|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
Weblog maart 2002door Bert van Weenen
|
20 maart 2002. De protestants-christelijke auteursvereniging Schrijvenderwijs is sinds kort te vinden op www.schrijvenderwijs.org. De eenvoudige, duidelijke site is gevuld met informatie over de vereniging, een agenda, een webgids, recensies en verslagen (onder andere een minilezing van Bert Hofman over pastorale poëzie). De scope van de Schrijvenderwijs-site is beperkt tot het werk van de verenigingsleden. Je zult er dus in hoofdzaak dingen vinden over auteurs uit de orthodox-gereformeerde hoek. Maar even afgezien van deze beperking is deze site zeker een aanwinst voor de christelijke literatuur op het wereldwijde web.
17 maart 2002. In de aanloop naar Pasen 2002 is onze subsite met gedichten over het lijden en sterven en de opstanding van Jezus Christus bijgewerkt. Op prozagebied blijft de roman Het negende uur (1997) van Pieter Nouwen het hoogtepunt. Vorig jaar publiceerde Rien van den Berg een bloemlezing met paaspoëzie: Enkel in Zijn wonden. Met de Chroom Digitaal Paasgedichten proberen we dit type gedichten een extra impuls te geven. (Opmerkelijk genoeg zijn er ook op het wereldwijde web weinig gedichten uit deze categorie te vinden.) Nieuwe gedichten over Goede Vrijdag en Pasen zijn welkom bij onze poëzieredacteur Alfred Valstar. Surf naar de Chroom Digitaal Paasgedichten
8 maart 2002. In het maartnummer van Roodkoper spreekt de dichter Willem Jan Otten over zijn geloof. Opmerkelijk genoeg wijst Otten daarbij de absurditeit van het Offer van de Mensgeworden God aan als cruciaal facet van zijn groei naar het christelijk geloof, die zes jaar duurde. Hij beroept zich daarbij als nieuwgeboren apologeet op C.S. Lewis ('Surprised by Joy') en Romano Guardini ('De Heer'). Otten: "De almachtige waar ik moeiteloos in kon geloven, want hij was toch verborgen, is afgedaald om één keer mens te worden. Ook dat is nog fictie te noemen, een goed bedachte, mythische mogelijkheid. Totdat je beseft dat die mens op zijn beurt verder is afgedaald, steeds verder, tot onttakelens toe, om de zondebok te worden, de geringste, onaanzienlijkste, luisterlooste van alle mensen." Ik vraag mij af of dit gedachte-experiment, waarbij de ongeloofwaardigheid van een gebeurtenis zou wijzen op de waarheid ervan, wel voldoende de essentie van de zaak raakt. Jezus is niet verzonnen uit een of andere menselijke behoefte, concludeert Otten. Echter: de vraag is doorgaans niet of Jezus echt bestaan heeft, maar of hij God was enzovoorts. Niet Jezus' aanwezigheid in de wereldgeschiedenis staat ter discussie, maar zijn betekenis als Heiland en Verlosser. In die zin vind ik Ottens schrandere intellectuele betoog enigszins misleidend. Wel kan ik me voorstellen, dat Lewis en Guardini voor Willem Jan Otten tegengif zijn voor "de God van de Fictie" die auteurs als Jorge Luis Borges en Harry Mulisch eropna houden. Maar dat is een puur literaire kwestie, toch met name interessant voor schrijvers en filosofen. Met Ottens verwijzingen naar de Franse geleerde Blaise Pascal (1623-1662) kan ik meer. Daarbij draait het om de twijfel in het geloof, om de vragen van het hart die nooit afdoende beantwoord kunnen worden. "We kunnen alleen maar weten," schrijft Otten, "dat we altijd onverhoeds bespookt kunnen worden door de alles weerleggende tegenstem die niet met feiten komt, maar met schuld, of zondebesef, met angst voor een oordeel." Je komt er nooit helemaal uit, maar geloven is altijd nog beter dan niet geloven, zoals Otten in navolging van Pascal opmerkt. Het deed me denken aan de kritische woorden die Bas van Putten in het Algemeen Dagblad van 1 maart wijdde aan de bundel 'Romeinse Brieven' van Antoine Bodar. Van Putten verklaart Bodars geloof als volgt: "Juist een van nature rationele geest moet extreem ontvankelijk zijn voor een geloof in zijn meest mystieke, absolute vorm; dat van de katholieke kerk van vóór de troosteloze jaren zestig. De natuurlijke gesteldheid van de denkende mens voert van chronisch twijfelen naar een vertwijfeling die zich alleen met paardenmiddelen laat bedwingen." Naast Willem Jan Ottens uitvoerige verhaal over 'De onwaar-schijnlijke Christus' bevat Roodkoper 2002/1 ook een lezing van Kees Fens over de poëzie van Gerard Reve. Fens' waardering van deze poëzie gaat een stuk verder dan die van Rien van den Berg. Fens besluit zijn lezing met: "Ik heb waarschijnlijk meer prijzende woorden gebruikt dan op een officieel congres als dit verantwoord is. De oorzaak daarvan is dat volgens mij zeker dertig gedichten van Reve tot het hoogtepunt van zijn werk behoren, hoogtepunt ook zijn in de naoorlogse Nederlandse poëzie en als mystiek-religieuze poëzie uniek zijn in de Nederlandse literatuur." Kees Fens wijst daarbij op Reves visie op de afwezige God (zelfs de Dood genoemd) en op Reves erotische taalgebruik dat doet denken aan de Bruidsmystiek. Het jaar 2002 is voor Roodkoper goed begonnen. Wie een los nummer wil bestellen, kan daarvoor terecht bij verkoop@kok.nl. Reacties: Alfred Valstar en Gemma Gibba.
3 maart 2002. Op dinsdag 19 februari jongstleden deed Ton Verbeeten in De Gelderlander verslag van de Kellendonklezing die dit jaar werd uitgesproken door de bekende literatuurcriticus Kees Fens. Kees Fens ging in op de functie en geschiedenis van de grote eenheidsscheppende metaforen van het christelijk geloof. Hij constateert daarbij onder meer, dat de licht-metaforen een overheersende rol spelen in de christelijke verbeeldingswereld. Lees het volledige verslag op de site van De Gelderlander.
|
|||||
|
In de weblog van februari 2002: Derde roman van Robert Haasnoot: 'Steenkind'; Nel Veerman overleden; programma CLO-literatuurdag 2002; Jaap van der Molen leest gedicht voor; column van Alexander Zwagerman. |
|||||
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |