Piet Gerbrandy benut een artikel over Gerard Reve om lekker veel uit diens 'Verzamelde gedichten' te citeren. "De poëzie van Reve wordt, net als het proza, gekenmerkt door een permanente tweespalt tussen ernst en luim, geloof en blasfemie, paniek en godsvertrouwen," zo constateert Volkskrant-criticus Gerbrandy.

Rob Hartmans ging langs bij Nel Benschop. In het interview veel aandacht voor het fenomeen declamatieavonden. Nel Benschop daarover: "Het publiek wilde ook het liefst Nederlandse gedichten. Het zijn natuurlijk ouderwetse dichters. Ik heb bijvoorbeeld heel veel van Henriëtte Roland Holst gedeclameerd. Later kwamen er ook wel christelijke dichters, maar die waren niet zo geweldig literair, hè. Van Willem de Mérode heb ik ook weleens wat gedaan, maar dat vond ik toch veel minder." Uit het hoofd leren is verplicht, vindt Nel Benschop. "Je kwam weleens declamatoren of declamatrices tegen die het van papier deden. Bespottelijk vond ik dat, een aanfluiting. Jan H. de Groot was zo'n figuur. Ik haatte die types."

Dat lang niet al haar lezers christelijk zijn, vindt Nel Benschop niet raar. "Natuurlijk is het geloof wel het belangrijkste thema uit mijn werk, maar het gaat in mijn gedichten toch vooral om de grote gebeurtenissen in een mensenleven. Over liefde en dood. Dat is ook het hele leven, liefde of dood."

Verder in dit 64 pagina's tellende nummer van De Groene onder andere een gesprek met Neeltje Maria Min, uitgeefperikelen waar dichters mee te maken kunnen krijgen en een artikel van Menno Wigman (cf. weblog van 23 februari 2001). En over politieke poëzie een bijdrage van – hallo, daar zijn we weer – Rob Schouten.

Zie verder de website www.groene.nl.

 

Christelijke literatuur in Roodkoper

20 juli 2001. Met ingang van dit jaar wordt het tijdschrift Roodkoper uitgegeven door Kok Kampen. Roodkoper is gelieerd aan De Rode Hoed en bestrijkt de terreinen cultuur, religie en politiek. De redactie bestaat uit: Huub Oosterhuis, Mieke Groen en Kees Kok. In de eerste vier nummers van 2001 trof ik de volgende bijdragen aan over christelijke literatuur:

  • gedichten van Anton Ent ('De imker is dood')
  • Jaap Goedegebuure bespreekt de roman 'Mensen met een hobby' van Désanne van Brederode
  • Rashid Novaire over de Verzamelde Gedichten van Willem de Mérode
  • Henk van der Ent over de poëzie van Jan Willem Schulte Nordholt

Verder veel recensies van allerlei soorten poëzie, onder andere in het kader van de VSB Poëzieprijs. Winnaar van het jaar 2000: Kees Ouwens met zijn bundel 'Mythologieën'.

website roodkoper

Roodkoper heeft een eigen website. Helaas is het digitale archief alleen toegankelijk voor abonnees (hoezo gastvrij?) en is de site door allerlei technische toeters en bellen irritant traag. Nog een andere handicap: in het webadres moet "Roodkoper" per se met een hoofdletter, anders werkt het niet.

 

Gedichten in het digitale oerwoud

19 juli 2001. Menno van der Beek tipte mij over de nieuwe site van fotograaf en webdesigner Jan Bos: www.oerwoud.nl.

jaap van der molen: schoklandOp deze strakke site toont Jan Bos werk van zijn hand (foto's en Flashfilmpjes) en er is een apart stukje ingericht voor gedichten. Van Jaap van der Molen de cyclus 'Schokland', van Menno van der Beek drie verzen onder de titel 'Stadsverwarming'. Verder een aankondiging dat Jan Bos ook wat gaat doen met het bundeltje 'Blindelings', dat tekeningen bevat van Bos en gedichten van Van der Molen. Bos laat zien dat je poëzie op een elegante manier kunt combineren met (bewegend) fotomateriaal. Een fraaie toepassing van Flashanimaties, al gaan de overgangen in het Schokland-filmpje mij iets te snel (graag ook wat tijd om de gedichten te lezen).

 

Interview met Rob Schouten in HP/De Tijd

rob schouten (fragment van foto uit hp/de tijd)18 juli 2001. Op sommige momenten zijn bepaalde schrijvers alomtegenwoordig. Na een uitvoerig interview in Liter (zie weblog van 19 juni jongstleden) sprak HP/De Tijd deze week met Rob Schouten ter gelegenheid van de Herman Gorterprijs. Schoutens periode als "writer in residence" in Amerika leverde een breuk op met zijn eerste dichtbundels. Daarbij speelde religie een opmerkelijke rol. In genoemd interview zegt Rob Schouten daarover: "Mijn ouders waren zevendedags-adventisten, en dat is een typisch Amerikaanse sekte, met een Amerikaanse Jezus boven de Amerikaanse wolken. En dan reed ik zo'n dorpje binnen, met een wit kerktorentje en bomen in herfstkleuren, en dan leek het wel of ik het paradijs binnenreed. In de jaren zestig had mijn generatie zich afgekeerd van zulke kitsch, maar nu merkte ik hoe aangenaam ik me erbij voelde, omdat het teruggreep naar de beelden uit mijn kindertijd."

En verderop in het gesprek zegt Schouten: "In mijn eerste bundels durfde ik niet goed voor mezelf uit te komen. Die rare mix van religieuze achtergrond, rationalistische gedachtespelletjes en mateloze verzamelwoede, dat is mijn voedingsbodem. Niemand anders kan daarover schrijven."

 

Kerkweb bespreekt literaire roman van Louis Krüger

16 juli 2001. Op de website van Kerkweb bespreekt Stijn Postema de roman 'Wederkomst' van Louis Krüger. Zijn conclusie: "Zeer sfeervol, soms somber, drukkend duister, soms bevrijdend. Jammer van de slordigheidfouten in met name het eerste hoofdstuk." Gezien de sombere ondertonen van Krügers verhaal was deze roman "misschien [inderdaad] wat te zwaar als christelijk boekenweekgeschenk".

Lees de recensie op www.kerkweb.nl, een site die sowieso elke dag veel waardevol nieuws biedt over de christelijke wereld en andere godsdiensten.

 

Essays over poëzie van Rob Schouten

15 juli 2001. Dichter Rob Schouten is ook poëziecriticus voor Vrij Nederland. Daarnaast publiceert hij regelmatig artikelen in verschillende literaire bladen. Een selectie van dit werk verscheen in 1998 bij De Bezige Bij onder de titel 'Hoe laat is 't aan den tijd' (ISBN 90-234-3719-5; 220 pagina's). Deze fraaie bundel ligt nu voor fl. 14,95 bij De Slegte. Een mooie kans dus om kennis te maken met Schoutens visie op de Nederlandse poëzie. (Overigens bevat dit boek ook zijn lovende artikel over de Amerikaanse dichter John Berryman uit Trouw. Alleen al daarom de aanschaf waard.)

rob schouten: hoe laat is 't aan den tijdIn De Revisor 1999/6 stelde collega-criticus Piet Gerbrandy dat Rob Schouten eigenlijk te lief is voor de dichters en niet de zuurpruim waar Elly de Waard hem voor houdt. Gerbrandy: "Over bundels die ik na een kwartier al gapend wegleg, weet hij nog iets vriendelijks te zeggen, en voor strenge berispingen ben je bij hem aan het verkeerde adres." Uit Rob Schoutens tirade 'Kleingoed en puin' uit bovengenoemde essaybundel spreekt evenwel een andere geest. Schouten: "Wat de goedgesorteerde boekhandel aan poëzie op de schappen heeft is maar een dun vliesje. Daaronder dampt en krioelt het van nog veel meer dichters en hun in eigen of buurmans beheer uitgegeven verzen, de eendagsvliegen, de kneuzen, de gefrustreerde hemelbestormers, de net niet goeie dichters, de zwervers, de Vlamingen. (...) Ik sta nog steeds te kijken van de hoeveelheid poëzie die door Nederlandstalige aderen vloeit. De dichtkunst moet wel een bijzonder laagdrempelig vermaak zijn. In geen enkele kunstbranche is de afstand tussen de huiselijke schuifdeuren en de vermeende markt zo klein." Mij dunkt dat iedere aankomende dichter Schoutens boodschap ter harte kan nemen!

fred portegies zwart: oogopslag en eindsekondeDichters die Rob Schouten in 'Kleingoed en puin' over de knie legt om ze een tik op de billen te geven, zijn Ton Luiting, Rob Goswin, Cor van der Wijk, Hans Danker, Leen Borrie en Fred Portegies Zwart. Hun werk "is niet alleen niet echt goed, mooi of interessant, het is bovenal muf. En muf is het omdat het allemaal naar 'poëzie' wil rieken, zonder dat je precies kunt aanwijzen waar de verontreiniging vandaan komt. Uit de wens om dichter te zijn, ben ik bang."

 


Zie ook de weblog van 19 juni 2001 (interview in Liter).

 

Reisnovelle van Michel Houellebecq

4 juli 2001. Aan de hand van het nieuwe boek van de Franse auteur Michel Houellebecq laat Bert van Weenen zien hoe lastig het in de praktijk is "goede" van "slechte" boeken te onderscheiden. Houellebecq's reisnovelle 'Lanzarote' stelt indringende vragen en is een literaire tekst pur sang. Niet christelijk maar wel een literair kunstwerk dat je niet zomaar kunt negeren. Net als het aanverwante werk van de Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans, die ook cynische kritiek niet schuwde. Het is klaarblijkelijk niet eenvoudig de grens te trekken waar RD-recensent Arie Maasland in Liter om vroeg. Waar loopt de Maasland-linie?

Lees de column:
'Enfant terrible Michel Houellebecq op vakantie'.

 
 

In de weblog van juni: Dossier over kritische vragen van Arie Maasland op website van het Nederlands Dagblad; nieuwe gedichten van Jan de Bas; interview met Rob Schouten in Liter; informatief boek van J.P. Zwemer over de bevindelijk gereformeerden; titelbeschrijving van het tijdschrift Chroom (1985-1998); Jan de Bas op Poetry International; radio-interview met Harry Mulisch bij de EO.

 

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur