|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
Weblog december 2002door Bert van Weenen
|
30 december 2002. Zoals zoveel boeken is ook Jan de Bas' dissertatie 'De muis die even brulde' na drie jaar in de ramsj terechtgekomen. Deze ruim 400 bladzijden dikke geschiedschrijving over de Evangelische Volkspartij (EVP) is nu voor € 10,- verkrijgbaar bij Antiquariaat Müller, evenals een andere Kok-uitgave van Jan de Bas: 'Sinterklaas mag blijven', waar Müller € 2,50 voor vraagt. In het laatstgenoemde boek behandelt De Bas onder andere het schrijven van Sinterklaasgedichten.
27 december 2002. In Liter 24 (oktober 2002) staan drie grote stukken die het waard zijn er kennis van te nemen: een gesprek met Robert Haasnoot, verhalend proza van Wim de Gelder en een essay over de gedichtencyclus 'Een man en een engel' van Toon Tellegen. (Dirk Zwarts stekelige bespreking van Bouwers' nieuwe dichtbundel 'Groeiringen' heb ik met rode oortjes gelezen, maar dit stuk zegt meer over Zwarts manier van lezen en literatuur beoordelen dan over de kwaliteit van de onderhavige bundel en kan dus zonder schade aan hart en ziel worden overgeslagen. Gerda van de Haar is te vroeg met haar notities over 'Wederkomst' van Louis Krüger, ze had er beter eerst een afgerond essay van kunnen maken; 't is nu los zand.) Hilbrand Rozema en Gert van de Wege spraken met Robert Haasnoot over zijn Katwijkse romans, waarbij ze vooral het geloofsaspect naar voren halen. Haasnoot verklapt dat er na Waanzee en Steenkind nog een derde roman over Katwijk zal volgen. Zijn romans verschillen met die van andere ex-gereformeerden als Jan Wolkers en Maarten 't Hart doordat in Haasnoots boeken de religieuze familietraditie positief wordt neergezet. Al kleven er aan de tale Kanaäns als groepstaal bekering is in Haasnoots visie een groepsproces ook zeker risico's, kijk maar naar de gruwelijke gebeurtenissen in 'Waanzee'. Religie beschouwt Robert Haasnoot als een ingebakken verlangen om onheil te bezweren, wat tot uiting komt in allerlei rituelen tegen angst. Van Wim de Gelder zijn in Liter 24 onder de titel 'De verandermanager' twee "studies in plaatsbepaling" opgenomen een nogal zwaarwichtige typering vind ik zelf. In de eerste schets neemt leraar Nederlands Stefan toetsen af op het vwo, in de tweede schets is hij thuis bij vrouw en kinderen. Deel twee van De Gelders verhaal is aanzienlijk sterker dan deel een, waarin nogal wat literaire kromtaal voorkomt. Een voorbeeld:
Flatvormige gebouwen? Een aangerande stadsbus, die zichtbaar opgelucht verder rijdt? Het lijkt me allemaal wat te veel het gevolg van bewuste mooischrijverij. Ook "zweemt" er een paar pagina's verder "een glimlach door het lokaal". Aan wie behoort die glimlach toe? Aan de onzichtbare schrijver die dit alles met genoegen waarneemt en in een eveneens onzichtbaar schrift noteert? Ook is De Gelder niet altijd even doeltreffend in zijn formuleringen: "Je wist dat het kon maar je kon er beter niet aan denken: dat vermoeidheid zich in je vastzette, ging groeien en je van binnenuit verstikte." En verderop: "Dat er problemen waren wist iedereen. Oude functies waren overbodig gemaakt, in de wandelgangen was sprake van overplaatsing en ontworteling van mensen, van botsende ambities en belangen." Het is weinig subtiel, te expliciet, en als het gaat om mensen die vanwege oorlogsgeweld zijn gevlucht uit hun land, dan kan ik me iets voorstellen bij de term "ontworteling", maar bij een leraar die te maken krijgt met "job rotation" lijkt me dit sterk overdreven. Rien van den Berg stelt zich de vraag of Toon Tellegen in zijn gedichten in 'Een man en een engel' (uitgeverij Herik, 2001) misschien verwijst naar Jacob of Jezus. Hij heeft er vijftien pagina's poëzieanalyse voor nodig om tot de conclusie te komen dat het antwoord twee keer nee is. "Van het gevecht bij Pniël zijn we inmiddels ver verwijderd. Maar ook de interpretatie van de man als de Man van Nazareth kun je alleen volhouden als je er van alles bij sleept," merkt hij halverwege op. Van den Berg wil Tellegen zeker niet zomaar tot de christelijke literatuur annexeren. Van den Bergs uitgangspunt om gedichten te "lezen zonder vooropgezet interpretatiemodel" lijkt mij heel gezond. Zijn parafraserende exegese spreekt mij in elk geval aan: al tastend en rondkijkend in de gedichten steeds dichter bij een acceptabele uitleg komen. Poëzie lezen op een inspirerende manier! Verder bevat het vierentwintigste nummer van Liter poëzie van Henk Knol, Juliën Holtrigter, Jane Leusink en zes gave gedichten van Menno van der Beek, waaronder:
Koos Geerds, van wie in januari de nieuwe bundel 'Weerribben' verschijnt, maakte vier gedichten bij foto's van Gert-Jan Koelmans. Onderwerp: Corsica. Al met al geeft dit nummer van Liter een goed beeld van de huidige stand van zaken in de christelijke literatuur in Nederland. Deze zesennegentig bladzijden zijn hun € 7,50 waard. (Jammer dat de redactie voor het eerstvolgende nummer naar het buitenland is uitgeweken: een themanummer over T.S. Eliot, dat moet verschijnen in januari 2003.)
10 december 2002. Hans Werkman besprak onlangs in het Nederlands Dagblad Oek de Jongs nieuwe roman 'Hokwerda's kind' en kwam tot de conclusie dat dit een boek is waarin het spirituele ontbreekt. Werkman is teleurgesteld in de nieuwe weg die Oek de Jong is ingeslagen: "Voorlopig moet ik hem aan het begin van de 21e eeuw schrappen uit het rijtje van belangrijke spirituele schrijvers die in het laatste kwart van de 20e eeuw begrepen dat leven zonder geestelijke dimensie onvruchtbaar is (Willem Jan Otten, Vonne van der Meer, Frans Kellendonk, Oek de Jong, Marcel Möring). [...] We wachten dus maar op de volgende roman. Deze vergeet ik liever, deze is helemaal van God los."
|
|||
|
In de weblog van november 2002: Tijdschrift Marge passé; bloemlezing koeiengedichten 'Altijd boe'; CLO-literatuurdag 2003; trilogieën van Vonne van der Meer en Tom Lanoye voltooid; kritiek op cultureel jaarboek Katern. |
|||
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |